Brandhaard in Nicaragua


Door

Archief

Nicaragua is een klein land gelegen in Midden-Amerika, waar de Belgische student maar zelden aan denkt. Toch haalde het land recent het internationale nieuws met gewelddadige protesten. Wat is er precies aan de hand in het land van meren en vulkanen?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 30/04/2018 – 8:19 door Arthur Joos­Daan Van Cauwen­berge

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Nicaragua is niet bang voor een beet­je tumult: het land heeft een geschiede­nis van protesten en rev­o­lu­ties. Zo is de huidi­ge pres­i­dent, Daniel Orte­ga, nog alti­jd lid van de ‘Frente San­din­ista de Lib­eración Nacional’, of FSLN als je niet zo houdt van lange Spaanse namen. Die FSLN is een rev­o­lu­tion­aire soci­aalde­moc­ra­tis­che par­tij die werd opgericht bij wijze van verzet tegen de oude dic­ta­tor Somoza.

De dic­ta­tor is nu echter al zo’n veer­tig jaar dood en van veel rev­o­lu­tion­air gedachte­goed is er bij de San­din­istas geen sprake meer. Dat werd maar al te duidelijk toen de regering besloot op geweld­dadi­ge wijze stu­den­ten­protesten te onder­drukken. Hoe kon het zo ver komen?

The Day After the Revolution

Tij­dens de protesten vergeleken man­i­festerende Nicaragua­nen huidig pres­i­dent Orte­ga vaak met voor­ma­lig Nicaraguaans lei­der Somoza. Daniel Orte­ga kwam aan het einde van de jaren 70 immers zelf aan de macht na een burg­eroor­log, waar­bij zijn San­din­is­tis­che par­tij (ver­noemd naar een Nicaraguaans verzetslei­der uit de jaren 30) de zit­tende pres­i­dent van de macht ver­jaagde. De fam­i­lie Somoza voerde gedurende ruim veer­tig jaar een schrik­be­wind. In 1979 vor­mde Ortega’s FSLN een zoge­naamde jun­ta met politi­ci ter link­er- en rechterz­i­jde. In 1984 vol­gden pres­i­den­tiële verkiezin­gen, waar­na de jun­ta opge­doekt werd. Orte­ga werd in jan­u­ari 1985 pres­i­dent van Nicaragua. In 1990 kwa­men de San­din­istas in de opposi­tie terecht, maar sinds 2007 is Orte­ga er opnieuw pres­i­dent.

De voor­ma­lige vicepres­i­dent, Ser­gio Ramirez, liet zich recent ook kri­tisch uit over het bewind van Orte­ga. “De afgelopen dagen wer­den Nicaragua­nen gedood op straat, ter­wi­jl ze voor democ­ra­tie en gerechtigheid pro­test­eren. Ze willen dat Nicaragua opnieuw een repub­liek is”, zei Ramirez in The Finan­cial Times over de protes­tac­ties van de afgelopen week. 

‘Wie is dan de huidi­ge vicepres­i­dent?’ vraag je je miss­chien af. Ortega’s vrouw, Rosario Muril­lo, die niet zo geliefd is bij het volk. Vol­gens een lokale protestlei­der min­i­maliseert ze de protes­tac­ties. Zo noemde ze de pro­test­erende Nicaragua­nen van­dalen van de rechter­vleugel. Muril­lo schreef de tek­sten van de cam­pag­neliederen van de San­din­is­ten, bepaalt de dress­code van de par­tij en liet in 2015 meer dan 100 licht­gevende met­al­en bomen bouwen in de stad. Deze “lev­ens­bomen” of Arboles de la vida moesten het nationale sym­bool van Nicaragua wor­den, maar bot­sten al vroeg op heel wat kri­tiek: de kost­pri­js was ongeveer drie miljoen euro, en de elek­triciteit die de bomen van licht voorzi­et kost jaar­lijks ook ruim een miljoen. Tij­dens de protes­tac­ties van de afgelopen weken wer­den meerdere van de bomen door man­i­fes­tanten neerge­haald.

De vonk in het vat

De Nicaragua­nen zijn dus wel gewend aan de nodi­ge por­tie auto­cratie, maar wat deed de emmer dan juist op dit ogen­blik over­lopen? In dit ver­haal was de vonk die het kruit­vat deed ont­bran­den ook een let­ter­lijke vonk: sinds jan­u­ari heeft het land te kam­p­en met hevige bos­bran­den die zich onder­tussen ver­spreid hebben over het zuiden en west­en van het land. De regering weigerde echter om haar eigen volk te hulp te schi­eten of om buur­land Cos­ta Rica human­i­taire hulp te lat­en bieden. Toen in het begin van april het vuur Indio Maíz, een bescher­md natu­urge­bied, bereik­te, was de maat vol.

Op 9 april kwa­men de stu­den­ten voor de eerste keer op straat om te pro­test­eren tegen de inac­tie van de regering en om hun algemene frus­tratie over het bewind tot uit­ing te bren­gen. Een dag lat­er zendt de regering echter al de ‘Juven­tud San­din­ista’ uit. Deze groep wordt naar ver­lu­idt wel vak­er gebruikt om protesten de kop in te drukken. Op enkele kleinere protes­tac­ties na leek op dit moment de stri­jd tussen stu­dent en regering gestre­den, tot de regering op 16 april besloot om onverwacht de sociale zek­er­heid te her­vor­men.

De onpop­u­laire her­vormin­gen, die er gekomen zijn als poging om de oplopende staatss­chuld van het land het hoofd te bieden, eisen dat de Nicaragua­nen een hogere maan­delijkse bij­drage lev­eren en de pen­sioe­nen met zo’n 5 pro­cent ver­laagd  wor­den. Op 18 april kwa­men de stu­den­ten voor de eerste keer geza­men­lijk op straat om te pro­test­eren tegen het voors­tel en begonnen ze de lev­ens­bomen neer te halen, als een sym­bool van hun protest. Vanaf dat moment kwa­men de acties in een stroomver­snelling.

Zwijgen als een graf

Het duurde niet lang voor­dat de eerste dode viel tij­dens één van de con­frontaties tussen de protes­tanten en de troepen van de regering, een stu­dent genaamd Dar­win Manuel Urbina. Sinds­di­en zijn er langs bei­de kan­ten van het con­flict al zo’n drie doz­i­jn doden gevallen, een cijfer dat dagelijks grotere pro­por­ties aan­neemt. Intussen werd zelfs een jour­nal­ist gedood tij­dens een livestream op Face­book.

“Nicaragua heeft geen échte opposi­tiepar­ti­jen”

Opval­lend is dat el pres­i­dente het pas na vier dagen nodig achtte zijn volk toe te spreken. Vol­gens som­mige the­o­rieën zou dat zijn omdat de zeventig­jarige de laat­ste jaren zwaar te kam­p­en heeft met zijn gezond­heid. In zijn ver­traagde speech sprak de vad­er van de rev­o­lu­tie zijn land erg traag toe en noemde hij de protes­tanten extreem­rechtse ter­ror­is­ten, een claim die lat­er her­haald zou wor­den in de media, die overi­gens op één na alle­maal in het bez­it zijn van de fam­i­lie Orte­ga. Ook zwi­j­gen diezelfde media in alle tal­en over de oplopende hoeveel­heid gevan­genen die gear­resteerd wer­den tij­dens de opstand.

Vol­gens Kelvik Pine­da, een Nicaraguaanse stu­dent die nu aan de UGent studeert, heeft dat monop­o­lie op nieuws tot veel mis­in­for­matie geleid: “Toen dit alle­maal begon, heb ik vooral geprobeerd nauw con­tact te houden met mijn vrien­den in Nicaragua. Ik heb nog ges­tudeerd aan de uni­ver­siteit die nu het cen­trum van de protesten vormt, dus veel van mijn vrien­den zit­ten mid­denin het con­flict. Aangezien Orte­ga bij­na alle media bez­it, wer­den mijn vrien­den al gauw gecon­fron­teerd met veel fake news. Daarom heb ik, samen met een paar andere Nicaragua­nen die hier in Europa stud­eren, besloten om te proberen de protesten van hieruit mee te coördineren. Wij proberen vooral infor­matie te verza­me­len waar zij geen toe­gang meer tot hebben, en op die manier het protest in kaart te bren­gen.”

El pueblo unido

Kelvik vertelt ons dat dit soort protesten niet nieuw zijn in zijn geboorte­land: “Toen ik nog in Nicaragua leefde, waren er protesten tegen de regering omdat die al eens beslist had­den een groot deel van de pen­sioe­nen te schrap­pen. De demon­stran­ten beston­den eerst uit­slui­tend uit gepen­sioneer­den, maar een paar stu­den­ten, onder wie ikzelf, besloten om die mensen te gaan ste­unen. Die dag heeft de poli­tie ook met harde hand opge­tre­den. ’s Avonds besloten enkele troepen wraak te nemen op ons door onze auto’s te ste­len en enkele mensen te slaan. En dat gebeurde alle­maal voor de ogen van poli­tieagen­ten, dus die kon­den we al niet om hulp gaan vra­gen. Ik was doo­ds­bang en wou mijn ver­haal niet in de pers doen, aangezien onze motieven al eerder ver­draaid wer­den in de media. We ston­den machteloos.”

“We staan er alleen voor””

Kelviks ver­haal lijkt zeer sterk op de huidi­ge sit­u­atie in het land; ook nu zijn er meerdere getu­igenis­sen van mensen die bestolen wer­den door sol­dat­en en het oplopende doden­tal spreekt boekde­len. Is er nog wel een kans op veran­der­ing? Kelvik is scep­tisch: “Op dit moment zijn er onder­han­delin­gen tussen de regering en de demon­stran­ten met de kerk als derde par­tij. Enkele kerken hebben hun deuren tij­dens de protesten opengezet voor gewon­den en de macht van de katholieke kerk is er één die zelfs Orte­ga moet respecteren. Die onder­han­delin­gen wor­den echter gedom­i­neerd door de regering en de enige eisen van de stu­den­ten zijn dat de mensen die gevan­gen zijn genomen tij­dens de protesten wor­den vri­jge­lat­en.”

“Nicaragua heeft echter geen échte opposi­tiepar­ti­jen”, vult Kelvik aan. “Daarom zie je ook geen poli­tieke vlaggen op onze betogin­gen. We staan er alleen voor, zon­der poli­tieke of juridis­che hulp. En de weini­gen die proberen te helpen wor­den meestal ver­mo­ord, zoals de jour­nal­ist Ángel Gahona die om het lev­en kwam toen hij een reportage probeerde te mak­en over de protesten.” Hij sluit zijn betoog toch af met een posi­tieve noot. “Orte­ga is onder­tussen al zeventig en velen zeggen dat het steeds slechter gaat met zijn gezond­heid. Met een beet­je geluk geeft hij er snel de brui aan. De Ortega’s hebben in de afgelopen elf jaar de staat zo gestruc­tureerd dat enkel zij alle macht hebben. In dat pro­ces hebben ze een hoop vijan­den gemaakt. Geen enkele van de pres­i­dentskinderen is oud genoeg om hun vaders rol over te nemen en zijn vrouw wordt gehaat door het volk. De toekomst ziet er niet zo rooskleurig uit voor de Orte­ga’s.”


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *