Crisis in energieland: in gesprek met prof. Thijs Van de Graaf


Door

Archief

Nu de wereld opnieuw wordt getergd door een diepe energiecrisis, werpt professor internationale politiek Thijs Van de Graaf (UGent) een blik op de wankele balans tussen geopolitieke oliebelangen en de noodzakelijke Europese energietransitie. 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 11/05/2026 – 9:31 door Julian DamsTu­ur Van Bev­eren­Jasper Mou­ton­Leone Mattheus

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Het is de tweede energiecri­sis in één decen­ni­um. Is dat al eens eerder gebeurd of niet?

“Je zegt in het­zelfde decen­ni­um, maar het is zelfs de tweede energiecri­sis in vier jaar tijd. We hebben dat wel al gehad. In de jaren zeventig had­den we twee oli­eschokken die elka­ar kort opvol­gden. De eerste was in okto­ber 1973, de tweede was in 1979. Er zat iets meer tijd tussen, maar dat waren ook twee cumu­latieve schokken als je kijkt naar de oliepri­js. De oli­eschok van 1973 zorgde op korte tijd voor een ver­dubbel­ing van de oliepri­js. Die is daar­na niet meer gedaald. Dan kwam de Iraanse Rev­o­lu­tie in 1979 en die deed er nog een schep­je bovenop. Maar van­daag hebben we vooral de gascri­sis gehad van 2022, toen Rus­land het groot­ste deel van de gaspi­j­pli­jn uitvo­erde naar Europa. Dat had ook een enorm effect op de elek­triciteit­spri­jzen. Van­daag is de Straat van Hor­muz geblok­keerd. We zijn nu in de negende week. Dat is op dit moment vooral een oliecri­sis, maar natu­urlijk ook de gas­mark­ten wor­den ger­aakt, omdat de Straat van Hor­muz een water­weg is waar­langs nor­maal gezien twintig pro­cent van de olie en ook twintig pro­cent van het vloeibare aardgas wordt ver­scheept.”

We lat­en nu strate­gis­che reserves vrij, maar die gaan het toch ook niet eeuwen uithouden?

“Nee, er is kort na de start van de oor­log beslist om 400 miljoen vat­en vrij te geven, drup­pels­gewi­js, door een aan­tal grote west­erse lan­den. En om maar te zeggen, de totale pub­lieke strate­gis­che reserves die aange­houden wor­den door over­he­den, dat is 1,2 mil­jard. Dus dat is één derde die we daar­van vri­jgegeven hebben. Dat is de groot­ste vri­j­gave ooit van strate­gis­che reserves. Dus in the­o­rie kan je dat nog twee keer her­halen en dan is alles op. Dan zijn er nog wel wat pri­vate stocks die ook nog kun­nen buffer­en, maar die zijn klein­er dan de pub­lieke stocks. Dus inder­daad, dat is een nood­maa­tregel en een injec­tie die je twee, drie keer kan doen, maar dan is het gedaan.”

De Verenigde Ara­bis­che Emi­rat­en zijn uit de OPEC gestapt. Waarom nu en wat zijn de gevol­gen?



“Alles is gelinkt. Voor de Emi­rat­en, de derde groot­ste pro­du­cent bin­nen OPEC, is de cri­sis met Iran een goede gele­gen­heid om nu eigen­lijk te doen waar ze al jaren over sprak­en, namelijk uit OPEC stap­pen. OPEC is een club waar­bij lan­den pro­duc­tiebeperkin­gen afspreken. Als je er niet in zit, heb je die beperkin­gen niet en kan je zoveel pro­duc­eren als je wilt. Dat is het grote twist­punt met de Saudi’s: de Emi­rat­en willen hun pro­duc­tieca­paciteit uit­brei­den. Maar als je dat pla­fond ver­hoogt, moet je col­lec­tief meer reduc­eren om het­zelfde effect te hebben op de oliemark­ten. Zij hebben nu gezegd: ‘We kun­nen nu toch niks exporteren, en zodra de Straat van Hor­muz open­gaat, zal iedereen max­i­maal pro­duc­eren. Dus nu is een goede kans voor ons.’ Er is ook rivaliteit met de Saudi’s op ver­schil­lende vlakken, zoals Jemen en het economis­che mod­el van Dubai. Dat creëert span­ning. En op de achter­grond speelt de energi­etran­si­tie: die maakt dat die lan­den wellicht niet alle oliere­serves die onder de grond zit­ten te gelde zullen kun­nen mak­en.”

Stel nu dat de Straat van Hor­muz open zou staan en dat het busi­ness as usu­al zou zijn. Zou dat zor­gen voor een dal­ing of een sti­jging van de pri­js?

“De Straat is nog alti­jd ges­loten. En zodra ze open­gaat, neem ik aan dat alle exporterende lan­den, alle golf­s­tat­en, daar max­i­maal zullen willen exporteren. Het is ook nogal onduidelijk of Iran zijn olie-exporten zal kun­nen herne­men, of dat er bli­jvende strenge sanc­ties zullen zijn. Alle­maal grote vraagtekens die bepalen wat het gevolg zal zijn. Maar als je vanop afs­tand kijkt, op middellange/lange ter­mi­jn, zou de exit van de Emi­rat­en zou de oliepri­js in principe moeten doen dalen, omdat er een grot­er aan­bod zal zijn van olie op de wereld­markt. Het is ook mogelijk dat de exit van de Emi­rat­en het kar­tel hele­maal uit elka­ar doet barsten, omdat het niet het eerste land is dat vertrekt.” 

“Als je de min­der kri­tis­che mas­sa verte­gen­wo­ordigt, een min­der groot aan­deel van de werel­doliepro­duc­tie, kan je als kar­tel ook min­der wegen” – prof. Van de Graaf

“Ango­la is twee jaar gele­den vertrokken, Qatar in 2019. Er is bij­na een exo­dus bezig van lan­den uit OPEC. Als je de min­der kri­tis­che mas­sa verte­gen­wo­ordigt, een min­der groot aan­deel van de werel­doliepro­duc­tie, kan je als kar­tel ook min­der wegen. Dan moeten de resterende lan­den een relatief grotere inspan­ning doen om te com­penseren voor de ver­liezen van de wereld. Als dat gebeurt, dat het kar­tel hele­maal uit elka­ar valt, dan is er hele­maal geen rem meer op de pro­duc­tie. Dan zit­ten we met te veel olie op de markt. Dan gaat de pri­js in elka­ar storten. Wat trouwens slecht nieuws zou kun­nen zijn voor de tran­si­tie. Dat wordt soms ook de groene para­dox genoemd. Als er te veel fos­siele brand­stof­fen op de markt zijn, daalt de pri­js daar­van. En dan wordt alter­natieve tech­nolo­gie min­der aantrekke­lijk.”

Wat doet de over­heid en in hoev­erre gaat het nu met de huidi­ge cri­sis? Is dat een impuls om meer te doen voor Bel­gië en voor Europa?

“In principe zou je verwacht­en dat bij de tweede fos­siele brand­stofcri­sis van die groot­te­orde in vier jaar tijd een spoorslag zou geven aan de energi­etran­si­tie, en dat zal ook wel zo zijn als je kijkt naar elek­trische wagens met bat­ter­i­jen, zon­nepan­e­len, wind­tur­bines of warmtepom­pen. Dat soort tech­nolo­gieën kun­nen ervoor zor­gen dat je min­der afhanke­lijk wordt van die volatiele, dure en onzekere fos­siele brand­stof­fen. Een van de pun­ten van kri­tiek van hernieuw­bare energie was alti­jd die van vari­abiliteit: zon en wind schi­jnt en waait niet alti­jd, en de hoge kost. Maar blijk­baar zijn die twee pun­ten ook wel gevoelig bij de import van fos­siele brand­stof­fen. De aan­vo­er is blijk­baar ook volatiel, en de kost is bij momenten ook zeer hoog. Maar er zijn ook zak­en die het iro­nisch genoeg kun­nen afrem­men. Er wordt nu veel over­hei­dss­te­un gegeven om ver­bruik­ers van fos­siele brand­stof­fen te com­penseren. Dat zijn eigen­lijk in zekere zin fos­siele brand­stof­sub­si­dies, ook in Bel­gië en veel Europese lan­den. Dat is niet het soort beleid dat de tran­si­tie gaat ver­snellen, wat dus min­der goed nieuws is. Ten tweede, als er door de hoge energiepri­jzen een inflati­eschok komt, kan je verwacht­en dat de rente gaat sti­j­gen. Veel hernieuw­bare energie-instal­laties zijn kap­i­taal­in­ten­sief en hebben lenin­gen nodig. Dus de financier­ing zou duur­der kun­nen wor­den. En ten derde, er is ook nog een stuk van de waardeketen van schone energi­etech­nolo­gie die afhangt van aller­lei inputs die gemaakt wor­den met fos­siele brand­stof­fen. Die inputs gaan ook duur­der wor­den. Denk maar aan aller­lei poly­meren die gebruikt wor­den voor de wieken van wind­molens.”


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *