“Het heeft niks te maken met vreemd te willen doen”


Door

Archief

Het vijftal van 'Shht' is voor veel muziekliefhebbers in Gent geen onbesproken naam meer. Met wat volgens de ene intelligente noiserock is en volgens de andere vermoeiend gejengel, werken ze aan een live-reputatie die alleszins niemand onverschillig laat. 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 12/03/2018 – 8:37 door Luna Nys­Tom Antonis­sen

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Foto door William Massy

Wie hen al eens aan het werk zag, kan dat ongetwi­jfeld bea­men. Wie het nog niet aan den lijve onder­vond, hoeft bin­nenko­rt niet eens buiten te komen om ken­nis te mak­en met de moeil­ijk in woor­den te vat­ten eigen­heid van de groep: in het najaar ver­schi­jnt hun eerste plaat.

Knack Focus omschreef jul­lie sti­jl eens als Kanye West, Jane’s Addic­tion, Zom­bie Nation en Raketkanon die bot­sen op een kruis­punt in Absur­dis­tan. Hoe zouden jul­lie het zelf beschri­jven?

Wouter Van Assel­bergh (drums): “Voor ons klinkt het dood­nor­maal, aangezien het de muziek is die we zelf mak­en. Het is er dan ook niet per se om gedaan dat het raar klinkt.”
Nathan Yse­baert (gitaar, zang): “Live gaan we soms wel op zoek naar van die stukken, maar de num­mers op zich zijn voor ons gewoon pop­muziek. Al kan ik er ook wel inkomen dat het voor mensen die ons voor de eerste keer zien wel wat veel kan zijn.”
Wouter: “Het is een afgelei­de van waar we naar luis­teren, en dat bloeit gewoon samen.”

Jul­lie zetten erg in op jul­lie live-per­for­mance: huis­filosofen en acro­bat­en passeer­den al de revue. Zien jul­lie die extra ele­menten als essen­tieel voor een optre­den?

Wouter: “We doen dat om de bood­schap uit onze muziek te ver­sterken. Het is dus niet puur om over the top te gaan, maar om een soort van bood­schap, die ook in de tekst zit, duidelijk­er te mak­en. Al vin­den we zelf dat we daar nog niet super­goed in sla­gen.”

“We proberen een totaal­beeld over te bren­gen van de filosofie waarin we geloven”

Hoe­zo?

Nathan: “Dat op een juiste manier bren­gen is gewoon een lange zoek­tocht.”
Wouter: “Een zoek­tocht naar het ultieme mid­del om dat te com­mu­niceren, of zo.”
Nathan: “In ons hoofd lijkt een idee vaak goed, maar achter­af bekeken merken we soms toch dat het niet gewor­den is zoals we wouden.”
Wouter: “Dat groeit gewoon. We gaan proberen daar nog veel verder in te gaan, zek­er voor ons optre­den in de AB. Het heeft dus niets te mak­en met vreemd te willen doen. We proberen gewoon een soort van totaal­beeld over te bren­gen van de filosofie waarin we geloven.”

Welke filosofie is dat dan?

Wouter: “Dat is natu­urlijk niet op een-twee-drie gezegd, maar het gaat vooral een beet­je over …”
Math­i­js Steels (toet­sen): “De tijdgeest.”
Wouter: “Inder­daad. En ook over het afs­tand nemen van de prob­lematiek waarin we lijken te zit­ten, en die dan met een beet­je rel­a­tivisme bek­ijken. Een van de belan­grijk­ste pijlers is dat de wereld niet ron­dom een unieke per­soon draait, of zo. Dat we alle­maal een beet­je meespe­len op het wereld­toneel, zeg maar.”
Nathan: The world is a play.
Wouter: “Voilà. Er wordt in het alge­meen te veel gefo­cust op het ‘zelf’, vin­den we, waar­door we vaak tot belache­lijke con­clusies komen. Dat proberen we een beet­je te abstra­heren, op die manier.”
Nathan: “ ‘Abstra­heren’, dat is het woord wel.”
Wouter: “Ook in het kun­st­cir­cuit wordt er vaak dat er extreem veel belang gehecht aan een soort per­soon­lijke visie, en we proberen dat een beet­je te door­breken.”

Dat had­den we niet meteen zien aankomen.

Wouter: “Dat is wat ik bedoelde toen ik zei dat we daar nog niet hele­maal in sla­gen, en we nog verdere stap­pen proberen te zetten.”
Nathan: “Het lijkt alsof we jul­lie gewoon in de war willen bren­gen, maar eigen­lijk, hé … (lacht)”

“Nog een prob­leem: nie­mand gelooft ons op den duur nog”

Hangt dat samen met het feit dat jul­lie elka­ar zouden ont­moet hebben bij de ster­renwacht hier in Gent?

Wouter: “Het zit daar ook in ver­vat, uitein­delijk. Als je beseft hoe groot het uni­ver­sum is, dan besef je ineens ook hoe nietig alle wereld­prob­le­men zijn.”

Maar het is dus geen onzin?

Nathan: “Nee nee, dat is effec­tief zo. Bij Armand Pien, onder­tussen al een paar jaar gele­den.”
Wouter: “Dat is nog een prob­leem waarmee we zit­ten: nie­mand gelooft ons op den duur nog als we dat zeggen.”

Foto door William Massy

In 2018 komt ook jul­lie eerste plaat uit. Is daar al een datum op geplakt?

Wouter: “30 sep­tem­ber.”
Nathan: (ver­rast) “Ah, 30 sep­tem­ber?”
Wouter: “Ik denk het wel, dat lijkt mij real­is­tisch.”

Nog steeds met de werk­ti­tel ‘Let Us Now Praise Famous Men’?

Wouter: “We weten het niet goed. Er zijn al veel titels gepasseerd, maar dat is toch een­t­je die bli­jft toch hangen. Onze visie zit er alleszins in ver­vat. Het is puur iro­nisch eigen­lijk, omdat we er in geloven dat wat er nu aan het gebeuren is, de veran­der­ing van de machtsver­houdin­gen en zo, een groot his­torisch feit is.”
Nathan: “#Metoo past daar toe­val­lig ook in.”
Wouter: “Alle geves­tigde waar­den bezwijken. Van die onaan­tast­bare fig­uren, zoals Har­vey Wein­stein, vallen van hun sokkel, en dat brengt echt veel teweeg. Niet enkel in de enter­tain­mentin­dus­trie, maar ook bin­nen de bedri­jf­sstruc­turen. Die titel past voor ons per­fect in die con­text, om dat dan iro­nisch te zeggen.”

Som­mige mensen beschouwen jul­lie songs als steen­goed en intel­li­gent, anderen vin­den het stu­den­tikoze lol­broek­er­ij. Is het een dunne lijn, waar jul­lie op bal­anceren?

Math­i­js: “Het is sowieso een dunne lijn. Ik denk ook dat het samen­hangt met het feit dat we nog niet genoeg hebben nagedacht over onze liveshows, en het nog niet overkomt zoals we zouden willen. Op zich zetten die recen­sies wel aan tot nadenken.”
Nathan: “Enola.be, ook een muziek­web­site, had een review geschreven over een optre­den van ons. Zij schreven eigen­lijk ongeveer het­zelfde als dat artikel over stu­den­tikoze lol­broek­er­ij, maar dan veel gen­u­anceerder en meer onder­bouwd. Daar kun­nen we eigen­lijk echt veel uit leren. Zij schreven ook effec­tief over die dunne lijn, en dat ze begrepen dat door die dualiteit som­mige mensen het ofwel kei­goed vin­den en anderen bag­ger. Ze gaven ons bij­na tips.”
Wouter: “We zijn dus heel ont­vanke­lijk voor negatieve recen­sies, maar graag onder­bouwd.”
Nathan: “Uitein­delijk zijn de zwakke pun­ten in onze liveshows voor ons niet alti­jd makke­lijk om te zien. Negatieve recen­sies tonen ons dat wel, waar­door we dat wel zien als posi­tief, want we voe­len wel aan waar het nog beter kan.”

Over recen­sies gespro­ken, ook Evil Super­stars is een naam waar jul­lie wel eens mee vergeleken wor­den. Ver­hoogt die fraaie vergelijk­ing de druk?

Wouter: “Het zou heel fijn zijn om in hun voet­sporen te tre­den – we zijn alle­maal super grote Mau­ro-fans – maar we zijn eigen­lijk nog hard­er geïn­spireerd door Grup­po Di Pawlows­ki, het project dat hij daar­na had, eerder dan door Evil Super­stars zelf.”
Nathan: “Ik denk dat dat een vergelijk­ing is die ges­tart is bij onze Humo’s Rock Ral­ly-deel­name van twee jaar gele­den. Onze allereer­ste review was dat, van ons tweede optre­den, en die hebben ons toen met de grond gelijk gemaakt en gezegd dat we Evil Super­stars zon­der humor waren (lacht). Sinds­di­en hebben veel recensen­ten dat overgenomen, denk ik. Bij som­mige num­mers kan ik er wel nog inkomen, wat de vergelijk­ing betre­ft. ‘Satan is in my ass’ en zo: dat gaat ook zo wat over­al naar­toe. Maar echt druk voe­len, nee. Het is zoals Wouter zegt: we zijn alle­maal grote fans van Mau­ro, dus des te beter wan­neer we er mee vergeleken wor­den.”

“Uw lief ver­wen­nen, aan lief­dadigheid schenken … Dat draait eigen­lijk alle­maal om het voe­den van uw ego”

Jul­lie laat­ste sin­gle ‘Mao’ is iets clean­er dan de vuile, hard­ere num­mers die jul­lie eerder uit­bracht­en. Is dat een lijn die jul­lie bewust gaan voort­trekken?

Wouter: “Wacht maar tot de vol­gende! Voor elk num­mer zoeken we gewoon de opti­male vorm en voor ‘Mao’ bleek dat toe­val­lig iets meer pop­py en iets rustiger te zijn. Maar het vol­gende num­mer dat we gaan uit­bren­gen, en dat zou nor­maal niet te lang meer mogen duren, gaat terug super­vuil en smerig zijn. We zijn daar­voor ook een video­clip aan het mak­en die hopelijk onze visie al beter weergeeft. Denken we.”

Op welke manier?

Wouter: “Via de bood­schap­pen die erin zit­ten. Het gaat een geanimeerde clip zijn, en we hebben een script uitgedacht samen met de mak­ers, Lion Beach het­en die, dat die visie hopelijk volledig weergeeft. Het num­mer gaat ook echt over het ego in het alge­meen: elke keuze van de mens is ingegeven door ego. Uw lief ver­wen­nen, aan lief­dadigheid schenken … Dat draait eigen­lijk alle­maal om het voe­den van uw ego.”

Jul­lie zijn veel bezig met de gedachte­gang rond jul­lie num­mers.

Wouter: “Je moet met iets bezig zijn, zek­er (lacht). Het is ook vooral waarin we zelf geloven. Iedereen heeft wel zijn eigen lev­ens­filosofie en bij ons – en miss­chien daarom dat we een band gevor­md hebben – komt dat samen en ver­sterkt zich dat.”

Als jul­lie een song schri­jven, hoe gaat dat dan in zijn werk?

Math­i­js: “Meestal maakt één van ons een demo, en als we die goed vin­den, werken we er samen aan voort.”
Wouter: “Dat kan een­der wie zijn in de begin­fase. Ik denk ook dat het alleen maar kan omdat onze per­soon­lijkhe­den vrij gelijk zijn, dat je niet echt kunt merken wie dat ini­ti­atief genomen heeft.”
Nathan: “Ik zou dat wel eens willen weten van iemand die ons echt kent, en die lat­en gokken wie achter welk num­mer zat. Ik zou dat inter­es­sant vin­den.”
Wouter: “Ik denk dat dat een vrij atyp­isch schri­jf­pro­ces is.”
Nathan: “Dat komt ook voort uit die pro­duc­tie-oplei­d­ing die iedereen vol­gt behalve ik, denk ik. Gewoon demo’s mak­en, en als dat al voor 80 pro­cent af is, er samen aan werken.”

Wat de zomer betre­ft: mogen we jul­lie noteren voor op Dour?

Wouter: “Dat weten we zelf niet. We hopen er natu­urlijk op, en achter de scher­men gebeurt er natu­urlijk vanalles, ge kunt u dat niet voorstellen (lacht).”
Nathan: “Echt, in die wan­del­gan­gen! Daar wordt gelob­byd, wor­den deals ges­meed … ”
Math­i­js: (terug heel nuchter) “Iedereen wil op Dour spe­len, natu­urlijk.”
Wouter: “Wie weet trekken we aan het lang­ste eind.”
Math­i­js: “Het is vooral belan­grijk om nu veel te spe­len.”


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *