Jean Paul Van Bendegem: De Vrolijke Vrijdenker


Door

Archief

Hij omschrijft zichzelf als een vrolijke atheïst, gepaard met de nodige diepgang. Jean Paul Van Bendegem is een naam die waarschijnlijk niet vreemd in de oren klinkt. Wij interviewden hem tijdens de Nacht van de Vrijdenker. Wat volgde, was een gesprek vol schatergelach over vrijdenken, de logica van seks en de merkwaardigheid van ogen op…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 18/11/2018 – 17:27 door Ella RooseLieselotte Van­deputte

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Het Vrije Denken

U noemt uzelf een vrolijke vri­j­denker en bent nu al enkele keren te gast geweest op de Nacht van de Vri­j­denker. Maar hoe definieert u dat vri­j­denken?

“Ik wil vri­j­denken niet zien als een rad­i­cale vorm van vri­jzin­nigheid. Voor mij gaat het over een andere dimen­sie. Je zou de vergelijk­ing kun­nen mak­en tussen iemand die vri­jzin­nig human­ist is en een vri­jmet­se­laar. Heel wat mensen zijn vri­jzin­nig human­ist, maar hebben niets te mak­en met de loge. Vri­j­denken heeft in eerste instantie te mak­en met vrolijkheid. Ik heb het dan over op een vrolijke manier in het lev­en staan en proberen aan­to­nen dat, wat ogen­schi­jn­lijk opper­vlakkig is, ook diepte heeft. Wat ik hier al lachend ver­tel, daar is vol­gens mij een zekere diep­gang in te vin­den.”

“Vri­j­denken heeft in eerste instantie te mak­en met vrolijkheid”

“Voor mij spec­i­fiek betek­ende het vri­j­denken het loskomen van mijn gods­di­en­stig verleden. Op dat moment viel er een enorme last van mijn schoud­ers. Als ik iets van mijn lev­en wil mak­en, dan is het omdat ik dat wil en niet omdat het mij van buite­naf wordt opge­dra­gen.”

Komt er geen enorme ver­ant­wo­ordelijkheid bij kijken als je jezelf ziet als vri­j­denker?

“Ja! In mijn geval is het nooit een rad­i­cale breuk geweest. Ik ben opge­groeid in een gemengde omgev­ing: mijn vad­er was protes­tants en mijn moed­er was katholiek. Als kind maak­te ik de totale rit­uele armoede van de protes­tanten mee in con­trast met de rijke­lijke tra­di­ties van de katholieken. Ik heb erg jong moeten zoeken naar een con­sen­sus tussen die twee en achter­af gezien vind ik dat enorm ver­rijk­end.”

“Als ik een punt van kri­tiek mag aan­halen over het geloof is het de totaal ver­wron­gen ver­houd­ing tussen geest en lichaam. Dat heeft vri­j­denken ook, het gaat om het vri­j­denken over de hele mens, zow­el over de geest als het lichaam. Het is niet de bedoel­ing het één ondergeschikt te mak­en aan het ander of erg­er, het weg te cijfer­en. Ik gebruik in mijn lezin­gen graag ero­tis­che ele­menten die met het lichaam te mak­en hebben, omdat een mens ook een ero­tisch wezen is. Het lichaam dient niet louter om de geest te dra­gen. Je zou Pla­to toch de nek omwrin­gen als je leest over hoe de geest gevan­gen zit in de kerk­er van het lichaam?  Erotiek maakt vol­waardig deel uit van het mens zijn. Dat wordt veel te vaak wegge­mof­feld of als negatief gezien. Wat is er nu mis met driften en lus­ten? Je zou eens een paar filosofen moeten zien dis­cus­siëren, die stralen pure lust uit. Dan heb ik het over de wijs­begeerte in de echte zin van het woord, het echte snakken naar wijsheid.”

Heeft erotiek meerdere lagen?

“Men ziet lichtheid of opper­vlakkigheid al te vaak als shal­low­ness, ter­wi­jl lichtheid gigan­tisch schoon en enorm diep kan zijn. Soms creëert men lichtheid of luchtigheid als mech­a­nisme om te kun­nen omgaan met zwaardere gebeurtenis­sen. Het komt miss­chien over als speels, ter­wi­jl het in realiteit over iets onge­meend tragisch gaat. Opper­vlakkigheid kan ook diepte en tragiek in zich dra­gen. Mij is al vaak ver­weten dat ik gewoon een speelvo­gel ben en dat ik het lev­en niet ern­stig genoeg neem. Ik denk niet dat daar iets mis mee is, juist omdat er veel achter kan zit­ten.”

“Opper­vlakkigheid kan ook diepte en tragiek in zich dra­gen”

The Logic of Artificial Intelligence

Hoe ziet u, als log­i­cus, de toekomst van de robo­tis­er­ing?

“Die komt er sowieso en dat kan je niet tegen­houden. Ik deel de nieuws­gierigheid van de pro­gram­meurs naar de mogelijkhe­den van zo’n robot. Het moment dat klo­nen van zoogdieren mogelijk werd, is men begonnen met een schaap omdat dat al dichter aan­le­unde bij de mens. Dan pas is de dis­cussie over het klo­nen van mensen echt op gang gekomen. Op dat moment heeft men heel bru­ut ‘neen’ gezegd en het klo­nen van mensen ver­bo­den. Ik had het leuk­er gevon­den moesten we dat beslist hebben op het moment waarop zich al een prece­dent van mensen­klo­nen had voorgedaan.”

In uw lez­ing ver­wees u naar de zel­fri­j­dende auto, hoe ziet u deze kwest­ie?

“Als een zel­fri­j­dende auto iemand zou ver­mo­or­den in een ver­keerssi­t­u­atie is dat een andere kwest­ie dan als een per­soon ver­ant­wo­ordelijk zou zijn. Als een zel­fri­j­dende auto nu iemand omver­ri­jdt, kan dat verdedig­baar zijn op basis van de algo­ritmes in de auto, maar wij zullen het bli­jven zien als ‘de auto heeft een mens ver­mo­ord’. Als een mens een andere per­soon zou ver­mo­or­den, kan het zijn dat die dat in een paniek­toe­s­tand heeft gedaan. Stel je eens voor dat men in een zel­fri­j­dende auto een paniekop­tie zou inbouwen en dat die dan ‘Aaah!’ zegt als het mis­gaat.”

Bloemen en Seks

Kun je din­gen als humor, seks en liefde wel in de log­i­ca vat­ten?

“Ik zou graag ver­wi­jzen naar een gesprek tussen de natu­urkundi­ge Richard Feyn­man en een vriend van hem. De vriend van Feyn­man zei hem dat hij medeli­j­den had met de weten­schap­per omdat die de schoonheid niet kon zien in het lev­en omdat hij alles moest kwan­tifi­ceren en benoe­men. Zijn vriend beweerde dat hijzelf nog kon geni­eten van een prachtige bloem, ter­wi­jl Feyn­man meteen wilde weten hoeveel bloem­blaad­jes de bloem had. Daarop zei Feyn­man dat als je weet waarom een bloem juist acht blaad­jes telt, het de schoonheid van de bloem alleen maar ver­g­root. Dat is het­zelfde met log­i­ca van seks, liefde of humor. Iets kan zoveel mooier zijn als je het begri­jpt.”

“Iets kan zoveel mooier zijn als je het begri­jpt”

“Ik heb een boek geschreven over de wiskunde van seks. Mensen hebben mij de vraag al gesteld of ze mijn boek bij de hand moeten houden als ze met mekaar in bed liggen. Dat is uit­er­aard absurd, want dan ben je al een hand kwi­jt omdat je dat boek moet vasthouden of je moet zo per­vers zijn dat er een derde per­soon aan­wezig is om dat boek vast te houden en eruit voor te lezen.”

Is het din­gen willen vat­ten in ter­men van log­i­ca ook niet een beet­je zoeken naar vei­ligheid, meer zek­er­heid om er meer con­t­role over te hebben?

“Het is een com­bi­natie van de twee. Het resul­teert zow­el in schoonheid als in con­t­role. Naar­mate dat je die beheers­ing laat toen­e­men, komen er meer para­me­ters en nieuwe aspecten in het spel en daarmee ook steeds meer uit­zon­derin­gen. En juist in die uit­zon­derin­gen is er opnieuw schoonheid te vin­den.”


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *