“Jongeren moeten opnieuw geloven in het belang van de politiek”


Door

Archief

Benjamin Dalle is een van de jongste regeringsfunctionarissen van het land. Als minister van Jeugd vertelt hij over jongeren, welzijn en de coronacrisis. 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 28/04/2021 – 18:23 door Dries Blon­trock­Ti­mon Ram­boer

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Het is duidelijk dat de CD&V erg inzet op ver­jong­ing. Was dat een bewuste keuze?

“Dat was een aan­bevel­ing van de Groep van Wijzen. Die groep heeft geanaly­seerd waarom wij met de CD&V de verkiezin­gen had­den ver­loren in mei 2019. De poli­tiek heeft van­daag een relatief slecht ima­go gekre­gen. Dat hebben we gro­ten­deels aan onszelf te danken. Wij moeten er nu voor zor­gen dat jon­geren opnieuw gaan geloven in het belang van de poli­tiek. Dat kun­nen wij enkel doen door goed te besturen, een visie te ontwikke­len voor de toekomst en de juiste beslissin­gen te nemen. De poli­tiek is fun­da­menteel: ze beslist over één euro van de twee die je ver­di­ent. Als je dan ziet voor welke uitdagin­gen we staan op vlak van kli­maat, energie en sociale zek­er­heid, dan hebben we jonge en geën­gageerde mensen nodig.” 

Vaak wordt gesteld: ‘De jeugd is de toekomst’. Maar hoe kan de druk op de schoud­ers van de vol­gende gen­er­aties ver­licht wor­den, zon­der daar­bij de sociale zek­er­heid in het gedrang te bren­gen?

“Wij moeten als over­heid in deze tij­den aan deficit spend­ing doen (meer uit­geven dan wat inkom­sten toe­lat­en, red.) om ons land, onze lev­ens en bedri­jven recht te houden. Maar na de relance moeten we opnieuw de ter­ing naar de ner­ing zetten. Als min­is­ter van Jeugd vind ik het enorm belan­grijk dat we de uit­gaven niet lat­en betal­en door toekom­stige gen­er­aties. Van­daag wordt dat noodza­ke­lijk­er­wi­js naar de achter­grond ver­dron­gen, maar na de coro­nacri­sis en de relance, is dit een debat dat moet en zal gevo­erd wor­den.

“Na de relance moeten we opnieuw de ter­ing naar de ner­ing zetten”

We moeten af van het struc­turele oneven­wicht waar de Bel­gis­che economie mee kampt. Economis­che groei zal een deel van het antwo­ord zijn, maar zek­er niet het enige. Ik vind het niet nut­tig om nu al vooruit te lopen op besparin­gen, of eventueel extra las­ten die nodig zijn.”

Het belei­ds­domein Jeugd ligt op een kruis­punt van bevoegdhe­den. Wat kan u de jon­geren bieden in deze sit­u­atie? 

“Ik ben als min­is­ter van Jeugd bevoegd voor de coör­di­natie van de kinder­recht­en en de belan­gen van kinderen en jon­geren. Als min­is­ter heb je macht over de mid­de­len die je uit­geeft. Maar je hebt ook invloed. Je hebt de invloed om bepaalde zak­en op de agen­da te zetten, om ver­gaderin­gen en ont­moetin­gen te organ­is­eren. De taak van de min­is­ter van Jeugd is niet alleen zijn macht te lat­en gelden, maar vooral zijn Vlaamse, fed­erale en lokale collega’s over­tu­igen. Dat kan door hen van goede voor­beelden te voorzien en hen te onder­s­te­unen zodat zij bin­nen het beleid ook de belan­gen van kinderen en jon­geren cen­traal stellen.

“Ik treed in con­tact met mijn col­le­ga-min­is­ters als een soort ambas­sadeur voor de jeugd”

De stu­den­ten behoren ook tot mijn doel­groep, maar het effec­tieve beleid omtrent onder­wi­jsaan­gele­gen­heden is ter­rein van Ben Weyts: ik heb een meer coördinerende func­tie. Je bent dus inder­daad voor een stuk afhanke­lijk van col­le­ga’s, zoals degene die bevoegd zijn voor onder­wi­js, voor welz­i­jn, of voor ruimtelijke orden­ing. Dat is eigen aan de bevoegdheid van Jeugd. Als min­is­ter van Jeugd treed ik in con­tact met mijn col­le­ga-min­is­ters als een soort ambas­sadeur voor de jeugd.”

Jon­geren en stu­den­ten sukke­len steeds meer met hun men­tale welz­i­jn. Hoe gaat u daarmee om?

“Ik probeer in het kad­er van mijn belei­ds­domein het beleid van de hele regering af te stem­men op kinderen en jon­geren en doe dat aan de hand van het jeugd- en kinder­recht­en­belei­d­splan. Dat zijn vijf pri­or­iteit­en die we met de volledi­ge Vlaamse regering hebben vast­gelegd voor kinderen en jon­geren, nog voor de COVID-19-cri­sis uit­brak. De eerste belei­d­spri­or­iteit gaat over het men­tale welz­i­jn. Dat blijkt actuel­er dan ooit. De helft van de jon­geren kampt met depressieve gevoe­lens. Vroeger bestond dat ook al, maar die prob­le­men zijn nog veel grot­er en acuter gewor­den.

Inzetten op goed onder­wi­js, op vri­je tijd en op men­taal welz­i­jn, dat zijn toch belan­grijke pun­ten. Onze hulpli­j­nen ver­sterken, is het eerste dat we tij­dens de COVID-19-cri­sis deden. Het is in deze tij­den uitein­delijk maar een magere troost, want zij kun­nen je momenteel niet fysiek verder helpen, maar als je echt drin­gend hulp nodig hebt kan dat via Awel en Wat Wat.”

Was het niet uw col­le­ga-min­is­ter Wouter Beke die aan de start van de huidi­ge Vlaamse regering van plan was te knip­pen in het bud­get van de welz­i­jnsini­ti­atieven, zoals de Zelf­mo­ordli­jn? 

“Wij had­den ons bij de start van het regeer­akko­ord geën­gageerd om in een aan­tal domeinen heel fors te investeren. Als je dat wil doen, zijn er maar drie opties. Ofwel ver­hoog je de belastin­gen, ofwel maak je schulden en schuif je het door naar de vol­gende gen­er­atie, ofwel moet je elders besparen. Als Vlaamse regering hebben we ervoor gekozen om te besparen in andere domeinen, en niet om extra belastin­gen te hef­fen of de toekom­stige gen­er­aties te belas­ten. Dat zijn moeil­ijke knopen om door te hakken. Wouter Beke heeft die oefen­ing ook moeten mak­en en op een bepaald moment heeft hij dat toegepast op de Zelf­mo­ordli­jn. Dat heeft hij nadi­en recht­gezet en er boven­di­en extra in geïn­vesteerd. Wij moesten op een zeer korte peri­ode onze begrot­ing indi­enen, wat dan lei­dt tot dat soort zak­en.”

Stu­den­ten hebben het steeds moeil­ijk­er de eind­jes aan elka­ar te knopen. Bent u bij het over­leg tussen de min­is­ters vol­doende opgekomen voor die relatief kwets­bare groep jon­geren?

“De verte­gen­wo­ordi­gers van de Vlaamse Jeug­draad en de VVS hebben hun uiter­ste best gedaan om dit the­ma hoog op de agen­da te plaat­sen. Ik denk dat er grote inspan­nin­gen zijn gebeurd. Zek­er ook door min­is­ter van Onder­wi­js Ben Weyts; qua stu­den­tenon­der­s­te­un­ing bijvoor­beeld. Ook min­is­ter van Welz­i­jn Wouter Beke heeft een plan rond men­taal welz­i­jn gelanceerd, nog bij de eerste lock­down. Als min­is­ter van Jeugd is het mijn rol om de belan­gen van kinderen en jon­geren te verdedi­gen en daar te allen tijde en over de belei­ds­domeinen heen de aan­dacht op te ves­ti­gen. Ik wil beves­ti­gen dat er bin­nen de Vlaamse regering snel veel aan­dacht voor is geweest: de stu­den­ten­voorzienin­gen aan uni­ver­siteit­en en hogesc­holen zijn ver­sterkt. Ook de OCMW’s spe­len daarin een rol en er zijn de bescher­min­gen vanu­it hogere over­he­den. Er wordt heel wat gedaan om deze jon­geren te helpen. De moeil­ijkheid is dat de sit­u­atie van stu­den­ten soms heel ver­schil­lend is.”

Na het over­leg­comité enkele weken gele­den heeft u uw frus­traties uitge­drukt over ver­soe­pelin­gen voor de jeugd. Waarom? 

“We hebben sinds de start van de coro­nacri­sis heel intens samengew­erkt met de jeugdsec­tor, de twee andere gemeen­schap­pen en de virolo­gen. Telkens wan­neer er beslissin­gen genomen moesten wor­den, hebben we die voor­bereid met de hele sec­tor. Zo hebben we in mei vorig jaar aangekondigd dat de zomer­ac­tiviteit­en kon­den plaatsvin­den. Daar had­den we – samen – een erg werk­bare regel­gev­ing voor uit­gew­erkt. Er waren heel weinig besmet­tin­gen. Het heeft alleen maar zo goed gew­erkt omdat we samen met de sec­tor, zij die het veld het beste ken­nen, een plan uitgedacht hebben.”

“Ik heb vast­gesteld dat er even bij enkele over­leg­comités top-down beslissin­gen wer­den genomen die niet waren afgestemd met de sec­tor”

“Ik heb vast­gesteld dat er even bij enkele over­leg­comités top-down beslissin­gen wer­den genomen die niet waren afgestemd met de sec­tor. Dat is iets wat bij hen bij­zon­der zwaar valt. Het is moeil­ijk werk­baar om op zo’n korte tijd je werk om te zwaaien. Hoewel het aan­bod op die manier dan miss­chien wel weg­valt, doen kinderen en jon­geren dat niet. Miss­chien zullen zij dan op een onge­or­gan­iseerde manier afspreken met vrien­den, of naar de grootoud­ers gaan. Maar het prob­leem wordt niet écht opgelost. We moeten samen met alle vri­jwilligers, organ­isaties en de voltal­lige sec­tor naar oplossin­gen zoeken. Dat is de enige manier waarop ik aan poli­tiek wil doen. De leuke beslissin­gen, maar ook de min­der leuke, die neem je samen met de sec­tor. Sinds het laat­ste over­leg­comité zien we daar wel ver­be­ter­ing in. Als min­is­ter van Jeugd ben ik erg tevre­den over de manier van werken en de beslissin­gen die daar genomen wer­den, zoals de besliss­ing dat de zomerkam­p­en in ongeveer dezelfde omstandighe­den als vorig jaar kun­nen plaatsvin­den.” 

“Het gebrek aan per­spec­tief is iets dat heel moeil­ijk valt. In de eerste lock­down ver­be­ter­de de sfeer onder de jon­geren naarge­lang de zomer naderde. In het najaar kwam dan een heel donkere peri­ode voor hen. Er was alleen uitzicht op de exa­m­ens en geen deftige lesvri­je week. Het per­spec­tief was dus beperkt. Ander­halve maand gele­den merk­te ik dat het weer aan het ver­beteren was, omdat het einde in zicht leek te zijn. Maar nu we merken dat de cijfers weer aan het ver­slechteren zijn, zullen we zek­er nog enkele weken moeten doorzetten. Ik besef dat het heel zwaar is. Ik vrees dat het nog even de regels respecteren en doorzetten wordt. Het bek­ende mantra luidt ‘het wordt snel beter’, maar ik maak me serieuze zor­gen over de houd­baarheid van het welz­i­jn en de inspan­ning van de jon­geren en stu­den­ten.”


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *