Op zoek naar een tweede thuis


Door

Archief

Vijftig jaar na de maanlanding is onze ruimtemissie niet minder ambitieus geworden. Wanneer vroeger het doel was om zo snel mogelijk op een steen te staan om de Russen boos te maken, zijn we nu op zoek naar planeten waar leven op kan bloeien. Een kleine samenvatting van onze zoektocht naar een nieuwe thuis.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 6/10/2019 – 17:49 door Daan Van Cauwen­ber­geTh­omas De PaepeEm­ma Moer­man

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Of je nu de hoop bent ver­loren door de prob­le­men met het kli­maat, op ont­dekking wil gaan in het onbek­ende of de grond­stof­fen van andere plan­eten op ille­gale wijze wil ont­gin­nen om jezelf te ver­rijken, iedereen lijkt wel een reden te hebben om geïn­ter­esseerd te zijn in lev­en op andere plan­eten. Astronomen houden zich al eeuwen­lang bezig met de vraag of er ander lev­en is in het hee­lal en of wij miss­chien ooit andere plan­eten zullen kun­nen bewo­nen. En het zal je miss­chien ver­bazen, maar ze begin­nen langza­mer­hand antwo­or­den te kri­j­gen op die vra­gen.

You can run, but you can’t hide

Om een nieuwe thuis te vin­den, kan je eerst in je eigen straat gaan kijken of er een leuk gevelt­je is. Tot 1992 was de enige plaats waar men harde bewi­jzen had van plan­eten ons eigen zonnes­telsel. Dat zijn zeven plan­eten en een hand­vol inter­es­sante manen. Het echte onder­zoek begon echter pas toen we exo­plan­eten ont­dek­ten: plan­eten buiten ons zonnes­telsel. Ondanks het feit dat die gigan­tisch ver liggen en dus moeil­ijk te vin­den, heeft de weten­schap enkele meth­od­es ontwikkeld om dit toch klaar te spe­len.

Wan­neer een pla­neet voor een ster roteert kun­nen we dit van op de aarde zien als een heel kleine flikker­ing in het licht van die ster. Zo kan je ont­dekken of een bepaalde ster plan­eten heeft. Die meth­ode heet tran­si­tiefo­tome­trie. Een tweede meth­ode maakt gebruik van ver­schillen in de radiële snel­heid, de snel­heid waarmee een ster van of naar de aarde toe beweegt. Een exo­pla­neet zal met zijn zwaartekracht zijn ster wat doen afwijken van haar verwachte baan en snel­heid.

Deze tech­nieken, en nog enkele anderen, hebben voor een explosie aan nieuwe poten­tieel bewoon­bare plan­eten gezorgd. Anno 2019 hebben we al notie van 4109 exo­plan­eten waaruit we nu kun­nen begin­nen kiezen. Voor een oplet­tende lez­er die nu denkt: ‘Exo­plan­eten kun­nen toch ook exo­ma­nen hebben waar ik mijn exoboerder­i­jt­je met exoschapen kan starten?’ Ja, exo­ma­nen zijn mogelijk, maar ze zijn nóg klein­er en tot op heden zijn er nog geen tele­scopen die deze minus­cule ruimteste­nen kun­nen waarne­men.

Das Leben der Anderen

Er bestaan dus meth­od­es om op zoek te gaan naar nieuwe plan­eten en we hebben er een hoop. Dat is een goede start, al willen we natu­urlijk niet zomaar exo­plan­eten ont­dekken, maar plan­eten waarop wij, of nog onbek­ende aliens, kun­nen lev­en. Om dit te onder­zoeken bestaan er twee ver­schil­lende benaderin­gen. In de eerste benader­ing gaan wij op zoek naar plan­eten die lijken op de aarde in de hoop dat, gezien de omstandighe­den op aarde tot lev­en geleid hebben, die omstandighe­den daar er zich ook toe moeten lenen.

Het ken­merk dat de Aarde ver­schil­lend maakt van andere plan­eten is de aan­wezigheid van water. De meeste weten­schap­pers gaan er dan ook van uit dat water de doorslaggevende fac­tor is voor soorten om te kun­nen over­leven. Niet iedere pla­neet kan echter zomaar water hebben. Plan­eten moeten op pre­cies de juiste manier rond hun ster draaien om exact de juiste tem­per­atu­ur te hebben zodat dat water niet ver­dampt of bevri­est. De zone waarin de afs­tand van pla­neet tot ster aan deze eis vol­doet wordt ook wel de bewoon­bare zone genoemd. Verder is ook de atmos­feer erg belan­grijk. Zo is een belan­grijke eigen­schap van onze atmos­feer dat die gevaar­lijke stral­ing buiten– en zonnes­tralen bin­nen­houdt. Dat laat­ste staat bek­end als het broeikas­ef­fect. Ook helpt het als er een grote hoeveel­heid zuurstof aan­wezig is in de atmos­feer.

Som­mige weten­schap­pers vin­den de vorige aan­pak echter te con­formistisch. Boven­di­en, lat­en we eerlijk zijn, is hij vrij saai en afgeza­agd. Zijn er echt geen nieuwe manieren om te bepalen of een pla­neet goed genoeg is voor ons? Zij stellen dat niet al het lev­en in het uni­ver­sum dezelfde vorm moet aan­nemen als het lev­en zoals wij het ken­nen op onze pla­neet. Zo zijn er nu mensen als MIT-pro­fes­sor Sara Sea­ger, die op zoek gaan naar alle mogelijke mol­e­c­u­laire com­bi­naties die een biol­o­gisch organ­isme kun­nen onder­s­te­unen. Maar het vin­den van zo’n com­bi­naties is lang en moeil­ijk werk, dat vaak “Meer lijkt op het willekeurg samen­plaat­sen van let­ters dan op een gecoördi­neerd onder­zoek”, aldus pro­fes­sor Sea­ger.

Trappisten en Centaurs

Het feit dat er nog geen duidelijke cri­te­ria zijn om de bewoon­baarheid van een pla­neet te bepalen, heeft de weten­schap er niet van weer­houden alvast op zoek te gaan naar enkele mogelijke kan­di­dat­en. De vol­gende lijst plan­eten kun je gebruiken als een immo­bil­iën­li­jst­je voor buite­naardse ver­huizin­gen.

Kep­pler-452b

Deze pla­neet staat ook wel bek­end als ‘Aarde 2.0’ of ons lang ver­loren neef­je. Van alle bek­ende exo­plan­eten is deze pla­neet dan ook één van de groot­ste kan­sheb­bers om leef­baar te zijn. En op veel vlakken is 452b inder­daad een kopie van onze favori­ete blauwe bol. Er is een rot­sachtige bodem, z’n ster lijkt sterk op onze zon, de pla­neet bevin­dt zich ongeveer even ver van zijn ster en zelfs de rotatie lijkt zeer sterk op die van ons. Het enige ver­schil is dat de pla­neet veel zwaarder is dan de onze, de zwaartekracht er twee keer zo sterk is en er over­al vulka­nen zijn. Dat alles zorgt ervoor dat we 452b de Verenigde Stat­en onder de exo­plan­eten kun­nen noe­men: over het alge­meen lijkt het sterk op wat wij gewoon zijn, maar het is alle­maal een beet­je bom­bastis­ch­er.

Er zijn echter ook tege­nar­gu­menten. Allereerst is er het prob­leem dat het bestaan van 452b tech­nisch gezien nog niet bewezen is. We kun­nen de pla­neet dus enkel als een goede mogelijke kan­di­daat zien. Een tweede prob­leem is dat Kep­pler-452 een hele oude ster is. En hoe oud­er een ster is, hoe meer hitte en stral­ing die afgeeft. Het is dus mogelijk dat dit desas­treuze gevol­gen heeft voor de over­lev­ingskansen op deze pla­neet. Maar som­mige weten­schap­pers bew­eren dat 452b’s grootte de pla­neet miss­chien afkoelt en de vulka­nis­che lucht de atmos­feer behoedt tegen de stral­ing. Willen we liev­er een oude aftake­lend VS of een nieuw bruisend Chi­na met een zacht social­is­tisch kan­t­je? Dat dacht­en we al.

TRAP­PIST-1d

Voor je het vraagt: ja, inder­daad zoals het bier. En dat is geen toe­val. TRAPPIST staat namelijk voor ‘Tran­sit­ing Plan­ets and Plan­etes­i­mals Small Tele­scope’ en werd uit­gevon­den door Bel­gis­che weten­schap­pers die een excu­us zocht­en om hun tele­scoop naar bier te ver­noe­men. Door die vreemde samen­loop van omstandighe­den zijn er nu dus een hoop ster­ren en plan­eten die naar Bel­gisch bier ver­noemd zijn.

Er bestaat waarschi­jn­lijk geen beter plan­e­tair equiv­a­lent van Bel­gië dan deze pla­neet. Trap­pist-1d is een erg kleine pla­neet, slechts ongeveer der­tig pro­cent zoals de aarde. De pla­neet is ook maar veer­tig licht­jaren van ons ver­wi­jderd, wat in plan­e­ten­taal wil zeggen dat het erg dicht­bij is. Een jaar duurt er maar vijf dagen en de pla­neet roteert heel dicht rond zijn ster. Als we de afs­tand tussen de aarde en de zon als één meter zouden voorstellen, is de afs­tand tussen 1d en de Trap­pist twee cen­time­ter. Klein, dicht­bij en een hoop ver­jaarda­gen. Ideaal voor een Belg dus. Het kan een gezel­lig onderon­sje wor­den, gezien onze excessieve lint­be­bouwing plaatsver­spilling is. Er is dan ook enkel plaats voor énkel de Belg. 

Trap­pist-1d is tot op heden ook een van de groot­ste kan­sheb­bers op lev­en. Op de Earth Index, een lijst met plan­eten die het meeste op de aarde lijken, haalt het zelfs de hoog­ste score met een overeenkomst van 91%. Het grote tege­nar­gu­ment is echter dat er te veel broeikas­gassen op de pla­neet aan­wezig zouden zijn, waar­door het er veel te warm is. Toch zouden we de Bel­gis­che regering graag willen aans­poren de Trap­pist te verov­eren.

Prox­i­ma Cen­tau­ri b

Oftewel onze aso­ciale buur, die nog nooit iets van zich heeft lat­en horen. Prox­i­ma Cen­tau­ri b (PCb) is de dicht­ste exo­pla­neet bij ons zonnes­telsel en is min­der dan vijf licht­jaren van ons ver­wi­jderd. PCb bevin­dt zich in de bewoon­bare zone van zijn ster en zou dus wel eens water kun­nen hebben en bewoon­baar kun­nen zijn. Toch zijn er twee grote tege­nar­gu­menten.

Ten eerste is Prox­i­ma Cen­tau­ri een ster die veel last heeft van zon­newinden, stromen van geladen deelt­jes die ontsnap­pen aan de opper­vlak­te van een ster. Daar­door is de kans groot dat PCb zeer radioac­tief is en dat de atmos­feer er at best zeer onsta­biel is. Als er dus al lev­en is, bevin­dt dat zich onder de grond. Een tweede prob­leem is dat de pla­neet waarschi­jn­lijk syn­chroon roteert oftewel steeds met dezelfde kant naar zijn ster gericht staat. Daar­door is er één gloeiend hete kant en één ijsk­oude kant, die alweer lev­en erg moeil­ijk maakt. Tussen de twee zones is er waarschi­jn­lijk wel een ‘Twi­light Zone’ waar lev­en mogelijk is. Wij ver­heugen ons alvast op de ont­moet­ing met de mol-aliens die hier lev­en. 

Signs

Ondanks al deze poten­tiële kan­di­dat­en hebben we dus wel nog steeds geen buite­naardse vriend­jes gevon­den. Dat op zich is al vrij gek, want de meeste weten­schap­pers gaan ervan uit dat er miljoe­nen en miljoe­nen aan andere leef­bare plan­eten moeten bestaan. Frank Drake, Amerikaanse astronoom en astro­fysi­cus, bedacht in 1961 een wiskundi­ge for­mule waarmee hij de waarschi­jn­lijkheid kon bereke­nen hoeveel andere leef­bare plan­eten er moeten bestaan. Deze vergelijk­ing, die bek­end­staat als de Drake-vergelijk­ing, bevat een hele hoop vari­abe­len en dus ver­schilt het antwo­ord op de vergelijk­ing ook van dataset tot dataset. Zo zouden er vol­gens de resul­tat­en van de Hub­ble Space Tele­scope meer dan zes mil­jard andere bewoon­bare plan­eten moeten zijn, ter­wi­jl de resul­tat­en van de Kep­pler-missie dan weer bew­eren dat één op de zes ster­ren een aarde-achtige pla­neet moeten hebben.

De posi­tieve resul­tat­en van de vergelijk­ing zijn echter mis­lei­dend, aangezien we ondanks de grote hoeveel­heid lev­ende wezens nog nooit een alien ont­moet hebben. De dis­crepantie tussen deze posi­tieve inschat­ting en de reële hoeveel­heid ont­dek­te aliens staat bek­end als de ‘Fer­mi-para­dox’. Veel weten­schap­pers hebben al een antwo­ord proberen for­muleren op de para­dox. Som­mi­gen stellen dat soorten nooit lang genoeg lev­en om elka­ar te bereiken, anderen stellen dan weer dat we veel te opti­mistisch zijn over de hoeveel­heid soorten die ‘intel­li­gent’ genoemd kun­nen wor­den of de hoeveel­heid plan­eten die bewoon­baar zijn. 

Maar één ding is zek­er: het zal nog even duren voor wij alle­maal trotse Trap­pis­ten kun­nen wor­den.


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *