Vrouwelijk. Zonder maar. Zonder meer.


Door

Archief

Nicky door Sam Feys Ik keek in de spiegel en vroeg de mening van een vriendin. “Je ziet er vrouwelijk uit, maar pro­fes­sioneel”, zei ze. Ik fron­ste. “Vrouwelijk is toch goed, niet?” Ik ging akko­ord, maar mijn frons bleef nog even hangen. Als de delen van een tweeledig com­pli­ment vasthangen met een ‘maar’, is het…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 26/03/2018 – 9:12 door Nicky Van­degh­in­ste

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Nicky door Sam Feys

Ik keek in de spiegel en vroeg de mening van een vriendin. “Je ziet er vrouwelijk uit, maar pro­fes­sioneel”, zei ze. Ik fron­ste. “Vrouwelijk is toch goed, niet?” Ik ging akko­ord, maar mijn frons bleef nog even hangen. Als de delen van een tweeledig com­pli­ment vasthangen met een ‘maar’, is het de ‘maar’ die bli­jft hangen. Het is een woord dat duidt op een tegen­stelling, alsof de twee leden niet samen horen. Soms duidt het ook op een bedenk­ing. “Het is aantrekke­lijk, maar gaan mensen niet staren?” Deze bedenk­ing bleek waarheid te bevat­ten. Naar het einde van de avond werd er ges­taard, gek­wi­jld en ongewenst bepoteld. Ik hoop dat ik een open deur intrap als ik ver­tel dat de diepte van mijn décol­leté en de gol­ven van mijn heupen hier geen excu­us voor vor­men.

“Als de delen van een tweedelig com­pli­ment vasthangen met een ‘maar’, is het de ‘maar’ die bli­jft hangen”

Er is geen twi­jfel aan dat we van ver komen wat kledij betre­ft. Wat we van­daag graag doen en dra­gen, is veel min­der ver­bon­den met ons ges­lacht dan vroeger. Ons taal­ge­bruik toont echter aan dat het toch nog niet zo vanzelf­sprek­end is als we zouden hopen. Zin­scon­struc­ties die insin­ueren dat je het ene bent en ’toch’ het andere doet, je iets draagt ‘maar’ een bepaalde hob­by hebt, ver­raden ons. Ons, want ook ik ontsnap hier niet aan in mijn spreken en schri­jven.

De sug­gestie valt al eens dat ik mijn kled­ingsti­jl zou kun­nen aan­passen. Zo zou ik bepaalde gedragin­gen en opmerkin­gen ver­mi­j­den. Het prob­leem is dat ik zo ook ver­mi­jd dat ik me goed voel. Mijn iden­titeit is inher­ent aan het lichaam waarin ik me bevind. Ik ben trots op wie ik in de spiegel zie.

“Mijn iden­titeit is inher­ent aan het lichaam waarin ik me bevind”

Doorheen de jaren heb ik leren aan­vaar­den hoe ik eruitzie, en dat heeft mijn kijk op de wereld bepaald. Mijn liefde voor mijn lichaam uit zich in de kleren die ik draag, kleren waarin ik vind dat ik er goed uitzie. Dit deel van mij staat niet in con­trast met andere delen, maar vormt een laag van mijn iden­titeit. De ver­schil­lende lagen kun je niet tegen elka­ar uit­spe­len.

De manier waarop we over uiter­lijk prat­en, ver­raadt de manier waarop we anderen benaderen, beo­orde­len en objec­tiv­eren – of het nu gaat over gen­der, huid­skleur of kled­ingsti­jl. Zo ook kun­nen man­nen pronken met hun borsthaar ‘maar’ heel gevoelig van karak­ter zijn. Mijn vrouwelijkheid, een ander zijn man­nelijkheid, huid­skleur of kled­ingsti­jl beho­even geen ‘maar’. Mijn lichaam is een deel van mijn iden­titeit, maar niet het geheel waarmee mensen me in een hok­je moeten duwen. Ik ben vrouwelijk. Zon­der maar. Zon­der meer.


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *