Substack, huh?
Substack werd in 2017 opgericht door Hamish McKenzie, Chris Best en Jairaj Sethi. Het platform laat schrijvers, journalisten en andere makers – zoals muzikanten – toe om eenvoudig een eigen nieuwsbrief te starten en rechtstreeks naar abonnees te versturen. Intussen kun je er naast nieuwsbrieven ook podcasts en video’s publiceren. Het concept is eenvoudig: iedereen kan een eigen publicatie beginnen en voor een specifieke niche schrijven, van boekentips en recepten tot journalistieke stukken en persoonlijke verhalen. Je kunt het zo gek niet bedenken of iemand schreef er al een artikel over op Substack.
Substack is in principe gratis voor zowel makers als lezers, maar auteurs kunnen ervoor kiezen om een deel van hun content achter een betaalmuur te plaatsen. Abonnees betalen dan bijvoorbeeld maandelijks voor exclusieve artikels of toegang tot een groepschat. Het platform verdient zelf een percentage van die inkomsten. In de afgelopen jaren groeide Substack uit tot een populair platform voor journalisten, opiniemakers en andere auteurs, met volgens het bedrijf meer dan 50 miljoen lezers en 5 miljoen betalende abonnees. Tegelijk krijgt het platform kritiek op zijn beperkte contentmoderatie, waardoor ook controversiële en extremistische publicaties er een plek kunnen vinden.
Tegelijk krijgt het platform kritiek op zijn beperkte contentmoderatie, waardoor ook controversiële en extremistische publicaties er een plek kunnen vinden
Uitgetest
Hoe kun je beter uitzoeken hoe Substack werkt dan door zelf maar eens in het diepe (dal) te springen? Account aanmaken dus. Na het invullen van mijn e‑mailadres kreeg ik meteen de eerste test: wat interesseert mij eigenlijk? De keuzelijst bleek ambitieus, met onderwerpen gaande van U.S. Politics tot Home & Garden. Ik vinkte braaf Culture, Education en Literature aan en mocht vervolgens meteen beginnen met abonneren. De drie eerste suggesties? ‘The Substack Post’, ‘Tim’s Substack’ en – jawel – ‘ChatGPT for Education’. Normaal gezien zou ik nog geen euro neertellen om ChatGPT mij iets over onderwijs te laten vertellen, maar voor de wetenschap van dit artikel offerde ik mijn principes op en klikte ik ze alle drie aan. Niet veel later stroomde mijn feed vol met posts, van ‘Rebecca’s English Hub’, waar iemand mij ongevraagd Engels probeerde aan te leren, tot ‘Books May Save Us’. Mijn eerste indruk? Voorlopig voelt Substack verdacht veel als Instagram, maar dan met langere teksten.

Goed, tijd om te ontdekken hoe academisch de UGent eigenlijk is op Substack. Ik typte ‘UGent’ in de zoekbalk en kreeg vrijwel meteen een bekende naam voorgeschoteld: Maarten Boudry. Verder bleek de UGent-feed opvallend sterk gekleurd door één recente kwestie: die rond Cofnas. Lees daarover ook ons artikel. Om te beginnen plaatste Cofnas de post die de affaire rond Jason Arday in gang zette op Substack, maar ook vele reacties op hem werden op het platform geplaatst. Dit was trouwens niet de eerste keer dat Cofnas hier iets omstreden postte. Zijn controversiële blog en nieuwsbrief over ‘rassenrealisme’ waardoor hij ook door Cambridge werd geschorst, plaatst hij ook op Substack. Dit naast een hele reeks andere uitlatingen over de actualiteit en zijn eigen bezigheden.
Dit wil dus zeggen dat de betrouwbaarheid grotendeels afhangt van de individuele auteur en diens bronnenkritiek en wetenschappelijke houding
Hoe academisch is Substack werkelijk?
Om te beginnen is het belangrijk te beseffen dat Substack niet werd opgericht met als doel een uitsluitend academisch platform te zijn; de bedoeling was altijd een publicatieplatform voor nieuwsbrieven waarop iedereen zou kunnen schrijven. Op die manier is het vergelijkbaar met een blog, maar dan met een ingebouwd verdienmodel door de monetisatie van nieuwsbrieven. Wel zijn een belangrijk deel van deze schrijvers academici.
Muguet Koobasi, informatiedeskundige aan het Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg Gent, verduidelijkt enkele verschillen tussen Substack en andere wetenschappelijke publicatieplatformen of tijdschriften. “Er kan op Substack zeker inhoud van onderzoekers of over wetenschappelijke onderwerpen verschijnen, maar het platform zelf garandeert niet dat die informatie wetenschappelijk onderbouwd of gepeerreviewd is,” zegt Koobasi. “Er is geen tussenkomst van een redactie of vakgenoten, in tegenstelling tot wetenschappelijke tijdschriften.” Dit wil dus zeggen dat de betrouwbaarheid grotendeels afhangt van de individuele auteur en diens bronnenkritiek en wetenschappelijke houding. Dat betekent volgens Koobasi niet dat informatie op Substack per definitie onbetrouwbaar is. Er is gewoon een kritischere, individuele evaluatie nodig dan bij gepeerreviewde bronnen.

Door de beperkte controlemechanismen kwam het platform al enkele malen in opspraak. Ten eerste werden er rond de Covid-periode veel antivax nieuwsbrieven gepubliceerd. Later kwam er nog een schandaal toen The Atlantic uitkwam met een artikel over het “naziprobleem” van Substack. Hiermee wees de krant op de aanwezigheid van extreemrechtse, neonazistische denkers die onder andere witte suprematie promootten in hun nieuwsbrieven. Zoals reeds gezegd post ook de kring van ‘rassenwetenschappers’ van en rond Cofnas vaak op Substack.
Belangrijk is dus om zelf een kritische evaluatie te maken van wat je leest op Substack. Volg je enkel journalisten, wetenschappers en andere betrouwbare kanalen, dan kan je er zeker en vast waardevolle informatie en inzichten bekomen. Als je echter afdaalt in de donkere hoekjes van het platform, kom je wel eens minder betrouwbare tot ronduit verkeerde informatie tegen. In dat opzicht is het goed om het meer te behandelen als een soort sociale media; volg wie jou zelf interesseert en vertrouw niet blindelings alles wat je leest.
