Steven Van Gucht over virusvrees: “Iets wat ik zeer lastig vind als ik interviews geef aan de pers, is dat ik geen enkele controle heb over de kop die ze erin zetten.”


Door

Fien Waege

en

Matthias Diallo

Sinds Covid-19 heerst er een angst voor virussen. Maar hoe bang moeten we eigenlijk zijn? En zijn we als samenleving voorbereid op een eventuele nieuwe uitbraak? Viroloog Steven Van Gucht beantwoordt onze vragen.

Virussen waren afgelopen zomer een hot top­ic in de media. Maar hoe goed zijn we als land voor­bereid, zoveel jaar na coro­na, op een pan­demie? Steven van Gucht is viroloog en hoofd van het Departe­ment Infec­tieziek­ten van de mens bij Sci­en­sano, het Insti­tu­ut voor Volks­ge­zond­heid. Hoewel hij zelf niet meer in het lab­o­ra­to­ri­um staat, coacht hij en houdt hij zich bezig met strate­gis­che belei­d­sli­j­nen rond virussen, bac­ter­iën, parasi­eten en schim­mels. Hij vertelde ons zijn bedenkin­gen bij het onder­w­erp.

Beeld: Jan Van Hecke

Wat is volgens u de grootste reden dat de coronapandemie gelopen is zoals ze is gelopen? 

“We hebben het virus in het begin miss­chien een beet­je onder­schat, hoewel we het eigen­lijk wel zagen aankomen. Om de 10 à 30 jaar komt er een nieuwe pan­demie. In 2009 had­den we de varkens­griep. 11 jaar lat­er, kwam de vol­gende pan­demie. Die was wel van een ander kaliber. Wat dit virus anders maak­te, was vooral dat het makke­lijk onder de radar kon sprei­den, als je het vergelijkt met virussen zoals ebo­la. Daar­door heb je vaak niet door wie besmet is, en kan je niet alle besmette per­so­n­en in quar­an­taine zetten. De com­bi­natie van een zeer besmet­telijk virus en een virus dat onder de radar kan bli­jven, maar bij een deel van de bevolk­ing toch ern­stige klacht­en kon veroorza­k­en, zorgde ervoor dat coro­na zo moeil­ijk te bestri­j­den was. Dat is type­r­end voor res­pi­ra­toire ziek­ten.”

En mocht vandaag een virus uitbreken met een soortgelijke combinatie, hoe goed of slecht zijn we dan voorbereid in vergelijking met 2020?

“Tech­nisch gezien zijn we beter voor­bereid. Er is een pan­demiewet in Bel­gië, waar­door de min­is­ter van Volks­ge­zond­heid, samen met de regering, snel beslissin­gen kan nemen mocht het zover komen. Ook hebben we gener­ieke pan­demieplan­nen, dat zijn plan­nen die ons moeten voor­berei­den op een­der welk besmet­telijk agens dat zich zou ver­sprei­den. Maar papi­er is geduldig. Ik maak me eerder zor­gen over de soci­aal-ethis­che kwest­ie. In het begin is er alti­jd veel sol­i­dariteit, maar naar­mate een pan­demie bli­jft duren, komt er een moe­heid. Ik denk dat er de vol­gende keer snel een enorme polar­isatie van het volk zal zijn. Strenge maa­trege­len nemen is één ding, maar ze lat­en vol­gen door de bevolk­ing is iets hele­maal anders.”

“Op nation­aal niveau zijn we dus een heel pak vooruit­ge­gaan. Europees gezien ook, zij hebben ook een nieuwe wet­gev­ing. Maar globaal zijn we achteruit­ge­gaan. En dat is de fout van de Verenigde Stat­en. Die hebben zich teruggetrokken uit de Wereldge­zond­hei­d­sor­gan­isatie. Op wereld­niveau zijn we dus denk ik meer aan het ver­brokke­len in mul­ti­lat­erale machts­blokken die tegen elka­ar werken, in plaats van met elka­ar.”

“Paniek is nooit goed. Zolang de viroloog niet pani­keert, hoeft de bevolk­ing dat ook niet”

Steven Van Gucht

Bij de uitbraak van het hantavirus was er veel paniek, maar vanaf wanneer is het gerechtvaardigd om te panikeren bij een virus? 

“Paniek is nooit goed. Zolang de viroloog niet pani­keert, hoeft de bevolk­ing dat ook niet. Het han­tavirus kreeg heel wat media-aan­dacht omdat het om rijke west­er­lin­gen ging. Dat waren ongelofe­lijke head­lines. Maar eigen­lijk is dat virus heel snel en effec­tief aangepakt. In dit geval moesten we geen schrik hebben, omdat we de broei­haard kenden. Het is pas als een virus her en der opduikt en we niet meer weten van waar het komt. Dan weet je dat we het miss­chien niet meer in de hand hebben.”

Zijn we als samenleving eerder geneigd om te snel te panikeren of gaan we eerder nonchalant reageren? 

“Dat is sub­jec­tief. Soms kri­jgt iets enorm veel aan­dacht. Het han­tavirus, dat uit­brak op een cruise vol rijke west­er­lin­gen, was heel herken­baar voor ons. Hoe dichter we staan bij de slachtof­fers, hoe ongeruster we gaan zijn. Mocht het gaan om vluchtelin­gen op een boot­je, dan zou dat niet in de media komen en gaan wij als west­er­lin­gen niet snel panikeren.”

Zijn er specifieke virussen waar jullie nu op focussen? Of met extra aandacht volgen om op tijd in te grijpen bijvoorbeeld? 

“Het virus dat momenteel op num­mer één staat, dat alti­jd als voor­beeld gebruikt wordt voor de plan­nen en voor de mod­ellen, is vogel­griep. Dat is nu al twee jaar aan het cir­culeren bij koeien in de Verenigde Stat­en. Door­dat de over­heid daar het virus non­cha­lant behan­delde, zit het onder­tussen al in de melk. Zo bestaat het risi­co dat het uitein­delijk bij de mens terechtkomt. Het is gelukkig een doo­d­lopende infec­tie. Dat wil zeggen dat het virus wel op zoogdieren kan sprin­gen, maar niet meteen doorgegeven kan wor­den. Maar ik denk per­soon­lijk dat dit virus niet de vol­gende pan­demie zal wor­den. Dat zal waarschi­jn­lijk iets wor­den dat we niet zien aankomen. Maar het helpt wel dat we met dit voor­beeld belei­d­splan­nen kun­nen opstellen. Een ander prob­leem dat momenteel bezig is, is het West-Nijlvirus. Dat is een virus dat vanu­it het Zuiden komt, en overge­dra­gen wordt via muggen (onder­tussen zijn er in Bel­gië al vijf mensen besmet, red.). Deze ziek­te is niet pan­demisch, maar kan wel heel ern­stige klacht­en geven. Het is ook vooral gevaar­lijk voor oud­ere mensen, aangezien het virus zich naar de herse­nen kan begeven. Hierover kun­nen we alleen sen­si­bilis­eren. Muggen bestri­j­den kan hele ecosys­te­men tre­f­fen, dus dat zal zelden wor­den gedaan.”

“Daarom proberen wij, vanu­it Sci­en­sano, een bak­en te bli­jven van betrouw­bare infor­matie. Zo kun­nen mensen die twi­jfe­len vertrouwen op onze visie”

Steven Van Gucht

Hoe bereik je die balans waar je een bevolking aan lijkt te maken voor de risico’s van een virus, zonder hen dan ook te angstig te maken? 

“Dat is heel moeil­ijk. Om een breed pub­liek te bereiken, hebben we de pers nodig. Dat is lastig, want dan hang je af van de integriteit en pro­fes­sion­aliteit van de jour­nal­is­ten. Bij som­mi­gen zit dat heel goed, bij anderen is dat dan weer wat min­der. Het is dus moeil­ijk te con­trol­eren wat er in het nieuws komt. Iets wat ik zeer lastig vind als ik inter­views geef aan de pers, is dat ik geen enkele con­t­role heb over de kop die ze erop zetten. Het is de kop die uitein­delijk ver­spreid wordt, vaak een alarmerende kop, en uitein­delijk een redelijk gerust­stel­lend artikel.”

“Er gaat ook veel desin­for­matie rond op sociale media. De waarheid is heel duur, het vraagt tijd en onder­zoek. Maar de leu­gens online zijn goed­koop. Daar kun­nen we niet alti­jd tegenop. Daarom proberen wij, vanu­it Sci­en­sano, een bak­en te bli­jven van betrouw­bare infor­matie. Zo kun­nen mensen die twi­jfe­len vertrouwen op onze visie.”


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *