Virussen waren afgelopen zomer een hot topic in de media. Maar hoe goed zijn we als land voorbereid, zoveel jaar na corona, op een pandemie? Steven van Gucht is viroloog en hoofd van het Departement Infectieziekten van de mens bij Sciensano, het Instituut voor Volksgezondheid. Hoewel hij zelf niet meer in het laboratorium staat, coacht hij en houdt hij zich bezig met strategische beleidslijnen rond virussen, bacteriën, parasieten en schimmels. Hij vertelde ons zijn bedenkingen bij het onderwerp.

Wat is volgens u de grootste reden dat de coronapandemie gelopen is zoals ze is gelopen?
“We hebben het virus in het begin misschien een beetje onderschat, hoewel we het eigenlijk wel zagen aankomen. Om de 10 à 30 jaar komt er een nieuwe pandemie. In 2009 hadden we de varkensgriep. 11 jaar later, kwam de volgende pandemie. Die was wel van een ander kaliber. Wat dit virus anders maakte, was vooral dat het makkelijk onder de radar kon spreiden, als je het vergelijkt met virussen zoals ebola. Daardoor heb je vaak niet door wie besmet is, en kan je niet alle besmette personen in quarantaine zetten. De combinatie van een zeer besmettelijk virus en een virus dat onder de radar kan blijven, maar bij een deel van de bevolking toch ernstige klachten kon veroorzaken, zorgde ervoor dat corona zo moeilijk te bestrijden was. Dat is typerend voor respiratoire ziekten.”
En mocht vandaag een virus uitbreken met een soortgelijke combinatie, hoe goed of slecht zijn we dan voorbereid in vergelijking met 2020?
“Technisch gezien zijn we beter voorbereid. Er is een pandemiewet in België, waardoor de minister van Volksgezondheid, samen met de regering, snel beslissingen kan nemen mocht het zover komen. Ook hebben we generieke pandemieplannen, dat zijn plannen die ons moeten voorbereiden op eender welk besmettelijk agens dat zich zou verspreiden. Maar papier is geduldig. Ik maak me eerder zorgen over de sociaal-ethische kwestie. In het begin is er altijd veel solidariteit, maar naarmate een pandemie blijft duren, komt er een moeheid. Ik denk dat er de volgende keer snel een enorme polarisatie van het volk zal zijn. Strenge maatregelen nemen is één ding, maar ze laten volgen door de bevolking is iets helemaal anders.”
“Op nationaal niveau zijn we dus een heel pak vooruitgegaan. Europees gezien ook, zij hebben ook een nieuwe wetgeving. Maar globaal zijn we achteruitgegaan. En dat is de fout van de Verenigde Staten. Die hebben zich teruggetrokken uit de Wereldgezondheidsorganisatie. Op wereldniveau zijn we dus denk ik meer aan het verbrokkelen in multilaterale machtsblokken die tegen elkaar werken, in plaats van met elkaar.”
“Paniek is nooit goed. Zolang de viroloog niet panikeert, hoeft de bevolking dat ook niet”
Steven Van Gucht
Bij de uitbraak van het hantavirus was er veel paniek, maar vanaf wanneer is het gerechtvaardigd om te panikeren bij een virus?
“Paniek is nooit goed. Zolang de viroloog niet panikeert, hoeft de bevolking dat ook niet. Het hantavirus kreeg heel wat media-aandacht omdat het om rijke westerlingen ging. Dat waren ongelofelijke headlines. Maar eigenlijk is dat virus heel snel en effectief aangepakt. In dit geval moesten we geen schrik hebben, omdat we de broeihaard kenden. Het is pas als een virus her en der opduikt en we niet meer weten van waar het komt. Dan weet je dat we het misschien niet meer in de hand hebben.”
Zijn we als samenleving eerder geneigd om te snel te panikeren of gaan we eerder nonchalant reageren?
“Dat is subjectief. Soms krijgt iets enorm veel aandacht. Het hantavirus, dat uitbrak op een cruise vol rijke westerlingen, was heel herkenbaar voor ons. Hoe dichter we staan bij de slachtoffers, hoe ongeruster we gaan zijn. Mocht het gaan om vluchtelingen op een bootje, dan zou dat niet in de media komen en gaan wij als westerlingen niet snel panikeren.”
Zijn er specifieke virussen waar jullie nu op focussen? Of met extra aandacht volgen om op tijd in te grijpen bijvoorbeeld?
“Het virus dat momenteel op nummer één staat, dat altijd als voorbeeld gebruikt wordt voor de plannen en voor de modellen, is vogelgriep. Dat is nu al twee jaar aan het circuleren bij koeien in de Verenigde Staten. Doordat de overheid daar het virus nonchalant behandelde, zit het ondertussen al in de melk. Zo bestaat het risico dat het uiteindelijk bij de mens terechtkomt. Het is gelukkig een doodlopende infectie. Dat wil zeggen dat het virus wel op zoogdieren kan springen, maar niet meteen doorgegeven kan worden. Maar ik denk persoonlijk dat dit virus niet de volgende pandemie zal worden. Dat zal waarschijnlijk iets worden dat we niet zien aankomen. Maar het helpt wel dat we met dit voorbeeld beleidsplannen kunnen opstellen. Een ander probleem dat momenteel bezig is, is het West-Nijlvirus. Dat is een virus dat vanuit het Zuiden komt, en overgedragen wordt via muggen (ondertussen zijn er in België al vijf mensen besmet, red.). Deze ziekte is niet pandemisch, maar kan wel heel ernstige klachten geven. Het is ook vooral gevaarlijk voor oudere mensen, aangezien het virus zich naar de hersenen kan begeven. Hierover kunnen we alleen sensibiliseren. Muggen bestrijden kan hele ecosystemen treffen, dus dat zal zelden worden gedaan.”
“Daarom proberen wij, vanuit Sciensano, een baken te blijven van betrouwbare informatie. Zo kunnen mensen die twijfelen vertrouwen op onze visie”
Steven Van Gucht
Hoe bereik je die balans waar je een bevolking aan lijkt te maken voor de risico’s van een virus, zonder hen dan ook te angstig te maken?
“Dat is heel moeilijk. Om een breed publiek te bereiken, hebben we de pers nodig. Dat is lastig, want dan hang je af van de integriteit en professionaliteit van de journalisten. Bij sommigen zit dat heel goed, bij anderen is dat dan weer wat minder. Het is dus moeilijk te controleren wat er in het nieuws komt. Iets wat ik zeer lastig vind als ik interviews geef aan de pers, is dat ik geen enkele controle heb over de kop die ze erop zetten. Het is de kop die uiteindelijk verspreid wordt, vaak een alarmerende kop, en uiteindelijk een redelijk geruststellend artikel.”
“Er gaat ook veel desinformatie rond op sociale media. De waarheid is heel duur, het vraagt tijd en onderzoek. Maar de leugens online zijn goedkoop. Daar kunnen we niet altijd tegenop. Daarom proberen wij, vanuit Sciensano, een baken te blijven van betrouwbare informatie. Zo kunnen mensen die twijfelen vertrouwen op onze visie.”


Een reactie achterlaten