Virusmythes onderzocht


Al jarenlang zijn er gezegdes over virussen. Daar zitten veel feiten tussen, maar ook veel fabels. Hoe weet je nog wat echt is en wat niet? In dit artikel worden 3 mythes onderzocht.

1. Word je echt ziek door de kou?

Je kent het wel: je wil vertrekken naar de les en je oud­ers roepen nog snel dat je een jas moet aan­doen, anders word je ziek door de kou. Maar is dat wel echt zo? Wel, het klopt niet. Ziek word je wel degelijk door ziek­tekiemen, zoals bac­ter­iën en virussen. In de win­ter houden we graag onze ramen en deuren dicht, zo bli­jft de warmte bin­nen. Dat vin­den niet alleen wij mensen aan­ge­naam, maar ook de virussen. Het is makke­lijk­er te besmet­ten als iedereen dicht bij elka­ar zit in een slecht geven­tileerde kamer. Toch speelt het weer ook een beet­je mee. Een droge lucht droogt de sli­jmvliezen in de neus en keel uit. Die zijn er net om ons te bescher­men tegen ziek­tes. Ook een aan­houdend lage lichaam­stem­per­atu­ur maakt ons min­der weer­baar tegen virussen. De kou maakt ons dus miss­chien wel min­der bestand tegen virussen, maar het zijn nog steeds de ziek­tekiemen die de boos­doen­ers zijn.

Beeld: Fien Waege

2. Krijg je de griep na een griepvaccin?

Bij een griep­vac­cin wordt het immuun­sys­teem ges­tim­uleerd door onderde­len van een griepvirus in te spuiten in het lichaam. Zo zal het afweer­sys­teem de ziek­te kun­nen herken­nen en de mens erte­gen bescher­men. Maar als we een virus inspuiten, wor­den we er dan niet ziek van? Een vac­cin bevat een onschadelijke en dode vari­ant van het virus. Aangezien griep veroorza­akt wordt door een lev­end virus, is er dus geen link met het virus. Als je kort na een vac­ci­natie toch ziek wordt, was je waarschi­jn­lijk al van tevoren besmet. 

Als je kort na een vac­ci­natie toch ziek wordt, was je waarschi­jn­lijk al van tevoren besmet

3. Wordt een virus sterker naarmate het zich verder verspreidt? 

Het was in 2020 over­al in de media: werd een vari­ant van COVID-19 gevaar­lijk­er? Besmet­telijk­er? Dodelijk­er? Begin­nen bij het begin: omdat virussen zich voort­durend ver­menigvuldigen en dus hun genetis­che code steeds kopiëren, ontstaan er fouten in die code. Vaak zijn dergelijke mutaties onschuldig, maar ze kun­nen een virus ook op ver­schil­lende manieren helpen. Enerz­i­jds kan het virus zich sneller kopiëren en zich dus sneller ver­sprei­den. Anderz­i­jds kan het ons immuun­sys­teem beter omzeilen. Een gemu­teerd virus is dus een besmet­telijk­er virus. Maar die mutaties zor­gen er niet voor dat we ziek­er wor­den, of dat de virussen gevaar­lijk­er zijn voor ons lichaam.