Stefan Hertmans: “Een roman die je niet kan vastpinnen, dat is het meest interessant”


Door

Archief

Hoe behoud je als individu je morele waardigheid in een steeds sterker polariserende wereld? UGent-alumnus van het jaar 2025 en writer in residence Stefan Hertmans aan het woord.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 11/05/2026 – 9:31 door Leone MattheusLotte Van den Eyn­den­Wout Lan­duyt­Sarah Van Crom­bruggen

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Welke boeken las u als stu­dent?

“Dat was wellicht niet zo anders als van­daag. Des­ti­jds was ik erg onder de indruk van John Donne en William But­ler Yeats. Vooral Yeats vond ik inspir­erend, ook door zijn rol in de Ierse poli­tieke beweg­ing, al wordt hij nu waarschi­jn­lijk min­der gelezen. Hoewel ik toen veel aha-erleb­nis­sen had, kwa­men de groot­ste inzicht­en pas na mijn studie. Dat was het moment dat ik Vladimir Nabokov en Jorge Luis Borges ont­dek­te, net als de avant-gardis­ten van die tijd: Hein­er Müller en Samuel Beck­ett. Dat was voor onze gen­er­atie echt een ongelooflijke ervar­ing, eve­nals de gen­er­atie van de Franse nou­veau roman met schri­jvers als Mar­guerite Duras en Nathalie Sar­raute. Pas veel lat­er kwa­men daar de Griekse tragedies bij. Omdat ik me op dat moment al volop inter­esseerde voor de mod­ernistis­che en post­mod­erne lit­er­atu­ur, zag ik in die klassieke tragedies ook een rad­i­caliteit die ik tevoren niet had kun­nen waarne­men.”

Wat is de posi­tie van een schri­jver in het maatschap­pelijke debat?

“Dat is iets waar ik al decen­nia over nadenk. Ik heb er ook geregeld over nagedacht in mijn essays. Een schri­jver kan, om Gram­sci te parafraseren, beschouwd wor­den als iemand die behoort tot een klasse van intel­lectue­len. Dat betekent dat hij ook menin­gen for­muleert over din­gen waar hij niet voor is opgeleid. Van­daar dat schri­jvers best uitk­ijken om niet over alles een mening te ven­til­eren en te gaan orake­len.”

“Tussen de twee uiter­sten in het debat zit een mid­den­groep die zwi­jgt, en die is eigen­lijk het inter­es­santst” – Hert­mans 

“Je hebt de plicht je te informeren als je een stand­punt inneemt. Als je iets wilt zeggen over het kli­maat, kun je maar beter de artikels op de web­site van het IPCC lezen. Er is een moment, ook in de posi­tie van de schri­jver, dat hij zich wel degelijk moet uit­spreken. Dan bli­jft de vraag op welke manier een schri­jver zich het best uit­spreekt.”

Waarmee draag je het meeste bij tot een open­ing of the mind?

“Door een roman te schri­jven die je niet kan vast­pin­nen, waar­bij je op de laat­ste pag­i­na denkt: ‘Wat moet ik daar nu eigen­lijk van denken?’ Of door een essay te schri­jven waar­van de lez­er kan zeggen: ‘Ja, ja, ja, dik onder­steept. Ik ben het eens.’ Wat is het meest inter­es­sant? Ik probeer bei­de. Maar wat het lang­ste leeft, zijn miss­chien toch gedicht­en en tek­sten waar je niet meteen de vinger op kunt leggen.”

Hoe kijkt u naar de huidi­ge poli­tieke ver­schuivin­gen en de toen­e­mende polaris­er­ing in de samen­lev­ing?

“Tussen de twee uiter­sten in het debat zit een mid­den­groep die zwi­jgt, en die is eigen­lijk het inter­es­santst. Die groep wankelt, en in elke democ­ra­tie draait het uitein­delijk om hen. Wat zal die mid­den­groep gaan doen? In mijn gen­er­atie neigde die groep naar links en het pro­gressieve denken; het was een tijd van eman­ci­patie. In jul­lie gen­er­atie zien we echter dat een aan­tal jon­geren en stu­den­ten rechtser denkt dan hun pro­fes­soren. Dat is nieuw. Het was voor mij een ver­rassende vast­stelling waar­bij ik dacht, om het met Bowie te zeggen: where are we now? Er is niet alleen sprake van een ver­rechts­ing bij jonge mensen, maar ook van een sterke polaris­er­ing. Ik heb de indruk dat er in mijn jeugd toch meer sprake was van een diep­gaand ide­ol­o­gisch debat.”

“We moeten bli­jven staan voor ons stand­punt en dat verdedi­gen met rust en waardigheid” – Ste­fan Hert­mans 

“We moeten ons afvra­gen hoe we weer dergelijke open debat­ten aan de uni­ver­siteit kun­nen organ­is­eren waar­bij wordt afge­spro­ken om ook ver­baal geweld­loos te bli­jven. Maar wellicht klinkt dit al snel betut­te­lend. Mensen ervaren vaak de com­plex­iteit zélf niet meer. Het idee dat we alle­maal in een links of een rechts kamp moeten zit­ten, is een nut­teloos debat. Hoe moeten we spreken om die polar­iteit te over­sti­j­gen? Dat is één van de din­gen waar ik echt wakker van lig; die harde bipo­lar­iteit is nieuw.”

Wat denkt u over het pub­lieke debat rond een alter­natief voor het kap­i­tal­isme?

“Het punt is dat het kap­i­tal­isme ste­unt op de TINA-filosofie: There Is No Alter­na­tive. Žižek zei ooit dat mensen zich makke­lijk­er het einde van de wereld kun­nen voorstellen dan het einde van het kap­i­tal­isme. Natu­urlijk kun­nen we filosofer­en over alter­natieven, maar zodra we dromen van een rev­o­lu­tion­aire over­gang naar iets anders, moeten we ons afvra­gen hoeveel miljoe­nen slachtof­fers dat zou eisen. We moeten uitk­ijken voor oplossin­gen die alleen in the­o­rie werken. Er lev­en al zoveel mensen in pre­cariteit door een fal­end kap­i­tal­isme; ik geloof niet dat een puur rev­o­lu­tion­aire the­o­rie over het afschaf­fen ervan momenteel een vrucht­bare weg is.”

“Dat betekent dat ik moet beken­nen dat ik in ter­men van revi­sion­isme denk: kun­nen we het sys­teem herzien, bijschaven? Het ver­baas­de me dat dit pre­cies het the­ma was in het debat tussen Ver­hof­s­tadt en Pfei­jf­fer. Eigen­lijk kun je geen sociale voorzienin­gen meer organ­is­eren op nationale basis; alles is geopoli­tiek en werelde­conomisch met elka­ar ver­bon­den. We zit­ten vast aan die economis­che struc­turen. Nochtans zijn er inter­es­sante ini­ti­atieven, zoals micro-kap­i­tal­isme in Afri­ka.”

Waar moeten we dan nog begin­nen? Heeft u een bood­schap voor de UGent-stu­dent?

“We moeten bli­jven geloven in bewust­mak­ing; dat we daad­w­erke­lijk een men­tal­iteitsveran­der­ing kun­nen bew­erk­stel­li­gen. Dat begint in de eerste plaats door zelf con­se­quent te han­de­len. Dat geeft je zel­fre­spect, en als je dat zel­fre­spect bewaart, word je niet depressief. Het stelt je in staat om een zekere morele waardigheid te behouden tegen­over alles wat er in de wereld gebeurt. Ten tweede is het belan­grijk om op een serene manier voor je mening uit te komen, zon­der direct te polaris­eren. We moeten bli­jven staan voor ons stand­punt en dat verdedi­gen met rust en waardigheid. Dat zijn zak­en die je helpen in het dagelijks lev­en.”


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *