Droomwerelden op de laatste dag Boomtown


Door

Archief

Op de zesde en laatste dag schiep de Handelsbeurs een line-up van Belgische, experimentele muziekwezens. Genregrenzen werden uitgedaagd, dromen nagejaagd en geesten verruimd. En we hoorden dat het verdomd goed was.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 23/07/2017 – 23:51 door Joline Ver­meulen

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Offerrituelen

MDCIII

Al in de vroege avond liep de con­certza­al vol voor MDCIII, het ver­rassende en veel­belovende tri­o­pro­ject van Matthias De Craene die zelf diverse blaasin­stru­menten bespeelde. De donkere en hevig berook­te set­ting leek in com­bi­natie met de eerste nood­lot­tige trom­sla­gen van gere­specteerde drum­mers Lennert Jacobs en Simon Segers als een mag­netisch veld op het pub­liek te werken. Vanaf het begin tot het einde van de act wer­den we meegesleept in een trance van opzwepende, natu­urlijk aan­doende ritmes die erg langza­am een span­ning in de richt­ing van een apoc­a­lyps opbouw­den. Zo waar­borgden de lange num­mers een haast onon­der­bro­ken hyp­nose waarin de toeschouw­er als het ware een rol in een ver­haal over inheemse stam­men en hun offer­ritue­len kreeg.  

Kopstemhoge sferen

Cat­bug

Min­der zin­derend, maar een pak ted­erder was het solo-optre­den van de jonge Antwerpse Cat­bug, die ons kort en iet­wat ver­legen begroette met de woor­den “hey exper­i­men­tal music lovers”. Ter­wi­jl ze zichzelf op haar blauwe gitaar begelei­d­de, bracht ze drie innemende num­mers die enigszins aan Scan­di­navis­che indie deden denken. De exper­i­mentele dimen­sie schuilde duidelijk in haar zang: gretig maak­te de muzikante gebruik van haar ijle kop­stem die – op een paar uit­zon­derin­gen na – steeds naad­loos overvloei­de in een rauwere, zwoele zang­stem die nie­mand onberoerd liet. In de toekomst mag ze gerust wat min­der onwen­nig op het podi­um staan, want ze heeft haar plaat­sje daar ver­di­end. 

Veelzijdige driehoek

De vol­gende band die op het podi­um van de Han­dels­beurs neer­streek, was het unieke trio Dans Dans dat in 2012 zijn debu­ut maak­te. Ze staan erom bek­end: frontman/gitarist Bert Dockx, bassist Fred­er­ic Jacques en drum­mer Steven Cassiers verk­enden onver­moeibaar elke uithoek van het muzikale land­schap, wat in een resem onverwachtse wendin­gen resul­teerde. Van intieme jazz en ons­tu­imige rock tot avant-garde – in elk genre van dit wel erg brede spec­trum onthulden de drie zich als geboren muzikan­ten. Voor elk wat wils, zou men denken, maar voor het pub­liek vor­m­den de over­gan­gen een heuse uitdag­ing die zich in een men­gel­moes van heup­wiegen, wild dansen, vreemde lichaam­skro­n­kelin­gen en fron­sende blikken ver­taalde. Ver­make­lijk, maar ver­moeiend.  

Hemels duo

BeraadGes­la­gen

In de pauze tussen de laat­ste twee optre­dens zak­ten – ver­moedelijk door de stortre­gen – maar weini­gen af naar de Kouter, waar­door de sound­check van BeraadGes­la­gen al een ruim pub­liek lok­te. En terecht, want die voor­spelde een buitenge­wone per­for­mance. Het duo dat bestaat uit drum­mer Lan­der Gyselinck en toetsenist/zanger Ful­co Otter­vanger had zich immers niet op het podi­um, maar te mid­den van de zaal geïn­stalleerd, waar ze ons al warm maak­ten voor wat nog komen moest. Nadat de twee ons meedeelden dat het “daar” (wijzend naar het podi­um) te doen was, keken we om en zagen we Cat­bug die een prachtig ver­volg gaf aan haar vorige muzikale inter­mez­zo en zo de hemelse act van BeraadGes­la­gen mocht inlei­den. Gelukza­ligheid ver­sprei­d­de zich over de gezicht­en van de fes­ti­val­gangers toen Gyselinck ons nog maar eens van zijn immense drum­tal­ent over­tu­igde en sfeerverzek­er­aar Otter­vanger zijn vingers over maar lief­st drie syn­the­siz­ers liet gli­j­den. Een zeer com­ple­men­taire com­bi­natie, zo bleek snel. Recht tegen­over elka­ar gestoeld speelden ze aan­dachtig in op wat de ander deed en schiepen zo een vervreem­dende muzikale wereld, waarin ze ons – allen dansend – toch thuis deden voe­len. Door hun com­bi­natie van won­der­lijk betitelde num­mers als ‘Wolken­wer­pen’, impro­visatie en terugk­erende motieven hield het char­mante duo het pub­liek tot aan de laat­ste noten in hun greep. Eindi­gen deden ze met een wel erg impres­sio­n­ant “opstap­je naar Spin­vis”, waar­na ze het mid­den met dankbare buigin­gen ver­li­eten en opgin­gen in het pub­liek.  


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *