A Prayer before Dawn – Film Fest Gent


Door

Archief

Jean-Stephane Sauvaine, regisseur van 'Johnny Mad Dog', bracht dit jaar opnieuw een meesterwerk tot leven. Het pareltje had deze keer wel een paar gezichtstatoeages en kotste om de zoveel tijd wat bloed op. 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 16/10/2017 – 15:28 door Mon Dewulf

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

 

Jean-Stephane Sauvaire neemt ons mee naar Klong Prem, een van de meest beruchte gevan­genis­sen in Thai­land. Miss­chien heb je wat moeite om je bij zo’n plaats iets voor te stellen, maar hoge verwachtin­gen hoef je niet hebben. Het is een plaats waar de doorsnee gevan­gene meer tattoo’s dan moreel geweten heeft en waar waarschi­jn­lijk meer mensen dood dan lev­end buiten komen. Als sar­dines in een blik slapen de gevan­genen in een kamer waarin ze van een won­der mogen spreken als ze wakker wor­den zon­der bestolen of verkracht te zijn.

De bloed­erige film is gebaseerd op de mem­oires van Bil­ly Moore in ‘A Prayer before Dawn: A Night­mare in Thai­land’, een waarge­beurd ver­haal over een jonge drugsver­slaafde Brit die probeert te over­leven in exact diezelfde gevan­ge­nis in Bangkok. Luidruchtig, onaan­ge­naam en vooral mee­do­gen­loos raast de film over je heen, vooruit ges­tuwd door testos­teron en trek­jes yaba (zo’n goeie 30mg metham­fe­t­a­mine gemengd met ongeveer 50mg cafeïne). De gol­ven van ultra­geweld­dadi­ge beelden die con­stant op je inbeuken zor­gen voor een reduc­tie van alles tot enkel de fysieke lichamen van acteurs overbli­jven. Vaak valt er geen enkel trek­je menselijkheid meer te herken­nen.

Joe Cole zet een fenom­e­nale presta­tie neer als hoofd­per­son­age Bil­ly Moore: hij zorgt voor het laat­ste beet­je menselijkheid waaraan je jezelf als toeschouw­er optrekt. Zijn bleke, onge­ta­toeëerde bok­ser­slichaam maakt van hem een zwart schaap in de gele kud­de van Thaise moor­de­naars. De enige reden waarom hij zo lang weet te over­leven op deze god­ver­geten plaats is omdat hij weet hoe je aan Muay Thai (een bru­tale Thaise vecht­sport) doet. Met behulp van een paar pak­jes sigaret­ten die hij tij­dens het gokken gewon­nen heeft, kan Bil­ly een plaat­sje in de boksclub van de gevan­ge­nis bemachti­gen. Door­dat hij een andere taal spreekt, zit Bil­ly (en bijgevolg ook de kijk­er) volledig geï­soleerd tussen de Thaise gevan­genen. Toch ontwikkel je als toeschouw­er na een tijd­je een mager gevoel van ver­bon­den­heid met de andere ongelukki­gen waarmee Bil­ly de kamer deelt. Iro­nisch genoeg lijkt vooral elka­ar afranse­len tij­dens de train­in­gen een band te schep­pen.

‘A Prayer before Dawn’ heeft iets weg van een doc­u­men­taire; alsof de regis­seur het dagelijkse lev­en heeft gefilmd en toe­val­lig op Bil­ly Moore is gebotst. Wan­neer de aftitel­ing na de film begint te rollen heb je het gevoel dat je drin­gend een douche moet nemen, om het opge­droogde bloed van onder je nagels te schrobben. Het lijkt alsof je zelf hebt vast­gezeten in die geweld­dadi­ge hel en iets te veel trek­jes yaba hebt genomen. Op weg naar huis zal je toch even opschrikken als iemand ‘goeiedag’ zegt, alsof je trom­melvliezen enkel nog onver­staan­baar Azi­atisch gekri­js had­den verwacht.


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *