Onderwijs en Geld, een debat


Door

Archief

Op maandagavond 4 maart organiseerde de Gentse Studentenraad het debat ‘Onderwijs en geld: Investeren in de toekomst?’ in Auditorium Devreker in campus Tweekerken. Was u niet aanwezig en heeft u onze live tweets van @Schamper ook gemist? Niet getreurd, hierbij wordt u een smakelijke synthese aangeboden van deze rijkelijk gevulde avond.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 9/03/2019 – 14:30 door Mingt­je Wang­Wout Vier­ber­gen

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Een Hol­lan­der, een rec­tor en vijf politi­ci liepen elka­ar eens tegen het lijf. Niet in een bar, maar in een schemerig audi­to­ri­um ergens onder de grond. Bij gebrek aan bruisend ger­ste­nat, moest water vol­doen als dorstless­er voor dit praat­graag amal­gaam met een groot poten­tieel tot inter­es­sant debat. Jeroen Huis­man, mod­er­a­tor van de avond, werd naar eigen zeggen als Ned­er­lan­der gevraagd zodat hij ‘domme en botte vra­gen’ zou kun­nen stellen. Dit stereo­type werd bin­nen de kort­ste keren beves­tigd wan­neer hij Franc Bogov­ic (Open Vld) aankondigde als expert hoger onder­wi­js en politi­cus van ‘Open Vlaan­deren’. Gelukkig zorgde dit voor een luchtige open­ing van een anders erg ern­stig debat.

Thema 1: Toegankelijkheid van het onderwijs

Het eerste, en mogelijks boeiend­ste the­ma van de avond was de toe­ganke­lijkheid van het hoger onder­wi­js. Nog steeds is de diver­siteit in het hoger onder­wi­js, en in uni­ver­siteit­en bij uit­stek, zeer laag. Veel jon­geren vin­den nog steeds de weg naar het hoger onder­wi­js niet. Uni­ver­si­taire oplei­din­gen wor­den nog steeds geplaagd door het idee dat deze enkel voor de elite geschikt zijn. (Her)oriëntering is ook nog steeds een lastig ver­haal.

“Toe­lat­ing­sproeven zijn zoals Dash, ze wassen uw doorstroom wit­ter dan wit”

Jan Durnez (CD&V) vraagt zich af hoe de instroom ver­loopt en waar de knelpun­ten zit­ten. Vol­gens hem stokt het vooral bij het mak­en van een ver­keerde studiekeuze, mensen met een migratieachter­grond, lage socio-economis­che sta­tus en bepaalde beperkin­gen. Als oploss­ing ziet hij heil in de verdere ontwik­kel­ing van de grad­u­aat­so­plei­d­ing en een betere voor­berei­d­ing op het mak­en van studiekeuzes dankz­ij oriën­tatieproeven zoals Colum­bus. Ook Elis­a­beth Meule­man (Groen) hekelde de onvoltooide democ­ra­tis­er­ing van het onder­wi­js en zag het als de taak van de over­heid om een diver­siteit­s­plan niet enkel te stim­uleren, maar ook ver­plicht te mak­en. “We zijn al erg toe­ganke­lijk, omdat we geen algemene toe­lat­ing­sproeven hebben”, opent onze eigen­ste rec­tor Rik Van de Walle. Hij ziet al een posi­tieve vooruit­gang. Wel beseft hij dat je je daar niet blind op mag staren. Bij pro­jecten zoals de Kinderuni­ver­siteit ziet hij dat deze vaak een erg divers pub­liek aantrekken, maar zodra je kijkt naar de echte uni­ver­siteit, zie je nog steeds vooral de blanke mid­den­klasse. Als oploss­ing brengt Van de Walle het nieuwe project rond rolmod­ellen naar voren. Hier­mee wil de UGent niet enkel jon­geren proberen lokken naar hier, maar ook zelf de leefw­ereld van de jon­geren bin­nen­stap­pen.

Open Vld’er Franc Bogov­ic begon op zijn beurt zijn frus­tratie te uiten ten aanzien van immi­granten die na een suc­cesvolle studie weer verd­wi­j­nen naar hun land van herkomst, samen met de ken­nis en ervar­ing die ze hier opgedaan hebben. We hield­en hem zowaar voor de N‑VA’er van dienst die pas laat­ti­jdig op het debat zou aankomen. Verder pleitte Bogov­ic over het belang van diver­siteit in ons onder­wi­js omdat een mix van ver­schil­lende profie­len beter zou presteren dan een homogeen team. Thi­js Ver­beurgt (sp.a) kreeg alvast plus­pun­ten voor de orig­i­neel­ste uit­spraak over het the­ma: “Toe­lat­ing­sproeven zijn zoals Dash, ze wassen uw doorstroom wit­ter dan wit.” Het prob­leem is immers dat toe­lat­ing­sproeven nu een­maal ‘wit­wassen’. Los van hoe cor­rect die test ook mag zijn, aldus Ver­beurgt.

Durnez voedt het debat verder door aan te halen dat het aan­tal stu­den­ten dat start niet het prob­leem is. “65% van de 18-jari­gen start met een oplei­d­ing in het hoger onder­wi­js. Prob­lema­tis­ch­er is het ver­lies onder­weg.” Van de Walle beaamt het prob­leem, maar waarschuwt dat doorstroom­ci­jfers ver­beteren eigen­lijk heel makke­lijk is. “Dan ver­la­gen we het niveau gewoon.” Een optie die uit­er­aard niet te over­we­gen valt. Pro­gressiev­er en mogelijks onverwachter is zijn ander voors­tel: “De input­fi­nancier­ing moet gedempt wor­den.” Elke hogeron­der­wi­jsin­stelling kri­jgt namelijk sub­si­dies naarge­lang het aan­tal ingeschreven stu­den­ten. Deze is echter niet gelijk voor elke stu­dent en ‘verse’ eerste­jaarsstu­den­ten lev­eren de instelling momenteel meer geld op dan stu­den­ten die reeds een studie aangevat hebben. Vol­gens Van de Walle moeten we ervoor zor­gen dat we niet meer om het even wie aantrekken en inzetten op een juiste oriën­tatie van in het begin.

“De her­vorm­ing van het secundair onder­wi­js is de groot­ste gemiste kans”

Boven­di­en haalt Van de Walle aan dat er ook naar het secundair onder­wi­js gekeken moet wor­den. “Ik denk dat we goed zouden zijn met een debat over het secundair onder­wi­js. De eindter­men zijn goed, de toets­ing loopt mank. Er zijn stu­den­ten met een diplo­ma secundair onder­wi­js die deze com­pe­ten­ties man­i­fest niet bezit­ten”, klinkt het. Een mening die ook Meule­man bijtreedt. “De her­vorm­ing van het secundair onder­wi­js is de groot­ste gemiste kans.” Stem­men luiden voor de nood aan een gecen­traliseerd toetsmod­el dat deze com­pe­ten­ties moet waar­bor­gen.

Thema 2: Hoe kijken naar de toekomst, welke financiële middelen zetten we in en hoe?

Het tweede the­ma van de avond, het tweede deel van de naam van het debat. Geld. Momenteel zou zo’n 1,3% van het Bru­to Region­aal Prod­uct (BRP) geïn­vesteerd wor­den in onder­wi­js. Om dat cijfer iets meer beteke­nis te geven, denken we terug aan VVS, de Vlaamse Verenig­ing voor Stu­den­ten, die er onlangs op hun Valen­ti­jnsverk­lar­ing voor pleitte om de onder­wi­js­fi­nancier­ing op te trekken naar 2% van het BRP, con­form Europese aan­bevelin­gen. Ook Meule­man stelt vast dat er serieuze besparin­gen zijn geweest op het hoger onder­wi­js. “We betal­en meer inschri­jv­ings­geld, maar kri­j­gen min­der waar voor ons geld.” Durnez nuanceert deze stelling: “Het aan­tal stu­den­ten is inder­daad expo­nen­tieel gegroeid, maar hier­door zijn ook de inspan­nin­gen van de over­heid meege­groeid.” Van de Walle is het hier niet volledig mee eens en werpt tegen dat ondanks dat de finan­ciële kosten zijn toegenomen, ze toch niet evenredig sti­j­gen met de groei van de stu­den­ten. Over dat inschri­jv­ings­geld had Matthias Diepen­daele (N‑VA) nog een har­tig woord­je te zeggen. “Er is nog nooit iemand tegenge­houden geweest om te gaan stud­eren door een ver­hoging van het inschri­jv­ings­geld”, aldus de N‑VA’er.

“Er is nog nooit iemand tegenge­houden geweest om te gaan stud­eren door een ver­hoging van het inschri­jv­ings­geld”

Met een opmerke­lijk voors­tel omtrent financier­ing schud­de de rec­tor de zaal weer wakker. Vol­gens hem zou over­hei­ds­fi­nancier­ing gekop­peld moeten wor­den aan bepaalde voor­waar­den, zoals gedeeld gebruik van infra­struc­tu­ur, inter­dis­ci­pli­nar­iteit en samen­werk­ing tussen uni­ver­siteit­en en andere hogeron­der­wi­jsin­stellin­gen. Diepen­daele vrees­de hier­bij voor een ver­loed­er­ing van de interuni­ver­si­taire con­cur­ren­tie. De kleine win­sten die voortvloeien uit samen­werk­ing wegen vol­gens hem niet op tegen de grotere voorde­len die een gezonde con­cur­ren­tie kan bieden. Van de Walle verdedigde zijn stelling met hand en tand en liet duidelijk blijken dat interuni­ver­si­taire samen­werk­ing geen syn­on­iem was voor een dal­ende con­cur­ren­tie of een inboet­ing aan kwaliteit. Sterk­er nog, een mon­di­aal top­niveau halen bin­nen een bepaalde branche is enkel mogelijk mits goede samen­werk­ing. Ten slotte merk­te Ver­beurgt op dat bij de financier­ing van nieuwe F35’s, indus­trie en andere ‘noodza­ke­lijke’ investerin­gen de vraag of dat wel betaal­baar is zelden cen­traal staat, ter­wi­jl dat bij onder­wi­js en cul­tu­ur wel scher­ing en inslag is.

Thema 3: Onderzoek

Hebben we onder­zoek ein­delijk uit haar ivoren toren kun­nen halen? Moeten we inzetten op maatschap­pelijke rel­e­vantie? Hoe zit dat met slow sci­ence en acad­e­mia?

Een van de vra­gen die bij dit the­ma naar boven kwam is of weten­schap­pelijk onder­zoek een maatschap­pelijke of economis­che finaliteit moet hebben. Ten opzichte van andere wereld­de­len loopt Vlaan­deren duidelijk nog achter bij het ver­mark­ten van weten­schap­pelijke resul­tat­en. Van de Walle liet weten dat fun­da­menteel onder­zoek erg riskant is, maar o zo belan­grijk. En dat moet vol­gens hem kun­nen aan een uni­ver­siteit. Een belan­grijke fac­tor hierin is serendip­iteit: het creëren van ken­nis zon­der naar iets spec­i­fieks op zoek te zijn, maar eerder door het stu­iten op onverwachte zak­en. “Als we niet dur­ven falen, zullen we ook niet vooruit­gaan.” Mis­lukken wilt immers niet per se zeggen dat het onder­zoek gefaald is. “We moeten een kli­maat van durf en inven­tiviteit creëren”, aldus Van de Walle.

“Als we niet dur­ven falen, zullen we ook niet vooruit­gaan”

Zow­el Bogov­ic als Van de Walle waren zeer gesteld op de acad­emis­che vri­jheid en opperde dat de over­heid de onder­zoek­sagen­da niet mag bepalen. “Fun­da­menteel onder­zoek moet vrij zijn en hoeft niet steeds in te spe­len op hot top­ics zoals bijvoor­beeld het kli­maat nu”, aldus Bogov­ic. Ook Ver­beurgt stelt dat de over­heid de onder­zoek­sagen­da niet mag bepalen, maar vin­dt dat de over­heid belei­don­der­s­te­unend onder­zoek zou moeten ste­unen. Enkel Diepen­daele was ervan over­tu­igd dat er een bal­ans moet zijn tussen weten­schap­pelijke experten en de over­heid die beslist wat er op de agen­da komt.

Drie uur na aan­vang van het debat is het dan zover. Het einde van een lange, inter­es­sante avond. Zoals bij elk goed debat is dit com­pleet uit­gelopen. Het pub­liek kan ein­delijk naar huis gaan met meer stof om over na te denken, de pan­elle­den met choco­lade, cuber­dons en een fles wijn.


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *