Film Fest Gent: Familie


Door

Archief

Na theaterzalen moeten ook bioscopen zich klaarmaken voor de controversiële, volgens sommigen problematische, film 'Familie'. Milo Rau schiet met hardheid, en wat ervan overblijft is niet altijd even schoon. Maar de vertaalslag van podium naar film, die staat wel op zijn poten.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 15/10/2020 – 19:40 door Six­tine Bérard

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Pla­to zou gruwen: ‘Fam­i­lie’ is een afdruk van een afdruk. Het gelijk­namige the­ater­stuk, onder regie van Milo Rau, is vrij gebaseerd op een waarge­beurd inci­dent: de col­lec­tieve zelf­dod­ing van een ogen­schi­jn­lijk doorsnee gezin in het gri­jze Calais.

Het ver­fil­men van the­ater­stukken kan resul­teren in een vac­uüm getrokken ver­sie van toneel, ont­daan van de adem­lucht van deze fun­da­menteel tran­si­torische, lijfe­lijke, live kun­stvorm. De grote ver­di­en­ste van ‘Fam­i­lie’ is om daaraan te ontsnap­pen. Door nauwkeurige ingrepen zoals close-ups (dat irri­tant ges­mos met kaarsen aan tafel!), vloeiende cam­er­abe­weg­in­gen en een enorme aan­dacht voor de belicht­ing en de vide­ofrag­menten op de tv, ontspringt ‘Fam­i­lie’ de dans van sta­tis­che the­ater­ver­film­ing.

Des­on­danks wor­den de the­atrale ele­menten niet ver­doezeld: het decor is beladen maar beperkt in ruimte, bij het uit­zoomen zie je een scène, en de film opent en sluit met dikke fluweel­rode the­ater­gordi­j­nen. Die eerlijkheid valt best te appre­ciëren: de toeschouw­er weet dat er een andere ruimtelijkheid zal ver­schi­j­nen dan in klassieke films, maar dat je wel degelijk op bioscoop­stoelt­jes zit en niet in een schouw­burg.

Je moet geen extra kaas strooien op lasagna: de gelaagdheid gaat erdoor ver­loren

Wat er achter die gordi­j­nen en dus vóór de cam­era gebeurt, is echter ste­vige kost. Niet dat de scenografie of tekst indruk­wekkend is, maar de the­matiek is zo del­i­caat dat je bij­na niet anders kunt dan ger­aakt wor­den. En net hierin ligt een zwak­te: ook met meer sub­tiliteit in regie zou het stuk op zichzelf kun­nen staan. De tekst bal­anceert daar­ente­gen wel genoeg tussen onthullen en zwi­j­gen. De stiltes zijn, zoals vaak, veelzeggend. Maar zoals de tekst del­i­caat is, zo zijn de laat­ste scènes bru­taal. Je moet geen extra kaas strooien op lasagna: de gelaagdheid gaat erdoor ver­loren.

Over deze film valt veel te zeggen, over het toneel­stuk is al veel gezegd. Er hangen nog veel deelvra­gen vast aan dé vraag, wat wel of niet getoond mag wor­den op toneel en film. Hoe gaan we als ver­sneld gedig­i­taliseerde maatschap­pij om met beelden? En waar laat men die beelden stop­pen? Wie heeft het recht om te zeggen dat dit wel of niet mag? En hoe – par­don­nez le mot – makke­lijk is het om met heftige emoties mensen te rak­en, maar daar­naast vette hard­heid weinig mee over te bren­gen? Mof­felt het shock­eren een gebrek aan sub­tiliteit weg?


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *