Op vijf augustus 2026 zat ik op een wankel klapstoeltje. Rond mij zat bijna de hele familie. En in het midden lag mijn idool, mijn muze, mijn oma, onverwachts op zoek naar haar allerlaatste adem. Terwijl de stilte af en toe werd doorbroken door het zachte geping van steunberichten op telefoons, drong één gedachte zich steeds harder op. Tussen het rauwe verdriet en de machteloosheid vond ik een antwoord op een vraag die ik nooit echt had durven stellen: wat is de betekenis van een mensenleven?

Het antwoord zat niet in het afscheid dat zich voor mijn ogen voltrok, maar in de negentien mensen die rond haar verzameld waren. Negentien levens die, elk op hun eigen manier, door mijn oma waren geraakt. Ze had hen liefgehad, geholpen, getroost, doen lachen, moed gegeven. De herinneringen die die avond werden opgehaald en de tranen die tegelijk vloeiden, waren het bewijs van iets groters: een mens leeft niet voort in behaalde diploma’s, geslaagde examens of uitmuntende thesissen, maar in de sporen die hij achterlaat in anderen.
Vanaf vandaag trekt het studentenleven zich weer op gang. Gent slokt ons op in een waas van overvolle auditoria, obscure (pseudo)wetenschappers, een willekeurige minister van Onderwijs én de constante drang om mee te draaien. Te presteren. Iets te worden.
Maar tussen de drukte en het academische geweld door, vergeten we al te vaak wie we worden voor de mensen naast ons. Niemand heeft levenslessen van een eenentwintigjarige masterstudent Taal- en Letterkunde nodig. Doe vooral wat je niet laten kunt. Maar laten we elkaar dit academiejaar niet uit het oog verliezen. Laten we opkijken van onze schermen, aan de buur in de les vragen hoe het écht gaat, en zacht blijven waar de wereld hard en gejaagd is.
En stuur af en toe je oma een berichtje dat alles goed gaat, daar in die grote studentenstad.
Je weet nooit welk schijnbaar verwaarloosbaar gebaar later het enige blijkt dat er werkelijk toe deed.
Non nobis solum
Groet, Leone
Hoofdredacteur 2026–2027
