Eerbetoon: Louis Pasteur


Wetenschappelijke ontdekkingen komen niet altijd van 1 persoon. In deze rubriek krijgt een belangrijke pionier de spotlight die hij of zij verdient. Deze keer is dat Louis Pasteur, de grondlegger van pasteurisatie.

Vac­cins zijn tegen­wo­ordig niet meer weg te denken uit onze gezond­hei­d­szorg. Ze bestaan echter al veel langer dan je zou denken. Al in de negen­tiende eeuw legde Louis Pas­teur de basis voor geneeskundi­ge inno­vaties. 

Pasteurisatie…

De Franse chemi­cus Louis Pas­teur beschouwen we tegen­wo­ordig als de grond­leg­ger van de bio­chemie en de bac­te­ri­olo­gie. Dankz­ij hem kun­nen we immers de tech­niek van het ‘pas­teuris­eren’ toepassen. Voor deze ont­dekking wist namelijk nie­mand hoe gist­ing ontstond, maar Pas­teur ont­dek­te dat er bij ‘slechte gist­ing’, waar­van melk een voor­beeld is, ook micro-organ­is­men aan­wezig zijn. Zo onder­vond hij dat deze gedood kun­nen wor­den zon­der de kwaliteit van het prod­uct te schaden door de vloeistof kort te ver­hit­ten en erna snel af te koe­len. Hier­door zou het prod­uct min­der micro-organ­is­men bevat­ten en langer houd­baar zijn. Even een klein moment van dank voor Pas­teur, want dankz­ij hem kun­nen we nu veilig eten en drinken.

Dankz­ij Pas­teurs onder­zoek achter­haalde hij echter dat je een verzwak­te vorm van het virus kan gebruiken als vac­cin, zodat het lichaam leert om de ziek­te te bestri­j­den zon­der écht ziek te wor­den

of sterilisatie? 

Pas­teurisatie wordt vaak ver­ward met ster­il­isatie, een gelijkaardig pro­ces waar­bij net wél alle micro-organ­is­men gedood wor­den. Bij pas­teurisatie daar­ente­gen wor­den enkel de schadelijke bac­ter­iën en ziek­tekiemen onschadelijk gemaakt, en over­leven hit­tebestendi­ge sporen het wel.

Beeld: Leone Mattheus

Een van vele vaccins

Pas­teur is nog gek­end voor een tweede baan­brek­ende ont­dekking, namelijk het vac­cin tegen ‘Rabiës’. Deze zoönose, een ziek­te die over­draag­baar is van dier op mens, komt meestal voor bij hon­den; van­daar dat ze in de volksmond beter bek­end is als ‘Honds­dol­heid’. Het lyssavirus, dat zich in het speek­sel van een besmet dier bevin­dt, kan makke­lijk overge­dra­gen wor­den op de mens via een beet of lik. Een­maal een mens besmet is, ver­sprei­dt het virus zich naar de herse­nen en ontstaat een hersenontstek­ing. De ziek­te werd in Pas­teurs tijd ook nog ‘Hydro­fo­bie’ of ‘Water­vrees’ genoemd, aangezien het slikken bij patiën­ten een helse pijn uit­lok­te en ze daarom een angst had­den voor water of andere vloeistof­fen. Voor de uitvin­d­ing van het vac­cin tegen Honds­dol­heid was de behan­del­ing voor patiën­ten erg pijn­lijk. Dankz­ij Pas­teurs onder­zoek achter­haalde hij echter dat je een verzwak­te vorm van het virus kan gebruiken als vac­cin, zodat het lichaam leert om de ziek­te te bestri­j­den zon­der écht ziek te wor­den. 

Pasteur vereeuwigd

Verder staat Pas­teur nog bek­end om andere vac­cins, zoals het vac­cin tegen miltvu­ur voor schapen of tegen kip­pen­c­holera. Na zijn dood werd in Par­i­js het Pas­teur-Insti­tu­ut opgericht. De sticht­ing staat momenteel nog steeds in voor de bestri­jd­ing van besmet­telijke ziek­ten. Om een voor­beeld te geven: het insti­tu­ut heeft als eerste het ‘HIV’ geï­soleerd, het virus dat aids veroorza­akt. Op die manier leeft het werk van Pas­teur nog alti­jd voort en bli­jven we hem terecht eeuwig eren.