Moeten we bang zijn voor een AI-pandemie?


Door

Matthias Diallo

en

Fien Waege

Wetenschappers aan de universiteit van Stanford zijn erin geslaagd om met behulp van AI een viraal genoom te bouwen. Maar, is dat niet gevaarlijk?

Onzekere tijden

Het mag niet als een ver­rass­ing komen dat het weten­schap­pelijke vak­blad Sci­ence deze zomer een onder­zoek bracht waaruit bleek dat er met behulp van arti­fi­ciële intel­li­gen­tie volledi­ge virale genomen samengesteld kun­nen wor­den. Al jaren waren er in het AI-debat weten­schap­pers die waarschuw­den voor cat­a­stro­fale scenario’s waarin men met behulp van AI als het ware een super­virus zou kun­nen creëren, met alle gevol­gen van dien voor de glob­ale gezond­heid. Nu is die dreig­ing dus een stap con­creter gewor­den.

Hoe evolueert dit verder? Als reac­tie op enkele vra­gen in het kad­er van dit artikel stelde een pro­fes­sor com­pu­ta­tionele biolo­gie dat hij “geen glazen bol” had. Elke uit­spraak over de verdere ontwik­kelin­gen van arti­fi­ciële intel­li­gen­tie in het domein van biowapens is en bli­jft een vorm van spec­u­latie, hoe bear­gu­menteerd die ook kan zijn. Dit artikel beperkt zich daarom tot twee vra­gen: wat kan AI van­daag al, en hoe moet men daarmee omgaan?

Over de waarschi­jn­lijkheid van nieuwe biol­o­gis­che wapen­pro­duc­tie – een risic­o­cat­e­gorie hoger dus -, waar de mod­ellen vooral­snog niet toe in staat zouden zijn, is nog min­der duidelijkheid.

Wat kan AI vandaag?

De arti­fi­ciële intel­li­gen­tie die de meeste mensen ken­nen en gebruiken, is wat men noemt de gen­er­al-pur­pose AI, die ingezet kan wor­den voor een brede waaier aan tak­en – denk aan Chat­G­PT (Ope­nAI), Gem­i­ni (Google) en Claude (Anthrop­ic). Hoewel je er soms wat naar moet zoeken, geven de bedri­jven achter deze mod­ellen op basis van interne en externe eval­u­aties aan hoe ver de capaciteit­en van hun bots reiken. Qua biol­o­gis­che capaciteit­en is de rode draad in deze eval­u­aties dat er wordt nage­gaan of het mod­el een actor met relatief beperk­te ervar­ing en mid­de­len sig­nif­i­cant kan bijs­taan en ver­beteren in het creëren van een (reeds bestaande) biol­o­gis­che bedreig­ing.

Voor Ope­nAI ver­taalt het ver­mo­gen van een AI-sys­teem tot de zonet beschreven vorm van bij­s­tand zich in een “hoge capaciteit in het biol­o­gis­che en chemis­che domein”. Chat­G­PT Astra 6 valt bin­nen deze cat­e­gorie, maar Ope­nAI nuanceert dat men vooral pro­vi­soir tot die con­clusie gekomen is. Voor Anthrop­ic komt dit ver­mo­gen neer op een “CB-1-niveau”, een cat­e­gorie die wordt toegepast op alle recentste Claude-mod­ellen. Google beschri­jft boven­staande capaciteit­en dan weer met de cat­e­gorie “CBRN CCL Uplift Lev­el 1”. De Gem­i­ni 3‑modellen hebben deze CCL-Uplift 1 “niet bereikt”.

Dat is de the­o­rie. Hoe groot die capaciteit­en dan in prak­tijk zijn, is niet alti­jd duidelijk. “We zijn nog steeds in sig­nif­i­cante mate onzek­er over de werke­lijke mate van risi­co van onze mod­ellen”, schri­jft Anthrop­ic in een recent Risk Report. Over de waarschi­jn­lijkheid van nieuwe biol­o­gis­che wapen­pro­duc­tie – een risic­o­cat­e­gorie hoger dus -, waar de mod­ellen vooral­snog niet toe in staat zouden zijn, is nog min­der duidelijkheid. Daaren­boven is er nog een heel pro­ces van DNA-syn­these en gerichte ver­sprei­d­ing nodig om een ontwerp van een virus als het ware uit een beeld­scherm fysiek in de echte wereld te kri­j­gen.

Beeld: Quin­ten Steen

Naast deze LLM’s komt een ander, mogelijks grot­er risi­co van gespe­cialiseerde biol­o­gisch gerichte AI-sys­te­men. Deze mod­ellen wor­den vaak gebruikt voor weten­schap­pelijk onder­zoek. Zij zijn gebaseerd op dezelfde foun­da­tion mod­els als de LLM’s, laat prof. Vanes­sa Ver­meirssen weten, die onder andere kan­keron­der­zoek ver­richt met behulp van AI, “maar de con­tex­tu­al­isatie en het gebruik van domain-spe­cif­ic knowl­edge is key.” De AI in haar vakge­bied werkt bijvoor­beeld met mol­e­c­u­laire data in plaats van taal als input. 

Met zo’n gespe­cialiseerd biol­o­gisch AI-sys­teem heeft men aan de Uni­ver­siteit van Stan­ford dus een viraal genoom gecreëerd. Hier moet benadrukt wor­den dat dit vooral­snog gaat om bac­te­ri­ofa­gen. Deze kun­nen dus enkel bac­ter­iën, geen mensen, infecteren. Desal­ni­et­temin wordt in een besprek­ing van het onder­zoek gewaarschuwd dat de meth­o­d­en in het onder­zoek in kwest­ie, indi­en zij suc­cesvol toegepast zouden kun­nen wor­den op het gener­eren van “eukary­oot-infecterende patho­genen”, kun­nen lei­den tot “nieuwe patho­genen die mensen, dieren of planten kun­nen infecteren op manieren die niet onder con­t­role kun­nen wor­den gehouden door bestaande tegen­maa­trege­len.”

Wat nu?

De dis­cussie over AI en biowapenproductierisico’s is echter beza­aid met mit­sen en maren. Die dis­cussie wordt enkel com­plex­er wan­neer men probeert na te denken over hoe met dit risi­co om te gaan. 

De vraag is dan wat zwaarder door­weegt: de risico’s of de voorde­len van deze krachtige tech­nolo­gie?

Een belan­grijk debat is of men biol­o­gis­che AI-capaciteit­en moet beperken. We hebben hier immers te mak­en met een tweesni­j­dend zwaard: wan­neer zij voor slechte inten­ties gebruikt wor­den, kun­nen de hoge biol­o­gis­che capaciteit­en van arti­fi­ciële intel­li­gen­tie schadelijke resul­tat­en hebben. Ander­som kun­nen die capaciteit­en erg voordelig zijn voor de weten­schap. De vraag is dan wat zwaarder door­weegt: de risico’s of de voorde­len van deze krachtige tech­nolo­gie?

Beeld: Quin­ten Steen

“Voor ons vakge­bied (meer het bio­medis­che) ben ik van mening dat AI gereg­uleerd moet wor­den om de ethis­che gren­zen niet te over­schri­j­den,” aldus prof. Ver­meirssen. “Het prob­leem is dat er een knowl­edge gap is tussen AI-ontwikke­laars, AI-gebruik­ers en de mensen die de wet­ten daar­rond vast­leggen. De AI-ontwik­kel­ing gaat razend­snel.”

De geschiede­nis van de mod­erne weten­schap kent vel­er­lei voor­beelden van razend­snel ontwikke­lende tech­nolo­gieën met poten­tieel gigan­tis­che risico’s die (vooral­snog) niet geleid hebben tot het einde van de wereld. Of dat in de toekomst zo zal bli­jven, ligt nu voor een deel in onze eigen han­den, maar is zo goed als zek­er onmo­gelijk te voor­spellen. “Yes­ter­day is his­to­ry. Tomorrow’s a mys­tery. Today is a gift – that’s why they call it the present”, vat­te een wijze schild­pad eens mooi samen. Aan de weten­schap én de samen­lev­ing om dat geschenk te koesteren.


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *