Nadat de Sendai-zeebeving van 2011 leidde tot de kernramp in Fukushima, besloot de Japanse overheid een gevarenzone vast te stellen, verboden voor het publiek. De overheid verantwoordt dit door erop te wijzen dat nieuwsgierige toeristen de hoge steigers zouden beklimmen en de locatie daarom levensgevaarlijk is. De afgelopen decennia is deze gevarenzone echter gekrompen, en vandaag is deze klein genoeg zodat herstellingen mogelijk zijn. Eén familie in het bijzonder besloot in deze centrale te investeren: de Smith-familie, niet onbekend in de rampenbusiness.

De jongste zoon, Jaden Smith, investeert een groot deel van zijn fortuin en hoopt zeker winst te maken. Hiervoor verkocht hij zelfs zijn Golden Raspberry Award op Facebook Marketplace, merkten fans op. Ook de vader van het gezin, Will Smith, heeft openlijk steun betuigd voor dit initiatief en hoopt dat deze investering internationale aandacht zal krijgen. Zijn vorige project, de Smith Tower, was allesbehalve een succes en maakte enorm veel verlies. Zijn reputatie nam hierbij een zware klap, zeker omdat vorige projecten zoals het Smithsonian en ‘Men In Black’ niet alleen universeel bekend, maar ook verfilmd werden.
Met de rampenhoreca hoopt de Smith-familie een nieuwe weg in te slaan. “The last effort to gain popularity came with a slap in the face,” aldus Jada Pinkett Smith, de moeder van het gezin. Het is dus veilig om te zeggen dat de Smiths pursuit of greatness nog niet ten einde is.


Een reactie achterlaten