Het diploma onder vuur


Deze zomer werd er in de Vlaamse media vuur aan de schenen van het universitaire diploma gelegd. Het debat stelde de vraag of we niet met te veel hoogopgeleiden zitten. De universele waarde van het universitair diploma zou passé zijn.

Beeld: Ege Tok­man

Met een diplo­ma op zak lijken de poorten naar een suc­cesvol lev­en voor je open te gaan. Work hard, play hard. Maar wat als je na dit fel­begeerde papiert­je niet achter een bureau, maar op de bank belandt? Voor steeds meer afges­tudeerde hoogopgelei­den lijkt dit de realiteit te zijn. Hoewel een diplo­ma op zak nog alti­jd de werkzek­er­heid ver­g­root – hoogopgelei­den vor­men nog alti­jd de kle­in­ste groep werk­lozen – neemt de werk­loosheid onder mas­ter-alum­ni toe.

Werkgev­ers zouden zogezegd vol­gens de anti-diplo­makant van het debat geen belang meer hecht­en aan het diplo­ma-gegeven. Heel het sys­teem dat de voor­bi­je twee gen­er­aties werd opgelegd: goede stud­ies, goed diplo­ma, goede baan, zou voor mensen te veel van het goede zijn geweest. Het prob­leem? Een diplo­ma behalen is niet meer vol­doende onder­schei­dend. Uni­ver­si­taire stud­ies ver­liezen als­maar hun waarde in de ogen van de aan­klagers van­wege haar pop­u­lar­iteit.

Door een teruglopend aan­tal vaca­tures en werkgev­ers met hogere eisen vis­sen afges­tudeer­den zon­der mas­ter­diplo­ma vak­er achter het net

Stelling 1: Er zijn te veel studenten

Uit het schoolver­later­srap­port dat door de VDAB werd opgesteld in 2025 kun­nen er enkele con­clusies getrokken wor­den. Enerz­i­jds stelt de VDAB mee vast dat er een sti­jging plaats­gevon­den heeft bij het aan­tal schoolver­laters met een mas­ter­diplo­ma. Uit hun cijfers blijkt het aan­tal afges­tudeer­den geste­gen te zijn met 8,6% in de peri­ode 2020–2024, wat al op zich een kor­tere ter­mi­jn is om naar te kijken. Op lan­gere ter­mi­jn blijkt er een sti­jging te zijn in het aan­tal masterdiploma’s in de peri­ode 2012–2024 van 28,9%. In absolute cijfers wer­den er in 2024 maar lief­st 22.441 masterdiploma’s uit­gereikt in Vlaan­deren. Dus er kan gezegd wor­den dat de stelling dat er meer afges­tudeer­den zijn met de realiteit strookt. Daar­bij moet de nuance aange­bracht wor­den dat deze sti­jging niet uniek is: in geheel Europa neemt het aan­tal hoogopgelei­den toe. Deze sti­jging zegt op zichzelf niet zoveel over de werk­loosheid.

Bepaalde afges­tudeer­den kam­p­en wel degelijk met prob­le­men in betrekking tot hun werkzek­er­heid, maar de cijfers geven geen doemscenario’s weer voor de stu­dent

Stelling 2: Studenten belanden in de werkloosheid

Wat dan met de werkgele­gen­heid van die gegroei­de hoop afges­tudeerde stu­den­ten? Het tweede tege­nar­gu­ment is dat afges­tudeer­den en masse in werk­loosheid belanden na hun stud­ies. Dit blijkt zeer afhanke­lijk te zijn van de spec­i­fieke stud­ies. Bij de pro­fes­sionele bach­e­lors in 2025 sco­orde Muziek en Podi­umkun­sten het slechtst: de werk­loosheid na een jaar bedroeg 11,9%. Boven­di­en vin­dt in 2025 een sti­jging ten opzichte van de voor­gaande jaren plaats bij de STEM-oplei­din­gen. Het zijn vooral de ICT-richtin­gen die hier de klap­pen opvan­gen. Door een teruglopend aan­tal vaca­tures en werkgev­ers met hogere eisen vis­sen afges­tudeer­den zon­der mas­ter­diplo­ma vak­er achter het net. Net als de voor­gaande jaren flo­r­eren de zor­go­plei­din­gen nog alti­jd; een logisch gevolg van het nijpende teko­rt aan zorg­per­son­eel. Onder de kleinere mas­tero­plei­din­gen – de oplei­din­gen met min­der dan 400 jaar­lijkse schoolver­laters – bieden dier­ge­neeskunde en tand­heelkunde absolute baanzek­er­heid: bei­de oplei­din­gen hebben een werk­looshei­ds­graad van nul pro­cent. Bij de grotere mas­tero­plei­din­gen – met meer dan 400 jaar­lijkse schoolver­laters –  scoren de sociale gezond­hei­dsweten­schap­pen het best (0,5%). Poli­tieke en sociale weten­schap­pen presteren daar het minst goed (5,6%). 

Stelling twee van het debat tegen het diplo­ma, dat afges­tudeer­den mas­saal thuis komen te zit­ten, sni­jdt geen hout. Bepaalde afges­tudeer­den kam­p­en wel degelijk met prob­le­men in betrekking tot hun werkzek­er­heid, maar de cijfers geven geen doemscenario’s weer voor de stu­dent. Op de arbei­ds­markt doen pro­fes­sionele bach­e­lors en mas­ters het nage­noeg gelijk: in 2025 mak­en schoolver­laters met een mas­ter­diplo­ma op zak nog alti­jd de kle­in­ste groep werk­zoek­enden uit (2,9%), een ontwik­kel­ing die vri­jwel iden­tiek is aan die van de pro­fes­sionele bach­e­lors (3,0%). De werk­loosheid bij Hoger Beroep­son­der­wi­js niveau 5 (HBO5) ligt iets hoger: 3,8%. Al met al tonen deze cijfers aan dat het behalen van dat fel­begeerde papiert­je nog alti­jd zijn vrucht­en afw­erpt, al zijn er ver­schillen tussen de studierichtin­gen.

Beeld: Ella Pauwels

Stelling 3: Werkgev­ers zijn min­der geïn­ter­esseerd in je diplo­ma

De derde en laat­ste stelling stelt dat werkgev­ers niet meer geïn­ter­esseerd zouden zijn in het welver­di­ende diplo­ma van de stu­dent die graag de arbei­ds­markt in wil vliegen. Uit de cijfers van de VDAB blijkt dat de dal­ing in het aan­tal vaca­tures bij het mas­ter­n­iveau het sterkst is. Ten opzichte van 2023 nam dit aan­tal in 2025 met 26,3% af. Bij vaca­tures zon­der diplo­mavereiste was de dal­ing met 14,4% een stuk klein­er. De krimp van het aan­tal mas­ter­va­ca­tures kan echter niet met volledi­ge zek­er­heid toegeschreven wor­den aan een ver­min­derde waarder­ing van het mas­ter­diplo­ma. 

Ook lijkt de meer­waarde van een diplo­ma op de arbei­ds­markt de afgelopen jaren niet min­der gewor­den. Zoals eerder ver­noemd bli­jft het per­cent­age werk­zoek­enden onder hoogopgelei­den laag en de VDAB geeft aan zich geen zor­gen te mak­en. Wel plaatst de VDAB de kant­teken­ing dat de cijfers van dit rap­port het meet­mo­ment van 30 juni 2025 betr­e­f­fen. Het dis­cours over afges­tudeerde mas­ter­stu­den­ten die moeil­ijk aan een baan ger­ak­en dateert van dit jaar en is dus niet meegenomen. Nochtans verwacht de VDAB dat bij een ver­slechterende economie elke werk­zoek­ende het lastiger zal hebben, ongeacht het diplo­ma. 

Al met al is dat fel­begeerde papiert­je niet plots gedoemd. Ondanks dat de vijver met hoogopgelei­de stu­den­ten steeds grot­er wordt, lijkt de waarde van het diplo­ma voor nu niet af te nemen. Zo bli­jft de werk­loosheid onder hoogopgelei­den laag. Dus als je je tij­dens devol­gende blok afvraagt of dat diplo­ma nog wel zin heeft: dat heeft het zek­er.