Ik schaam me als UGent’er


Door

Leone Mattheus

Wie de botsende meningen, protesterende studenten en stormachtige chaos aan de UGent afdoet als geneut, mist de essentie: net dat schurende karakter maakt de universiteit tot de levendige kweekvijver van morgen.

Beeld: Fien Waege

Sor­ry, deze titel is click­bait. Maar ik kreeg wel onlangs de vraag: “Ben je dan niet beschaamd om aan de UGent te stud­eren?” Een doo­d­een­voudi­ge vraag, zou je denken. Toch was het enige dat ik kon uit­bren­gen een soort kako­fonie van ges­tamel. “Goh, tja. Geen idee, een beet­je? Miss­chien wel? Miss­chien niet?” Meer dan een knul­lig schoud­erophalen hield ik er niet aan over. Nochtans sta ik hier al vier jaar ingeschreven, en liep ik in mijn eerste jaar nog net niet rond in zo’n cliché­matige hood­ie ver­sierd met het unief-logo. 

Want inder­daad, hoe vaak schu­urt en vonkt het hier wel niet? Onze alma mater ademt plu­ral­isme; een smeltkroes waar menin­gen bot­sen en wrev­el onver­mi­jdelijk is. Maar net daarin schuilt haar schoonheid. In de stu­den­ten die opstaan om hun stem te ver­hef­fen. Zij die demon­stratief de aula ver­lat­en tij­dens hun eigen procla­matie, die hun ten­t­je meezeulen om het UFO-gebouw in te pal­men, of die een hoor­col­lege aan zich voor­bij lat­en gaan om op straat te eisen dat de hoogst gezetelde orga­nen luis­teren. Dat zijn de archi­tecten van mor­gen. En alles­be­halve de ‘gebrain­washte snowflakes’ of andere ver­zon­nen scheld­wo­or­den die een ver­bit­ter­de Johan van zes­tig zich in de luwte van het inter­net – ergens op het oor­logs­ge­bied dat X heet – bij elka­ar heeft gepend.

Wat de pre­cieze cor­re­latie is tussen de Gentse uni­ver­siteit en de maatschap­pelijke realiteit daar­buiten, daar ben ik nog niet per se aan uit. Of de uni­ver­siteit nu een micro­scopis­che blauw­druk is van de maatschap­pij of net een vri­jhaven on steroids, vast staat dat ze onlos­make­lijk met elka­ar ver­w­even zijn. Wan­neer het in de buiten­wereld stormt, kre­unen de aula’s luidop gezel­lig mee. Welke van de twee de vonk is en welke het kruit­vat, laat ik gerust over aan een pro­fes­sor soci­olo­gie om te ontrafe­len. Maar laat ons in de tussen­ti­jd vooral koesteren dat het hier durft te spo­ken. Dat is net het schone van deze chaos, hoeveel hoof­den van buite­naf daar miss­chien ook schim­mig nee over schud­den. 


Groet, Leone
Hoof­dredac­teur 2026–2027


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *