
Sorry, deze titel is clickbait. Maar ik kreeg wel onlangs de vraag: “Ben je dan niet beschaamd om aan de UGent te studeren?” Een doodeenvoudige vraag, zou je denken. Toch was het enige dat ik kon uitbrengen een soort kakofonie van gestamel. “Goh, tja. Geen idee, een beetje? Misschien wel? Misschien niet?” Meer dan een knullig schouderophalen hield ik er niet aan over. Nochtans sta ik hier al vier jaar ingeschreven, en liep ik in mijn eerste jaar nog net niet rond in zo’n clichématige hoodie versierd met het unief-logo.
Want inderdaad, hoe vaak schuurt en vonkt het hier wel niet? Onze alma mater ademt pluralisme; een smeltkroes waar meningen botsen en wrevel onvermijdelijk is. Maar net daarin schuilt haar schoonheid. In de studenten die opstaan om hun stem te verheffen. Zij die demonstratief de aula verlaten tijdens hun eigen proclamatie, die hun tentje meezeulen om het UFO-gebouw in te palmen, of die een hoorcollege aan zich voorbij laten gaan om op straat te eisen dat de hoogst gezetelde organen luisteren. Dat zijn de architecten van morgen. En allesbehalve de ‘gebrainwashte snowflakes’ of andere verzonnen scheldwoorden die een verbitterde Johan van zestig zich in de luwte van het internet – ergens op het oorlogsgebied dat X heet – bij elkaar heeft gepend.
Wat de precieze correlatie is tussen de Gentse universiteit en de maatschappelijke realiteit daarbuiten, daar ben ik nog niet per se aan uit. Of de universiteit nu een microscopische blauwdruk is van de maatschappij of net een vrijhaven on steroids, vast staat dat ze onlosmakelijk met elkaar verweven zijn. Wanneer het in de buitenwereld stormt, kreunen de aula’s luidop gezellig mee. Welke van de twee de vonk is en welke het kruitvat, laat ik gerust over aan een professor sociologie om te ontrafelen. Maar laat ons in de tussentijd vooral koesteren dat het hier durft te spoken. Dat is net het schone van deze chaos, hoeveel hoofden van buitenaf daar misschien ook schimmig nee over schudden.
Groet, Leone
Hoofdredacteur 2026–2027


Een reactie achterlaten