Het Gent van 1913: de Wereldtentoonstelling trekt door de Gentse straten


Door

Julian Dams

,

Fien Waege

,

Lien Hermans

en

Juniper Van Huyck

Na wereldsteden zoals Parijs, Milaan en Londen werd in 1913 de Wereldtentoonstelling georganiseerd in Gent. Zes maanden lang stond de Arteveldestad in de belangstelling van de Europese beau monde en werd ze overspoeld door vier à acht miljoen toeristen. Maar wat is nu eigenlijk de nalatenschap van deze expo?

De belan­grijk­ste site van de expo werd het gro­ten­deels onbe­bouwde gebied achter het Sint-Pieterssta­tion. In de aan­loop naar de Wereld­ten­toon­stelling werd zo’n 130 hectare omge­toverd tot een dromerig spek­takel. Oscar Van de Voorde ontwierp hier­voor tien­tallen prachtige inter­na­tionale paviljoe­nen, waarin ver­schei­dene Europese macht­en elka­ar probeer­den te overtr­e­f­fen met weten­schap, kun­st en cul­tu­ur.

Deze paviljoe­nen beston­den echter uit hout en gips en dien­den vooral om zes maan­den lang imposant te zijn, niet om te bli­jven staan. Ze wer­den na de expo dan ook verni­etigd, waar­na op de ruïnes van de paviljoe­nen het Miljoe­nenkwarti­er ver­rees, dat bek­end­staat om zijn art deco gebouwen uit het inter­bel­lum.

Beeld: Juniper Van Huy­ck

Citadelpark

Het Citadel­park werd een andere belan­grijke site. Hoewel het park al langer bestond, werd het naar aan­lei­d­ing van de Wereld­ten­toon­stelling grondig geren­oveerd en kreeg het ongeveer zijn huidi­ge vorm. Tij­dens de Wereld­ten­toon­stelling deed het park dienst als een soort pret­park, met een toeris­ten­trein­t­je, schi­etkraam­p­jes en zelfs de (naar ver­lu­idt) hoog­ste water­gli­jbaan ter wereld, die uitk­wam op de huidi­ge vijver naast Cam­pus Lede­ganck. 

De Flo­ral­iën­hal, spe­ci­aal gebouwd voor 1913, werd het cen­trum van een zee aan bloe­men die zo groot was dat men de Wereld­ten­toon­stelling van 1913 ook wel de ‘Bloemen­ex­po’ noemde. Deze overvloed aan bloe­men had een poli­tiek en economisch doel. Gent, dat wegens zijn indus­trie ook wel bek­end stond als ‘het Man­ches­ter van het vaste­land’, wilde met deze zee aan bloe­men haar ima­go oppo­et­sen en tevens de bloemis­ten aan de stad­srand inter­na­tion­aal in de verf zetten.

Disneyficatie van de kuip

De Wereld­ten­toon­stelling kwam ook met de verwacht­ing van een stads­brede opknap­beurt. Zo wer­den gebouwen en wonin­gen in de Gentse bin­nen­stad geren­oveerd en heringericht om er ‘mid­deleeuws­er’ uit te zien, met name langs de Gras- en Koren­lei. Pleis­ter- en ver­fla­gen wer­den van gebouwen ver­wi­jderd voor een meer mid­deleeuwse look. Hoewel een aan­tal gebouwen her­bouwd wer­den vol­gens mid­deleeuwse bouwtekenin­gen, lieten archi­tecten zoals Louis Clo­quet elders hun fan­tasie de vri­je loop. Het gevolg is dat de Gentse bin­nen­stad vol staat met neogo­tis­che gebouwen die er wel mid­deleeuws uitzien, maar eigen­lijk niet veel oud­er zijn dan hon­derd jaar.

“Naast alle mooie gebouwen en leuke feestelijkhe­den bevond zich op de wereld­ex­po iets wat voor onze mod­erne tijdgeest lugu­ber lijkt. Men bouwde namelijk menselijke ‘zoos’ ”

Het Sint-Pieterssta­tion, tot die tijd een klein sta­tion­net­je, werd ges­loopt en op grotere schaal her­bouwd vol­gens het ontwerp van Louis Clo­quet. Zo over­schaduwde dit het oud­ere Sta­tion-Zuid, gele­gen op de site van het huidi­ge Zuid­park, tot dan toe het belan­grijk­ste sta­tion van de stad. Leuk detail is dat de bouw van het sta­tion en het nabi­jgele­gen plein slechts twee jaar duurde, ter­wi­jl de huidi­ge vernieuwin­gen inmid­dels Sagra­da Famil­ia-achtige pro­por­ties begin­nen aan te nemen.

Ook de Gentse sky­line werd grondig onder han­den genomen. Tussen 1911 en 1913 werd het belfort ‘ger­estau­reerd’. De oude neogo­tis­che spits uit 1851 was in ver­val ger­aakt en moest wor­den ver­van­gen door een mod­el dat ‘mid­deleeuws­er’ aan­deed. Het resul­taat is de huidi­ge ste­nen bekro­n­ing van het belfort: de toren­spits die we ken­nen en waar we van houden is dus nauwelijks oud­er dan 100 jaar. Hoewel his­torisch totaal niet accu­raat, lijkt het me fair om het een ver­be­ter­ing te noe­men.

Beeld: Juniper Van Huy­ck

Nu stond Gent wel vol met mid­deleeuwse mon­u­menten, maar de oude kro­nkel­straat­jes in het stad­s­cen­trum zorgden ervoor dat je ze niet goed kon zien. Om het uitzicht op de drie torens te ver­beteren wer­den oude kro­nkel­straat­jes recht­getrokken en nieuwe strat­en aan­gelegd. Het bek­end­ste voor­beeld is het uitzicht vanop de Sint-Michiels­brug. Om vanop deze brug ook nog eens een per­fect uitzicht te kri­j­gen op het Graven­steen, werd ook het Veer­leplein heringericht en wer­den de huizen aldaar een verdieping lager gemaakt.

“Nu stond Gent wel vol met mid­deleeuwse mon­u­menten, maar de oude kro­nkel­straat­jes in het stad­s­cen­trum zorgden ervoor dat je ze niet goed kon zien”

Een duister kantje?

Naast alle mooie gebouwen en leuke feestelijkhe­den bevond zich op de wereld­ex­po iets wat voor onze mod­erne tijdgeest lugu­ber lijkt. Men bouwde namelijk menselijke ‘zoos’, waar mensen uit andere con­treien van de wereld wer­den ten­toongesteld. In Gent ston­den er twee in het Citadel­park: een Sene­galees en een Fil­ip­i­jns dorp. De betrokken mensen maak­ten deel uit van ron­dreizende groepen met telkens een blanke ver­ant­wo­ordelijke. Voor de wereldexpo’s waren deze ten­toon­stellin­gen een vaste attrac­tie tot in 1958. Deze wer­den door de gemid­delde Bel­gis­che bezoek­er beschouwd als exo­tis­che bezienswaardighe­den.

De oor­sprong van de mensen­zoos gaat verder dan dit; rond de eeuwwis­sel­ing was het vakge­bied van de etno­grafie enorm groot. Dit vakge­bied bestudeerde andere cul­turen en volk­eren, vaak met een voorin­genomen racis­tis­che blik. In de loop van de ten­toon­stelling wer­den drie Fil­ip­i­j­nen ziek en stierf een 28-jarige Fil­ip­i­jn, Timicheg, aan tuber­cu­lose. Dit kwam door de zware leefom­standighe­den van de ‘dorps­be­won­ers’.

Financiële problemen

Ook had de ten­toon­stelling een ander negatief gevolg: de kosten liepen hoog op en de stad Gent stortte in de schulden. Wetende dat de Eerste Werel­door­log een jaar nadi­en uit­brak, was dit absolu­ut niet ideaal.

Het stads­bestu­ur onder burge­meester Emile Braun deed er alles aan om te ver­mi­j­den dat de pas geren­oveerde bin­nen­stad werd gebom­bardeerd of ver­woest. Gent werd dan vreedza­am overge­dra­gen aan de Duitse bezetter, die de stad gebruik­te als logistiek cen­trum voor de oor­logsinspan­nin­gen. Het voor de Wereld­ten­toon­stelling geren­oveerde sta­tion Gent-Sint-Pieters was hier­voor van doorslaggevend belang. 


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *