“Universiteit is van nature een dam tegen extremen”


Door

Archief

“De universiteit zelf moet meer aanwezig zijn in de belangrijke maatschappelijke debatten en ze ook aanwakkeren”, vindt kandidaatrector Rik Van de Walle. Gewapend met deze stelling legden wij ons oor te luisteren bij professor Sociale Psychologie Alain Van Hiel.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 22/02/2017 – 4:39 door Selin Bak­istan­li

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Alain Van Hiel
 

“Bij­dra­gen aan het maatschap­pelijk debat wil zeggen dat je in de media moet komen”

Alain Van Hiel laat meteen weten dat hij het eens is met de stelling. Toch nuanceert hij al snel door hier­aan toe te voe­gen dat dit zo is omdat hij als aca­d­e­mi­cus zelf probeert bij te dra­gen aan het maatschap­pelijk debat. “Er zijn tal van rede­nen die verk­laren waarom som­mige van mijn collega’s wellicht níet akko­ord gaan met de stelling. Bij­dra­gen aan het maatschap­pelijk debat staat gelijk met in de media komen. Aca­d­e­mi­ci zijn vaak niet zo bijster geïn­ter­esseerd om in de pers te komen. Som­mige aca­d­e­mi­ci hebben daar de kwaliteit­en voor, anderen niet. Aca­d­e­mi­ci wor­den niet ges­e­lecteerd op die vaardigheid”, stelt prof Van Hiel. “Daar­naast gaat de media vaak voor sen­sa­tionele ver­halen die lez­ers aantrekken, ter­wi­jl een weten­schap­per juist meer gen­u­anceerd is en zich daar­door vaak in het cen­trum van het debat bevin­dt.”

Op mediatraining bij Torfs

Alain Van Hiel

In een artikel dat ver­sch­enen is in De Mor­gen, wordt beweerd dat het bij veel UGent’ers steekt dat de KU Leu­ven zow­el het maatschap­pelijke als het poli­tieke debat dom­i­neert. Van Hiel reageert ver­won­derd. “Mij is nooit opgevallen dat onze Leu­vense collega’s daar meer bedreven in zijn. De rec­tor (Rik Torfs) is zelf een com­mu­ni­catiekanon en als de baas van de unief veel in de media komt, valt dit natu­urlijk op.”

Zelf schreef Van Hiel vorig jaar het boek ‘Iedereen Racist’. Van Hiel ziet dit als een con­creet voor­beeld van hoe je jezelf als uni­ver­si­tair naar de wereld kan richt­en: “Ik heb het geluk dat ik aan veel stu­den­ten les mag geven, maar we moeten proberen om bij zak­en die zodanig belan­grijk zijn in de maatschap­pij een grot­er pub­liek te bereiken. Dat kan door er een boek over te schri­jven, maar eigen­lijk is dat een drup­pel op een hete plaat: het draait om alle media-aan­dacht ernaast, die bepaalt of je bood­schap de mensen bereikt of niet, of die mensen aan het denken gezet wor­den en even uit de waan van de dag tre­den.”

“Een feit­elijke stem bevin­dt zich automa­tisch in het mid­den”

Toch bli­jft het voor Van Hiel belan­grijk dat onder­zoek­ers naar buiten tre­den, anders bestaat de kans erin dat anderen er iets over zeggen op een min­der gefun­deerde wijze. “De aca­d­e­mi­cus probeert het feit­elijke naar voor te bren­gen. Een feit­elijke stem bevin­dt zich automa­tisch in het mid­den. Typ­isch aan extreme denkkaders is dat ze de werke­lijkheid ver­nauwen en alles vanu­it enkele principes proberen vor­mgeven. Vaak zijn er echter ver­schil­lende per­spec­tieven en bot­sende realiteit­en en kan je zak­en op zes of zes­tig ver­schil­lende manieren bek­ijken.”

Maatschappelijke irrelevantie?

Alain Van Hiel

De maatschap­pelijke rel­e­vantie van een onder­zoek doet vol­gens Van Hiel niets af aan de waarde van een onder­zoek. Inte­gen­deel. In de cri­te­ria bij het toeken­nen van pro­jecten heeft de maatschap­pelijke impact niet zoveel gewicht, stelt hij. Toch is het een cri­teri­um dat aan belang wint bij beslissin­gen over het al dan niet sub­sidiëren van een onder­zoek­saan­vraag. “Zelf sta ik hier ook bij stil. Ik word betaald door belast­inggeld. De natu­urlijke reflex is dan toch om na te denken wat de return on invest­ment is voor degene die mij betaalt?”

“Wat is de return on invest­ment voor de belast­ing­be­taler die mij betaalt?”

Vol­gens Van Hiel is weten­schap­pelijk onder­zoek dus best iets waar onze maatschap­pij wat aan heeft. Bij fun­da­menteel onder­zoek is dit maatschap­pelijk belang niet alti­jd even duidelijk. Bij dit soort onder­zoeken, te weten ‘zui­v­ere’ weten­schap, is een con­crete toepass­ing niet nodig. “Dat er rond een ster vijf plan­eten draaien die lev­en kun­nen her­ber­gen, hon­derd licht­jaren ver, zal niet direct ons lev­en veran­deren, maar toch is het inter­es­sant. Ook dat soort onder­zoek is natu­urlijk meer dan zijn belast­inggeld waard.

Durf denken

Alain Van Hiel

In Ned­er­land beschuldig­den politi­ci onlangs enkele sociale weten­schap­pers ervan dat ze te veel onder­zoek in de pro­gressieve richt­ing deden. Pro­fes­sor Van Hiel erkent dat mensen die acad­emisch geschoold zijn over het alge­meen pro­gressiev­er zijn dan diege­nen die niet acad­emisch geschoold zijn. Aan de unief zit­ten, zorgt ervoor dat we meer links wor­den. Toch benadrukt hij dat hij het geen goed idee is om de acad­emis­che pet te gebruiken voor poli­tieke bood­schap­pen. “Aan een uni­ver­siteit zie ik liev­er neu­traliteit dan dat er een bepaalde richt­ing wordt uit­ge­gaan. Een uni­ver­siteit heeft een posi­tieve maatschap­pelijke rol. We kun­nen niet zomaar wat uit onze ivoren toren roepen, of slechts één richt­ing uit­gaan en telkens dezelfde poli­tieke ide­ol­o­gis­che opinies onder­s­te­unen. Maar goed, ik denk niet dat er bij ons zo’n exem­plaren rond­lopen. Ik heb zelf ooit eens enkele stu­den­ten, Jong­so­cial­is­ten waarschi­jn­lijk, berispt nadat die in het audi­to­ri­um begonnen te juichen nadat Daniël Ter­mont de eerste keer verkozen werd. Mocht het om een Open Vld’er of iemand van Groen gaan, zou ik juist het­zelfde gedaan hebben: wij zijn geen forum voor con­crete poli­tieke stem­men.” 

Hoewel hij graag neu­traliteit ziet aan uni­ver­siteit­en, geeft Van Hiel ook toe dat er niet zoi­ets bestaat als waar­den­vrij en ide­olo­gievrij onder­zoek. “Als instelling hebben we kern­waar­den en die moeten wij uit­dra­gen. Dit zorgt ervoor dat we niet ide­olo­gien­eu­traal zijn, maar dat is iets anders dan par­ti­jpoli­tiek. Ik probeer mij zo neu­traal en zo feit­elijk mogelijk op te stellen, maar wel met die kern­waar­den, zoals ver­bon­den­heid en bedachtza­amheid. Ik ben niet gebon­den aan een poli­tieke par­tij of drukkings­groep en ik zit niet in de Loge (lacht). Mijn onder­zoek­ster­rein is onder andere poli­tieke psy­cholo­gie en ik zou het heel onpro­fes­sioneel vin­den mocht­en mijn eigen opvat­tin­gen terug te vin­den zijn in mijn onder­zoek dat gaat over de bron­nen van ide­olo­gieën. En zelfs mocht ik poli­tiek gepro­fileerd zijn, zou ik proberen om het neu­traliteit­sprincipe aan te houden. Ik denk dat de meeste collega’s dit ook wel op die manier doen.”

“Wij zijn geen forum voor con­crete poli­tieke stem­men”

Vol­gens Van Hiel moeten uni­ver­siteit­en niet hun best doen om extremen te bekam­p­en. “Als instelling vor­men wij hier van nature al een dam tegen. Als de meerder­hei­d­sopinie mor­gen echter extreem wordt, zullen we miss­chien wel uit ons kot moeten komen. In die fase zit­ten we gelukkig niet.” Van Hiel ver­wi­jst hier­voor naar de UGent-leuze ‘Durf Denken’. “Als uni­ver­siteit moet je dát uit­stralen in plaats van mensen te ver­bieden ergens op te stem­men.”


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *