On The Origin Of: het Zuidstation


Door

Archief

Waar tot voor kort nog de stadsbibliotheek was, stond langer geleden een ander, imposanter gebouw. Ooit was het prestige van de Gentse Zuidwijk bekend tot in Egypte, en dat allemaal dankzij haar majestueuze station: Gand-Sud.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 19/09/2017 – 18:38 door Olivi­er Van­der Bauwede

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Ijzeren weg

Na de onafhanke­lijkheid van Bel­gië zag Leopold I de noodza­ak van een spoor­netwerk in, want de vijan­delijke Ned­er­landse wateren waren niet meer te gebruiken voor trans­port. Een eerste spoor­li­jn tussen Meche­len en Brus­sel was al snel een feit, en de grote han­delsstad Gent zou spoedig vol­gen. Duizen­den nieuws­gierige Gen­te­naars kwa­men kijken toen hun vorst op 3 sep­tem­ber 1837 het sta­tion van Gent feestelijk opende. Dat de ‘ijz­eren weg’ naar Gent in het cen­trum eindigde, ver­heugde uit­er­aard de mid­den­stand, die er cafés, hotels en restau­rants neer­palmde. De veran­derende stedelijke mobiliteit lei­d­de dan weer tot de nood aan nieuwe strat­en, pleinen en bruggen. Stad Gent wou de Muinkmeersen tot een eigen Par­i­js ombouwen en legde een archi­tec­tu­ursti­jl op voor de omliggende huizen. Het nieuwe pres­tige­pro­ject werd bezocht door illus­ter volk als Franz Liszt, Alexan­dre Dumas, koningin Vic­to­ria en de Egyp­tis­che kon­ing Fouad.

Geurige weg

Net als de hogere klasse namen ook werk­lieden de trein, dus kwam bij de opricht­ing van het sta­tion de vraag om ver­schil­lende soorten rij­tu­igen in te leggen vol­gens klasse. De goed­koop­ste wag­ons waren niet overdekt en had­den gordi­j­nen in plaats van glazen ramen. Door de nieuwe, soms onsta­biele sporen was com­fort al zek­er geen zek­er­heid. Een maand na de open­ing over­leed al een Gentse trein­reiziger, enkel en alleen door te bli­jven recht­staan tij­dens z’n rit­je. Even lat­er wer­den ook de eerste ‘bericht­en aan alle reizigers’ opge­maakt. Zo mocht­en reizigers ‘goed­eren die een hoe­ge­naamde reuk uit­wase­men’ vanaf 1841 niet meer meen­e­men op de trein.

Eindige weg

Sinds het enorme suc­ces zijn tal van uit­brei­din­gen gevol­gd. In de sta­tions­bu­urt zagen de Vooruit, het win­ter­cir­cus, de Minard en de rosse buurt het lev­enslicht. Na de bouw van Gent Sint-Pieters begon men echter na te denken over het kosten­plaat­je van een sta­tion mid­den in het cen­trum. In 1926 besloot men uitein­delijk om het te sluiten en alle treinen naar het door­loop­sta­tion Sint-Pieters te ver­plaat­sen, tot onvrede van het Zuid­kwarti­er. Het sta­tion had nog van nut kun­nen zijn voor even­e­menten, maar die schi­jn werd niet veel lat­er met de hamer door­bro­ken. De buurt kende lat­er wel een herop­bloei door het uit­gaansleven, maar ze zou nooit meer dezelfde faam en trots beteke­nen voor haar stad. 


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *