The State of the Unions


Door

Archief

Vakbonden zijn niet meer zo sexy als vroeger. Wat hebben zij ons, jonge blaadjes, te bieden? En kunnen ze iets doen om van hun donkere imago af te geraken?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 29/04/2019 – 11:12 door Ella RoosePi­eter­jan Schep­ens

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Miran­da Ulens, fed­er­aal sec­re­taris van de social­is­tis­che vak­bond (ABVV) en Marc Lee­mans, voorzit­ter van de chris­telijke vak­bond (ACV) decoderen de arbei­ds­markt, bereke­nen hun imagoschade en trak­teren ons op toekom­st­muziek.

De arbeids- wadde?

Je bent net afges­tudeerd en staat met je diplo­ma in de hand aan de poorten van de arbei­ds­markt. Reden tot paniek? “Er zijn een aan­tal fenome­nen zoals de ver­gri­jz­ing, de lage economis­che groei en de snel evoluerende tech­nolo­gie. Ook de opkomst van de informele economie en van free­lancewerk zor­gen ervoor dat het zoeken van werk moeil­ijk­er en onzek­erder is gewor­den. Met de pop­u­lar­iteit van low­cost­mod­ellen is er bij velen ook een neig­ing om te besparen op per­son­eel”, aldus Lee­mans. “Samengevat betekent dat voor jon­geren meer onzek­er­he­den en min­der kans op een job in een con­tractuele arbei­d­sre­latie. Dat betekent echter niet dat je als jon­gere moet doem­denken. Je moet juist de uitdagin­gen aan­gaan!”

Niet­temin wijst hij op de gevaren die het ver­lies van het oude mod­el met zich mee­bren­gen: “Veel jon­geren hebben wel een job, maar beschikken niet over sociale bescherming. Vroeger was het par­cours als werkne­mer miss­chien saaier, maar het was wel zek­erder en rechtli­jniger. Mensen had­den weet van een tra­ject. Nu is die rechtli­jnigheid min­der gewenst bij werkne­mers en ook bij werkgev­ers. Op die manier is rotatie van werk mogelijk en kun­nen werkgev­ers refresh­en wan­neer ze willen, met als gevolg dat ze min­der investeren in hun werkne­mers en omge­keerd. Arbeid is meer en meer terug een koop­waar aan het wor­den, en ook werkne­mers wor­den terug koop­waren.”

“Werkne­mers wor­den opnieuw koop­waren.” – Marc Lee­mans

Niet getreurd

Toch staan jon­geren vol­gens Miran­da Ulens bij het afs­tud­eren niet voor een zwart gat: “Jon­geren hebben van­daag een real­is­tis­ch­er beeld van de arbei­ds­markt dan vroeger. Ze zijn opgevoed met een meer open blik. Met het risi­co te ver­al­geme­nen, komen mensen ook veel vlug­ger in con­tact met nieuwe infor­matie waar­door ze bewuster zijn en wor­den van hoe het er op de arbei­ds­markt aan toe­gaat.”

Ze wijst ook op de var­iëteit aan opties die zich voor net-afges­tudeer­den aan­di­enen: “Als je ges­tudeerd hebt, ligt de wereld voor je open. Dat betekent nog niet dat je de job van je lev­en onmid­del­lijk zal vin­den. Stu­den­ten hebben het voordeel dat ze zich in een enorm gevarieerde arbei­ds­markt bevin­den, maar dat brengt ook met zich mee dat de jobkeuze min­der afgeli­jnd is. Boven­di­en is niet iedereen op zoek naar het­zelfde: som­mi­gen willen nog meer ken­nis opdoen, anderen willen eerst nog een beet­je van de wereld zien, nog anderen willen gewoon een loon om op het einde van de maand de huur te betal­en. Ik heb onder­von­den dat het meestal geen zwart-wit ver­haal is, maar een van gri­jstin­ten.”

Onderwijs

Bei­de kop­stukken zijn het erover eens dat het onder­wi­js niet per­fect kan voor­berei­den op deze brave new world. “Toen ik klein was, had ik nooit het idee dat ik de num­mer één van het ABVV wilde wor­den”, illus­treert Ulens. “Ik vind niet dat onder­wi­js stu­den­ten een op een moet voor­berei­den op de arbei­ds­markt. Die is van­daag in zo’n snelle ontwik­kel­ing dat je vijf jaar lat­er geen werk meer vin­dt met je huidi­ge diplo­ma. De taak van het onder­wi­js is vooral om je geest te ontwikke­len en je blik te ver­ruimen.”

Ook Lee­mans ontkent dat onder­wi­js per­fect kan voor­berei­den op de arbei­ds­markt. “Als stu­dent ben je vooral bezig met je eigen stud­ies en heb je bij­na geen ruimte om aan de verre toekomst te denken. Op de arbei­ds­markt komen bli­jft een ont­dekking. Als je bijvoor­beeld mis­bruik ziet, kan je daar op twee manieren op rea­geren: ofwel ben je een witte mer­el die zich alleen sterk opstelt, ofwel organ­iseer je je col­lec­tief met andere werkne­mers. Je merkt hier mooi het con­trast tussen de indi­vid­u­al­is­tis­che instelling van de stu­dent die zijn of haar exa­m­ens moet halen enerz­i­jds en de werkne­mer die zich meer col­lec­tief zal moeten open­stellen.”

De arbei­ds­markt mag niet onbe­spro­ken bli­jven in het onder­wi­js. Zow­el Lee­mans als Ulens wijzen erop dat vak­bon­den het onder­wi­js moeten benut­ten om jon­geren te informeren over de arbei­ds­markt en hun recht­en. Ulens benadrukt weliswaar dat vak­bon­den dit niet alleen kun­nen: “Als we willen dat het onder­wi­js brede maatschap­pelijke thema’s aansni­jdt, kan dat enkel door poli­tieke druk uit te oefe­nen op de regering. Ik had graag gehad dat het onder­wi­js uitlegt hoe onze sociale zek­er­heid werkt en hoe die tot stand is gekomen. Het is belan­grijk dat mensen die werken, weten welke recht­en en plicht­en ze hebben. Het is niet juist dat werkne­mers afhanke­lijk zijn van een per­soon, hun baas. Je moet buiten de indi­vidu­ele relatie met je baas ook recht­en hebben en die ken­nen.”

Lee­mans treedt hierin bij: “Als werk­zoek­ende kom je dik­wi­jls terecht bij de vak­bond. Zelfs als je meteen werk vin­dt, is het toch belan­grijk om na te denken hoe je je posi­tie bin­nen die job kan ver­sterken. Hier­bij kan de vak­bond een hand­je helpen.”

Imagoprobleem

Vak­bon­den wor­den heel vaak in een negatief daglicht geplaatst. De poli­tieke kleur schrikt af. De hor­rorver­halen die de media bren­gen ook. Onder­tussen wordt de kloof tussen jon­geren en de vak­bon­den steeds grot­er.

Lee­mans beves­tigt die prob­lematiek. Vol­gens hem ligt het indi­vid­u­al­isme bij jon­geren hoger en spe­len con­no­taties zeer sterk mee. “Maar in werke­lijkheid is het ACV heel poli­tiekon­afhanke­lijk. Geloof onze woor­den niet, kijk naar onze daden: er zijn veel ver­schillen tussen par­ti­jen en vak­bon­den die dezelfde kleur delen”, aldus Lee­mans. De vak­bon­den kri­j­gen in Ulens’ ogen de kans niet om in de media te komen met een posi­tief ver­haal. “Als onder­han­delin­gen goed aflopen dan heb je weinig tot geen jour­nal­is­ten. En als we actie voeren of er sprake is van con­flict, staan alle jour­nal­is­ten voor de deur,” vertelt Ulens. Teko­rtkomin­gen toegeven is moeil­ijk, maar Lee­mans steekt het niet onder stoe­len of banken: “We moeten meer en beter uit­leggen. Door de grote indi­vidu­ele ten­dens is het heel moeil­ijk om jonge mensen te over­tu­igen van die nood aan col­lec­tieve kracht. Die nood mag je niet onder­schat­ten, want je zal het meestal niet uithouden tot de eind­meet zon­der.”

Oplossing?

Hoe ze hun imago­prob­leem willen oplossen? Vol­gens Ulens is het duidelijk: “Per­soon­lijk con­tact. Met de mensen gaan spreken. Niet louter leunen op pam­flet­ten en adver­ten­ties.”  De link om jon­geren te bereiken is een uitdag­ing, maar bei­de vak­bon­den hebben een jon­geren­werk­ing en bieden jonge mensen voorde­len. “We moeten daar nog meer op inzetten om die aansluit­ing opnieuw te mak­en. Dat is cru­ci­aal om onder andere de begindip tegen te gaan. Er is echter geen won­der­mid­del, maar we zoeken verder,” aldus een hoopvolle Lee­mans.

“Het is aan jonge mensen om zich niet mee te slepen in ver­haalt­jes onder het mom van vri­jheid bli­jheid” – Miran­da Ulens

Ulens vertelt dat het ABVV ver­schil­lende sym­bol­is­che acties doet zoals The Fight for Four­teen (een ver­hoging van het min­i­mum­loon naar veer­tien euro per uur, red.) en sterk inzet op sociale media. Ze wil ook met haar vak­bond meer naar scholen en uni­ver­siteit­en trekken. “Ik kan mijn ken­nis en ervar­ing delen met jon­geren, maar zij zullen de wereld verder moeten uit­bouwen. Het is aan jonge mensen om zich niet mee te slepen in ver­haalt­jes onder het mom van ‘vri­jheid bli­jheid’, want op jezelf kom je er niet. Het is door col­lec­tief over­leg en samen­werk­ing dat je langza­am maar zek­er vooruit gaat.”

Toekomstmuziek

Een wereld waarin vak­bon­den niet meer bestaan: de nacht­mer­rie van iedere syn­di­cal­ist en zo ook van Lee­mans en Ulens. Alle­bei hameren ze op de rel­e­vantie van hun mid­den­vel­dor­gan­isaties. Vol­gens Ulens zullen er alti­jd vak­bonds­mensen zijn, op welke manier dan ook. Haar voor­naam­ste doel is niet om de vak­bond als huis te bescher­men, maar om voor de recht­en van mensen te bli­jven stri­j­den. Lee­mans vult verder aan: “Als vak­bon­den over­bod­ig wor­den, dan lev­en we in een ide­ale wereld waarin mensen gelijk in het lev­en staan. Dat is echter een utopie. Van­daag zit­ten we eerder in een dystopie waarin sociale onrecht­vaardigheid alomte­gen­wo­ordig is.”

“Als vak­bon­den over­bod­ig wor­den, dan lev­en we in een ide­ale wereld waarin mensen gelijk in het lev­en staan” – Marc Lee­mans

Lee­mans verk­laart verder waarom vak­bon­den bestaan­sre­den hebben: “Vak­bon­den zijn instru­menten van burg­erde­moc­ra­tie om de samen­lev­ing soci­aal gelijk­er te mak­en. Het is fout te denken dat sociale recht­en ver­wor­ven zijn voor alti­jd. Kijk maar naar de huidi­ge regering!” Van de regering hangt heel veel af vol­gens Ulens. “Onze speel­ruimte om din­gen te ver­wezen­lijken wordt heel sterk bepaald door de poli­tiek. Snel vooruit­gang boeken lukt natu­urlijk veel beter met een sociale regering. In het andere geval moeten we actie voeren.”


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *