Dood maar nog niet begraven


Door

Archief

De Egyptenaren wisten het al: ook na het overlijden kan je nog fresh zijn. De methoden daarvoor zijn nu beter en het is niet langer nodig om lijken te stelen zoals Da Vinci en Vesalius dat wel eens deden. Hoe belandt een dode tegenwoordig op de snijtafel?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 29/11/2019 – 3:50 door David Michiels

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Als je beslist om je lichaam te doneren aan de weten­schap, is het na je dood bij­na even span­nend als ervoor. De man met de zeis is nog maar net om de hoek of de klok begint te tikken: t‑minus 48 uur. “Het is belan­grijk dat na het tele­foon­t­je van de fam­i­lie alles snel gaat, want bloed stolt en de pri­va­cy­wet zorgt ervoor dat een medisch dossier 48 uur na het over­li­j­den wordt afges­loten”, zegt Dominique Jacobus, coör­di­na­tor van de sni­jza­al anatomie. “Het stof­fe­lijk over­schot komt bij ons bin­nen via onze begrafenison­derneem­ster. Er wordt bloed afgenomen om te testen op besmet­telijke ziek­tes: syfil­is, hepati­tis, HIV, enzovoort. Besmette lichamen gebruiken we niet. We willen stu­den­ten en spe­cial­is­ten zo goed mogelijk bescher­men.” 

Voor studenten

Hij licht verder toe: “Daar­na wordt er gescreend voor lit­tekens, waaruit we aflei­den of er ingrepen op de per­soon zijn uit­gevo­erd. Bij veel lit­tekens wordt het lijk gere­serveerd voor onder­wi­js, omdat zij niet per se per­fecte lichamen nodig hebben. Voor de balsem­ing gebruiken we dan zinkchlo­ride, een con­server­ing­sprod­uct dat ongeveer 75 euro kost per behan­del­ing. Via de ader in de lies wordt tien liter van deze sub­stantie gedurende drie uur doorheen het lichaam gepompt. Daar­na ligt het nog enkele dagen op kamertem­per­atu­ur en dan ver­huist het, in een lijkzak, naar een van de koel­cellen.”

Voor specialisten

Wan­neer Dominique en zijn collega’s weinig lit­tekens opmerken, is het lichaam geschikt voor chirur­gis­che work­shops. “Hier­voor gebruiken we Thiel-balsem­ing: een con­ser­vatiemeth­ode waar­bij de dode lev­ensecht en flex­i­bel bli­jft. De natri­um- en kali­um­zouten die hier­voor gebruikt wor­den, zijn een pak duur­der: zo’n 1.500 euro. De chemis­che oploss­ing wordt op dezelfde manier aange­bracht, maar het lichaam moet daar­na nog voor min­stens zes weken in een bad onderge­dom­peld liggen zodanig dat het prod­uct grondig kan indrin­gen. Het voordeel van deze tech­niek is dat de lichamen, vac­uüm ver­pakt in een grote plas­tiek zak, op kamertem­per­atu­ur kun­nen bewaard wor­den.”

Voor Moeder Natuur

De pro­s­ec­toren, diege­nen die het voor­berei­dende werk doen, pre­par­eren het lichaam en mak­en dus geen gebruik van het vroeger zo pop­u­laire for­mol en fenol. De stof­fen die nu gebruikt wor­den, zijn milieu­vrien­delijk­er en wor­den samen met het bloed in het lichaam gepompt zodat het kan door­drin­gen tot in de kle­in­ste haar­vaat­jes.

Het lichaam wordt niet in stukken en brokken in de kist gelegd

Het kan tot twee jaar duren vooraleer lichamen gecre­meerd of begraven wor­den. “Die mensen hebben hun lichaam afges­taan met de wens om max­i­maal van nut te zijn, dus proberen we het ten volle te gebruiken.” Ook goed om te weten: het lichaam wordt niet in stukken en brokken in de kist gelegd. Neen, alles wordt na elk bezoek aan de sni­jtafel weer net­jes aan elka­ar genaaid. Stu­den­ten en chirur­gen kri­j­gen duidelijke instruc­ties: met respect te werk gaan en het hoofd erbij houden.


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *