Speleologie: de underground scene van de wetenschap


Door

Archief

Wat hebben Lourdes, Han-sur-Lesse en Remouchamps gemeen? Inderdaad: ze lopen vol irritante toeristen. De massa wordt daarheen gelokt door fantastische grotten. Deze putten in de aarde zijn het studieonderwerp van een onderbelicht onderzoeksveld: de speleologie.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 24/10/2021 – 20:33 door Pieter Beirens

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Grot­ten hebben niet noodza­ke­lijk de beste rep­u­tatie. Wan­neer grot­ten bespro­ken wor­den in de media gaat het vaak over waaghalzen en Thaise voet­ballert­jes die erin vast komen te zit­ten. Om de zoveel tijd komt er echter een nieuws­bericht bin­nen dat niet zo ver­schrikke­lijk is. Zo werd vorige maand nog ont­dekt dat de lang­ste grot ter wereld, Mam­moth Cave in Ken­tucky in de Verenigde Stat­en, nog iets langer bleek te zijn dan eerst gedacht werd. Met min­stens 675 kilo­me­ter lang is het werke­lijk de mam­moet onder zijn soortgenoten. Maar waar komt zo’n grot van­daan? 

Drup, drup, drup

Grot­ten komen tot stand door wat ‘karstver­schi­jnse­len’ genoemd wordt. Ze ontstaan sim­pel­weg door de ont­bind­ing van onder­grondse kalk­steen, dolomi­et of gips door koolzu­urhoudend water. Wan­neer die ont­bind­ing gebeurt, ontstaat er een onder­grondse ruimte. Wan­neer die groot genoeg is, spreken we van een grot, anders is het een hol of een holte. Ze wor­den gevor­md door onder­grondse riv­ieren of andere water­lichamen en bestaan vaak uit meerdere gan­gen of ruimtes. Som­mige grot­ten hebben nog steeds riv­ieren in zich en groeien daarom nog steeds bij. Hoewel grot­ten er al langer zijn dan de mens, is de spec­i­fieke studie ervan nog maar een twee­hon­derd­tal jaar oud.

De grote beginners

Tot de negen­tiende eeuw viel de studie van grot­ten volledig onder andere studievelden, in het bij­zon­der de geolo­gie en arche­olo­gie. Alles wat over grot­ten geschreven werd, gebeurde dus met een alter­natieve weten­schap­pelijke insteek. Daar kwam veran­der­ing in toen de Frans­man, rechter en geograaf – chro­nol­o­gisch ook in die vol­go­rde – Édouard-Alfred Mar­tel een fas­ci­natie begon te ontwikke­len voor grot­ten. Mar­tel bracht sinds zijn jeugd al enkele vakanties door in een paar beroemde grot­ten ver­spreid over heel Europa.

Hoewel grot­ten er al langer liggen dan de mens, is de spec­i­fieke studie ervan nog maar een twee­hon­derd­tal jaar oud

In zijn vol­wassen lev­en onderneemt hij zelfs vol­waardi­ge expe­di­ties en vaart zo onder meer met een kano tot twee kilo­me­ter ver in een onder­grondse riv­i­er in Gouf­fre de Padirac, een grot in Frankrijk. Hij legde de grond­slag voor de weten­schap­pelijke studie van grot­ten en richtte ook de Société de Spéléolo­gie op. Na Mar­tel zien we in de twintig­ste eeuw het begin van een inter­na­tionale organ­isatie van spele­olo­gen.

Hobby of wetenschap?

In de avon­turen van Mar­tel zien we een relatief uniek fenomeen: een weten­schap die ook deels een hob­by of sport is. Zo wordt de groei van spele­olo­gie als weten­schap mede verk­laard door de opkomst van spele­olo­gie als een activiteit. In laat­stge­noemde gaat het dan om mensen die door grot­ten klim­men en ze ont­dekken, puur om recre­atieve in plaats van weten­schap­pelijke rede­nen. De link tussen de twee is niet nieuw, aangezien de Société de Spéléolo­gie open­stond voor zow­el weten­schap­pelijke als recre­atieve spele­olo­gen.

Het weten­schap­pelijke deel van spele­olo­gie staat ook niet op zichzelf. Net als een grot­ten­s­telsel vele paden bij elka­ar brengt, ligt ook de spele­olo­gie een beet­je op een kruis­punt van ver­schei­dene onder­zoeks­domeinen. Onder meer de geolo­gie, geografie, hydrolo­gie, pale­on­tolo­gie, biolo­gie en arche­olo­gie hebben inter­esse in die onder­grondse ruimtes.


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *