Maarten Bastiaensen dicht over de stad en de vrouwen


Door

Archief

Maarten Bastiaensen, professioneel flierefluiter, audiomaker en dichter, goot zijn rondzwervingen en de ervaring van het plotse verlies van zijn beste vriend in de rauwe poëziebundel 'De stad en de vrouwen – De dagen donkergrijs'.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 20/02/2022 – 20:20 door Char­lotte Mon­bailleu

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Waarom schri­jf je?

“Ik heb alti­jd de neig­ing gehad om het­geen in mijn hoofd zit, er met woor­den uit te kri­j­gen. Soms zie ik iets of heb ik een bepaalde zin in mijn hoofd en dan moet dat er gewoon uit. Zon­der al te zwev­erig te doen, maar het is een soort dwin­gende kracht van bin­nenu­it. Op een manier is het lev­ens­gevaar­lijk om met mij om te gaan, want alles wat je zegt, kan vroeg of laat ergens ver­schi­j­nen. De mensen om me heen zijn vaak onbe­doeld of onverwachts poëtisch en dat ver­w­erk ik graag. Soms durf ik over­goten gesprekken met vrien­den opne­men om hun acci­den­tele goud te recu­peren. Ik heb wel een zekere liefde voor alles wat met roes en waas te mak­en heeft.”

Je bun­del is een soort dag­boek van een rouw­pro­ces: een heel intense zaak voor jou en je omgev­ing. Hoe komt zoi­ets tot stand? 

“Rouw is een ver­dri­et dat zo heftig is, dat je zou ont­plof­fen als je het in je hoofd zou houden. Je neemt je ver­dri­et en wie die per­soon was, en maakt daar een donker gedicht over. Je schri­jft vanu­it je eigen pijn en wilt dat ook delen, maar het is een moeil­ijke, vaak gevoelige bal­ans. Som­mige gedicht­en zijn heel beeldend en scherp, die heb ik heel lang niet gedeeld. Hoe ver kan je daarin gaan? Je kan niet voor­spellen hoe jouw woor­den bin­nenkomen bij iemand anders.” 

“Als je het neer­schri­jft, bestaat het op een andere manier dan enkel in ver­dri­et”

Is het een soort ther­a­pie? 

“Op een manier wel. Je kan iets hon­derd keer vertellen, maar als je het neer­schri­jft, bestaat het op een andere manier dan enkel in ver­dri­et. In die zin is schri­jven dus een soort ther­a­peutis­che noodza­ak. Mijn poëzie is een ruw rouw­pro­ces. De bun­del reflecteert een heel duidelijke ‘voor’ en ‘na’ de dood van mijn beste vriend Fran­cis­co. De donkerte sluipt erin.”

Poëzie is dus iets heel per­soon­lijks, laat je je gedicht­en makke­lijk nalezen? 

“Ik heb een boeken­club (lacht). Zij hebben mijn bun­del volledig gelezen en wat aan­merkin­gen gegeven. Ik ben vaak best trots op wat ik schri­jf en dan is het hand­ig dat ik geze­gend ben met geïn­ter­esseerde vrien­den die niet terugdeinzen voor de nodi­ge opmerkin­gen. Kri­tiek is niet alti­jd een­voudig, maar ook het lezen van andere sterke schri­jvers maakt het soms lastig. Dan denk je al snel: “Zo goed kan het toch nooit zijn.” In dat licht is schri­jven ook een manier om je plaats te vin­den tussen anderen.” 

Je bent een audiomak­er. Heb je plan­nen om je tek­sten naar dit medi­um te ver­tal­en? 

“Zek­er. Niet per se muzikaal, maar eerder met field record­ings. De stad is een soort onbe­noemde in mijn schri­jven, het decor waarin ik mijn lev­en leid, dat soms ook naar voren treedt. De stad wordt vooral poëtisch door het­geen erin gebeurt. Ze komt tot lev­en door het gelu­id en de druk­te. Zo’n decor leent zich tot spe­len en exper­i­menteren; het brengt de gedicht­en tot lev­en.” 

Heb je een ultiem doel? 

“De grote droom is een eigen lock­er hebben in de Konin­klijke Bib­lio­theek in Brus­sel, tussen alle grote Bel­gis­che schri­jvers. Op iets kor­tere ter­mi­jn staan er nog ver­schil­lende lezin­gen op de agen­da in Brus­sel en Antwer­pen – ver­schil­lende ‘vari­anten’ hebben de plan­ning in de war gebracht – maar de con­cretere info wordt nog op mijn sociale­me­di­aprofie­len geplaatst.”


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *