Rector Rik Van de Walle: “Ik voel me een soort evangelist van de universiteit”


Door

Archief

De universiteit kent geen grenzen. Ze strekt van Gent over Kortrijk tot in Zuid-Korea. Uitwisselingsstudententen, -doctorandi en -proffen zijn een alledaags begrip. We worden, of zijn, een internationale universiteit. Maar hoe denkt onze rector daarover? 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 19/03/2023 – 10:03 door Tailah Baert­Pi­eter Beirens­Dries Blon­trock

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

U hebt zich in het verleden zeer posi­tief geuit over inter­na­tion­alis­er­ing. Hoe ziet u dat in de prak­tijk?

“Als je op een kwaliteitsvolle manier ken­nis wil creëren en ver­sprei­den, dan moet dat inter­na­tion­aal gebeuren. Het zou nogal merk­waardig zijn mocht­en alle beste ideeën zich in en rond Gent bevin­den. Het uni­ver­si­taire land­schap zit zo in elka­ar dat de beste ideeën elka­ar moeten kun­nen vin­den. Je wil ook tal­ent aantrekken, en je eigen manier van denken con­fron­teren met andere. Voor mij is inter­na­tion­alis­er­ing niet alleen een mid­del, maar ook een noodza­ak, om op een kwaliteitsvolle manier en met oog voor mul­ti­per­spec­tiviteit aan onder­zoek en onder­wi­js te doen.”

Wat hebt u al con­creet kun­nen realis­eren op het vlak van inter­na­tion­alis­er­ing?

“Ik werd rec­tor in 2017. Op dat moment wer­den er vraagtekens gezet bij onze activiteit­en in Zuid-Korea. Er waren nogal wat mensen die von­den dat we dat beter kon­den stopzetten. De vicerec­tor en ik hebben toen gezegd: ‘laat ons rustig een degelijke analyse mak­en van onze activiteit­en daar.’ De mensen die instaan voor de opvol­ging van die activiteit­en, hebben ver­vol­gens een busi­ness­plan ontwikkeld: als we daar op een ver­standi­ge manier inzetten op onder­zoek en onder­wi­js, dan wordt dat een suc­ces. Dat busi­ness­plan wordt inmid­dels gere­aliseerd.”

“Er is geen enkel insti­tu­ut dat beter toe­gang biedt tot jonge, getal­en­teerde mensen dan de uni­ver­siteit”

“Een andere ver­di­en­ste is het inzetten op inter­na­tionale con­tacten. We hebben onder meer de ban­den ver­ste­vigd met Ivy League-uni­ver­siteit­en en zetten daar struc­turele samen­werkin­gen mee op. UGent behoort tot de absolute wereld­top op het vlak van biotech­nolo­gie en far­ma­cie, en ook per­son­al­ized drugs. Vooral in de West­kust van de Verenigde Stat­en zijn er een aan­tal bedri­jven die geïn­ter­esseerd zijn om met ons samen te werken. John­son & John­son heeft hier in Gent een R&D‑afdeling gebouwd. Zij willen een actieve samen­werk­ing met onze onder­zoek­ers, ons uni­ver­si­tair zieken­huis, en met stu­den­ten. Zij zijn op zoek naar toekom­stige werkne­mers. Er is geen enkel insti­tu­ut dat beter toe­gang biedt tot jonge, getal­en­teerde mensen dan de uni­ver­siteit.”

U bent ambitieus. Voelt u zich vanu­it de poli­tiek vol­doende ges­te­und in die ambitie?

“Ik vind acad­emis­che vri­jheid en autonomie van uni­ver­siteit­en bij­zon­der belan­grijk. Bijgevolg ben ik absolu­ut geen vra­gende par­tij voor een min­is­ter of regering die komt zeggen wat wij mogen doen aan de uni­ver­siteit. In die zin pleit ik hele­maal niet voor een sterk lei­der­schap vanu­it de poli­tiek. Ik heb alti­jd gezegd: de poli­tiek heeft niets te zoeken bin­nen UGent, maar UGent heeft wel iets te zoeken in de poli­tiek. Niet om aan par­ti­jpoli­tiek te doen, maar wel om in te wegen en impact te hebben op de poli­tiek wat het uni­ver­si­taire land­schap betre­ft. Ik denk te kun­nen zeggen dat sinds ik rec­tor ben, de Gentse rec­tor veel meer aan­wezig is in het maatschap­pelijk debat dan vroeger het geval was.” 

U ver­wees al naar de vraagtekens die beston­den rond de Glob­al Cam­pus in Korea. Een daar­van was ongetwi­jfeld ‘Wat brengt het ons op?’

“Een aan­wezigheid in de regio, wat ons in staat stelt om jonge, getal­en­teerde Zuid-Kore­aanse stu­den­ten en anderen aan te trekken. De func­tie van die cam­pus als een hub, waar wij Zuid-Kore­aanse stu­den­ten en tal­ent aantrekken, werkt onmisken­baar. De doel­stelling om ook andere jon­geren uit de regio aan te trekken, daarin zijn we tot dusver maar in beperk­te mate ges­laagd.” 

Hoe komt het dat UGent die andere jon­geren niet bereikt?

“We zijn daar nog maar acht jaar. Het zijn er nog niet veel, maar na acht jaar realis­eren we daar al veel. Ik was als decaan een van de meest uit­ge­spro­ken stem­men tegen het Zuid-Kore­aanse project. Ik geloofde er niet in. Het zou nooit lukken, het kon niet lukken, het was zin­loos, ging veel geld kosten, enzovoort. Ik was fout.” 

“We zouden veel meer moeten samen­werken, over tal van gren­zen heen”

Begri­jpt u dat die cam­pus in Zuid-Korea voor buiten­staan­ders soms een parade­paard­je lijkt, om show te verkopen?

“Dat begri­jp ik, maar dat beeld klopt hele­maal niet. Er is maar één uni­ver­siteit in Bel­gië met een cam­pus in het buiten­land. Als ik mezelf één ding kwal­ijk neem, dan is het wel dat ik daar te weinig over spreek. Wij spreken er trouwens met zijn allen te weinig over. Ik probeer er op pub­lieke momenten wel de nadruk op te leggen, maar het is en bli­jft een aan­dacht­spunt.”

De inter­na­tion­alis­er­ing betekent ook veel vliegen. Begri­jpt u dat dat gevoelig ligt bij de mensen, wan­neer UGent tegelijk­er­ti­jd bespar­ings- en duurza­amhei­ds­maa­trege­len door­vo­ert?

“Ik begri­jp dat. Maar ik vlieg niet naar Los Ange­les als ik zelfs maar zou ver­moe­den dat ik het­zelfde zou kun­nen bereiken door hier te bli­jven. Ik vlieg zo weinig mogelijk en als ik naar de VS vlieg, dan zit mijn agen­da back to back bomvol met  meet­ings. Als rec­tor moet je inzetten op pri­or­iteit­en die je nodig acht om je visie te realis­eren. In dit geval dus de real­isatie van het inter­na­tionale beleid van deze uni­ver­siteit: over­al ter wereld verkondi­gen wie we zijn als uni­ver­siteit, wat onze ambities zijn en waar we naar­toe willen. Ik voel me dan een soort evan­ge­list van de uni­ver­siteit.”

Inter­na­tion­alis­er­ing betekent ook uitwissel­ingsstu­den­ten, ook van niet-west­erse orig­ine. Doet UGent genoeg om dis­crim­i­natie en racisme aan te pakken?

“Ik vind dat we zeer goed beleid voeren rond die the­ma’s. De bood­schap dat er voor racisme en xeno­fo­bie geen plaats is aan onze uni­ver­siteit, wordt zeer wijd ver­spreid. Je moet al van slechte wil zijn om te zeggen dat we dat niet doen. Dat belet niet dat er nog gevallen zijn van prob­lema­tisch gedrag. We proberen sys­tem­a­tisch ons beleid te ver­sterken. Momenteel werken ver­schil­lende werk­groepen aan een fijn­mazige herteken­ing van het beleid rond respectvol gedrag. De uit­brei­d­ing van de ‘active bystander’-train­in­gen is daar een voor­beeld van. In die work­shops leren medew­erk­ers en stu­den­ten hoe ze tussen­bei­de kun­nen komen bij grensover­schri­j­dend gedrag. Betekent dit dat we aan UGent eigen­handig alle vor­men van racisme en grensover­schri­j­dend gedrag uit de maatschap­pij zullen helpen? Neen, helaas. Dat zou de fac­to beteke­nen dat we de poort naar de maatschap­pij dicht­gooien. Maar het is een pri­or­i­tair belei­d­s­the­ma gewor­den en UGent doet er alles aan om per­son­eel en stu­den­ten te sen­si­bilis­eren en waar nodig bij te staan.”

“De fac­to betekent het dat geen enkele stu­dent of onder­zoek­er die het Ned­er­lands onmachtig is, kan deel­ne­men” 

“Wat betre­ft ongelijke machtsver­houdin­gen vormt de taal die in offi­ciële com­missies en over­legor­ga­nen aan UGent wordt gespro­ken eigen­lijk ook een aan­dacht­spunt. Wij moeten alle ver­gaderin­gen vol­gens de regels van de Vlaamse Over­heid in het Ned­er­lands lat­en door­gaan, de offi­ciële stan­daard­taal bin­nen de uni­ver­siteit. Ik begri­jp dat, maar het betekent de fac­to dat geen enkele stu­dent of onder­zoek­er die het Ned­er­lands onmachtig is, kan deel­ne­men aan tal van ver­gaderin­gen. Dat is toch wel een prob­leem.”

Advo­caat van de duiv­el, of de Vlaamse regering: kun­nen zij dan geen Ned­er­lands leren?

“Je kan dat eisen, maar we moeten ook real­is­tisch zijn. Stu­den­ten of onder­zoek­ers die hier slechts gedurende een relatief korte peri­ode verbli­jven, zullen niet meer komen indi­en we eisen dat ze kwaliteitsvol Ned­er­lands kun­nen spreken en schri­jven. We zouden ons met zo’n eis afs­luiten van inter­na­tion­aal tal­ent. Prof­fen en onder­zoek­ers die voor vele jaren aan de uni­ver­siteit komen werken moeten uit­er­aard wel al het mogelijke doen om Ned­er­lands te leren. Ook dat vind ik evi­dent.”

“De peri­odes waarin Vlaan­deren heeft geflo­reerd, waren zon­der uit­zon­der­ing die tij­den waarin het zich heeft opengesteld voor de wereld. Hoe kan je dan denken dat Vlaan­deren in de toekomst betekenisvol zal zijn als we de gren­zen sluiten en enkel Ned­er­lands willen spreken? Taal is belan­grijk, maar uit­gerek­end wie de échte Vlaamse zaak, met name de cre­atie van wel­vaart en welz­i­jn in Vlaan­deren, voor ogen houdt, zou moeten besef­fen dat Vlaan­deren een inter­na­tionale blik nodig heeft. We zijn een regio zon­der natu­urlijke grond­stof­fen, die het moet hebben van export. Dat kan alleen als we ons open­stellen voor de wereld en onszelf níét opsluiten.”

Zou het inter­es­sant zijn om meer met de Bel­gis­che uni­ver­siteit­en samen te werken op dat inter­na­tionale vlak? 

“Ja! Ik ben nu voorzit­ter van de Vlaamse Interuni­ver­si­taire Raad. Ik was nog niet lang voorzit­ter toen we het VLIR-CRef-sym­po­sium hebben geor­gan­iseerd. CRef is de Franstal­ige VLIR. Dat was voor het eerst sinds mensen­heuge­nis dat de Bel­gis­che rec­toren, vicerec­toren en directeuren elka­ar ont­moet­ten. Ik zag mijn Waalse col­le­ga-rec­toren alleen maar tij­dens staatsmissies in het buiten­land. Maar in eigen land nooit ofte nim­mer. Ik ben daarop aange­spro­ken door politi­ci: ‘Waarom doen jul­lie dat?’ Men vin­dt dat ken­nelijk vreemd, een ont­moet­ing met Waalse rec­toren. Wel­nu, ik vind het vreemd dat men dat vreemd vin­dt. We zouden veel meer moeten samen­werken, over tal van gren­zen heen.”


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *