IJkingsproeven: Weyts is fan, studenten minder


Door

Archief

Volgens Ben Weyts zijn ze een essentieel middel om de kwaliteit van het hoger onderwijs te verhogen, anderen staan er minder voor te springen: startproeven beroeren al langer de gemoederen. "Ze kunnen afschrikken en foutief advies geven aan kansengroepen."

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 14/05/2023 – 15:52 door Dries Blon­trock­Jef Tim­mer­mans

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Volledig vrij is de toe­gang tot het hoger onder­wi­js al een tijd­je niet meer. Om het te hoge aan­tal instromers te beperken, maar ook de kwaliteit van de oplei­d­ing te garan­deren en het slaag­per­cent­age te ver­hogen, kwam er in 1997 een bindend toe­lat­ing­sex­a­m­en voor de oplei­din­gen Geneeskunde en Tand­heelkunde. Voor die exa­m­ens moet je niet enkel sla­gen, maar ook tot een selec­tie van de best presterende deel­ne­mers behoren om te mogen begin­nen aan de oplei­d­ing. Sinds dit jaar geldt dezelfde regeling in de richt­ing Dier­ge­neeskunde. 

Het stokpaardje van Weyts

De laat­ste jaren wer­den er ook andere – min­der strik­te – mid­de­len ingezet om de doorstro­ming naar het hoger onder­wi­js te reg­uleren en onder­s­te­unen. Zo bestaan er sinds 2013 ijk­ingstoet­sen in de inge­nieur­sweten­schap­pen om de stu­den­ten een beter beeld van hun vaardighe­den en ken­nis, en hun ver­houd­ing tot het verwachte instap­niveau te geven, maar ook om hen aan te sporen die ken­nis zo nodig bij te spijk­eren. Tot voor kort waren deze ijk­ing­sproeven vri­jbli­jvend, maar sinds 2018 zijn ze voor som­mige richtin­gen ver­plicht.

Tij­dens de leg­is­latu­ur van min­is­ter Ben Weyts is het aan­tal ijk­ingstoet­sen aan de Vlaamse uni­ver­siteit­en maar lief­st ver­drievoudigd. Die ijk­ingstoet­sen en ver­plichte start­toet­sen zijn niet bindend, in tegen­stelling tot het ingang­sex­a­m­en. Ook wie niet slaagt, is welkom in de oplei­d­ing, maar sinds 2018 is hier voor de inge­nieur­sweten­schap­pen wel een ver­plicht remediëringstra­ject aan gekop­peld.

“Stu­den­ten die er niet thuishoren, zouden zo sneller een wake-upcall kri­j­gen”

– Ben Weyts, min­is­ter van Onder­wi­js

Tegen­wo­ordig woedt de dis­cussie of deze ijk­ing­sproeven ook in andere richtin­gen nut­tig kun­nen zijn. Min­is­ter Weyts vin­dt alvast van wel, en ziet ze graag ver­plicht voor elke uni­ver­si­taire oplei­d­ing. “Op die manier ver­mi­j­den we ook een ver­spilling van geld, kwaliteit en energie. Stu­den­ten die niet in het hoger onder­wi­js thuishoren, zouden zo sneller een wake-upcall kri­j­gen”, vertelde hij in het praat­pro­gram­ma #Bel­Ri­adh.

“Momenteel zijn er al veer­tien oplei­din­gen waar­voor deel­name aan een start­toets een voor­waarde voor inschri­jv­ing is”, laat zijn kabi­net weten. “Dat is al een mooi aan­tal op korte tijd, maar het zou mooi zijn om voor elke oplei­d­ing een start­toets te hebben.” De start­proeven, de nieuwe term voor ver­plichte, niet-bindende toe­lat­ing­sproeven, zijn dan ook een waar stok­paard­je van Weyts. Toch is het geen van bove­naf opgelegd project. “De ver­ant­wo­ordelijkheid voor de ontwik­kel­ing, imple­men­tatie en opvol­ging van de toet­sen ligt volledig bij de instellin­gen. De experten die de toet­sen ontwikke­len en analy­seren zijn uit­er­aard het best geplaatst om aan te geven wan­neer een toets vol­doende valide is om ze ver­plicht in te voeren.”

De starttoets als remediëringsinstrument

“Wij zijn niet a pri­ori tegen ijk­ingstoet­sen, op voor­waarde dat ze door­dacht en ration­eel wor­den ingezet, in het belang van de stu­dent”, vertelt Mat­tias Niels, bestu­ur­der Onder­wi­js bij de Gentse Stu­den­ten­raad (GSR). Aan UGent vol­gt de gemid­delde stud­iedu­ur al enkele jaren een opwaartse trend. Amper 32 % van de stu­den­ten haalt bin­nen de voorziene tijd een bach­e­lordiplo­ma. “Met ijk­ingstoet­sen probeert men dat prob­leem te ver­helpen, door stu­den­ten nog voor aan­vang van hun stud­ies te informeren over het vereiste instap­niveau. Ze geven dan nog de mogelijkheid om zich bij te spijk­eren via remediëringstra­jecten, die vanaf vol­gend jaar in enkele oplei­din­gen ver­plicht wor­den.”

“Oplei­din­gen zoals Psy­cholo­gie of Recht­en hebben momenteel geen dergelijk instru­ment”

– Mat­tias Niels, bestu­ur­der Onder­wi­js GSR

Niels plaatst daar meteen een kant­teken­ing bij. “Oplei­din­gen waar­van men de instroom en doorstroom wil opti­malis­eren, zoals Psy­cholo­gie of Recht­en, hebben momenteel geen dergelijk instru­ment, omdat er geen bestaat met vol­doende inhoudelijke en voor­spel­lende validiteit.” Momenteel bestaan toe­lat­ing­sproeven daarom voor­namelijk voor de zoge­naamde STEM-oplei­din­gen. Vol­gens het kabi­net Weyts gaat Niels daarmee voor­bij aan de bedoel­ing van de start­toet­sen: “Een start­toets test begin­com­pe­ten­ties, niet wat je tij­dens de oplei­d­ing moet leren. Een van de belan­grijk­ste zak­en bij bijvoor­beeld Psy­cholo­gie is de ken­nis van acad­emisch Ned­er­lands. Dat kan je dus zek­er testen met een start­toets.”

Of Weyts’ start­toet­senof­fen­sief effec­tief zal zijn, betwi­jfelt Niels sterk: “Als ze gepaard gaan met vol­doende mid­de­len voor studie- en tra­ject­begelei­d­ing en gerichte vroege heror­iën­ter­ings­maa­trege­len, komen ijk­ingstoet­sen max­i­maal tot hun recht. Dat is hoogst onzek­er, onder andere door de onder­fi­nancier­ing van het hoger onder­wi­js.”

Voorzichtigheid geboden

De menin­gen bij de Vlaamse Verenig­ing van Stu­den­ten (VVS) zijn van een gelijkaardi­ge toon­aard. Voorzit­ter Julien De Wit is niet automa­tisch voor of tegen ijk­ing­sproeven. “Er moet bli­jvend onder­zocht wor­den of ijk­ings- en toe­lat­ing­sproeven een posi­tief effect hebben op studieren­de­ment, zon­der dat bepaalde groepen er nade­len bij ondervin­den.” Stu­den­ten zijn namelijk nog meer dan tevoren afhanke­lijk van hun vooro­plei­d­ing, en aan de beschik­bare voor­berei­d­ings- en bijschol­ingstra­jecten hangt een bij momenten toren­hoog pri­jskaart­je. Op het kabi­net Weyts denken ze daar anders over: “De start­toet­sen bezor­gen ons inziens nie­mand een oneer­lijk nadeel. Inte­gen­deel, iedereen mag zich nog steeds inschri­jven, maar kan zich wel beter vergelijken met de ben­odigde start­com­pe­ten­ties en dus zelf reflecteren over de gemaak­te studiekeuze. Wan­neer de cesu­ur niet behaald wordt en men zich toch inschri­jft in de oplei­d­ing, kri­jgt de stu­dent boven­di­en gepaste onder­s­te­un­ing via de ver­plichte remediëring.”

“IJk­ing­sproeven zijn alti­jd een momen­top­name van de vaardighe­den en ken­nis van stu­den­ten”

 – Julien De Wit, voorzit­ter VVS

Toch heeft De Wit zijn twi­jfels over de inhoud van de proeven: “Momenteel worste­len alle ijk­ing­sproeven nog met prob­le­men qua eerlijkheid en validiteit. Ze kun­nen afschrikken en foutief advies geven aan kansen­groepen en zo de toe­gang tot oplei­din­gen min­der democ­ra­tisch mak­en. Daarom mogen ijk­ingstoet­sen nooit bepal­end of exclud­erend zijn voor de studiekeuze.” Net als Niels benadrukt De Wit dat vol­doende investerin­gen in remediëringstra­jecten cru­ci­aal zijn.

“Louter de ijk­ing­sproef kan niet lei­den tot een betere onder­wi­jskwaliteit.”, waarschuwt De Wit. “Ze zijn alti­jd een momen­top­name van de vaardighe­den en ken­nis van stu­den­ten, die niet alti­jd rep­re­sen­tatief is voor hun capaciteit­en. Daarom moeten we er voorzichtig mee omsprin­gen.”


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *