Open Boek met John Lievens: “ik herken me helemaal niet in de term ‘buisvak’”


Door

Archief

In deze rubriek stellen we proffen open vragen, waarop ze frank en vrij mogen antwoorden. We interviewden John Lievens, professor statistiek en demografie aan de UGent, over de toegankelijkheid van universitair onderwijs.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 4/09/2023 – 6:50 door Tailah Baert

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Vin­dt u over het alge­meen dat het eerste bach­e­lor­jaar van uni­ver­si­taire richtin­gen zwaar is?

“Het eerste bach­e­lor­jaar wordt bin­nen onze fac­ul­teit (Poli­tieke en Sociale Weten­schap­pen, red.) vooral inge­vuld op inhoudelijk vlak. Van­daar dat veel vakken eigen­lijk geen voorken­nis veron­der­stellen. We starten met de basis omdat we iedereen willen meen­e­men in het ver­haal en opti­male kansen willen geven om te sla­gen. Dus ik herken me hele­maal niet in de term ‘buis­vak’. Alsof dat zou beteke­nen dat er een bepaald deel van de stu­den­ten zou moeten wegge­s­e­lecteerd wor­den. Inte­gen­deel, de enige hoop die ik ieder jaar heb, is dat alle stu­den­ten zullen sla­gen voor het exa­m­en sta­tistiek. De tijd dat prof­fen tij­dens de eerste les zei­den ‘de per­so­n­en links en rechts van u zullen er waarschi­jn­lijk vol­gend jaar niet meer bij zijn’, is gedaan. Is het te moeil­ijk of niet? Ik denk dat het niet te moeil­ijk is, omdat het inhoudelijk aanges­tu­urd is.”

“De tijd dat prof­fen tij­dens de eerste les zei­den ‘de per­so­n­en links en rechts van u zullen er waarschi­jn­lijk vol­gend jaar niet meer bij zijn’, is gedaan”

Vin­dt u het goed dat vrij zware vakken meteen in het eerste semes­ter van het eerste jaar wor­den gegeven? Kri­j­gen nieuwe stu­den­ten vol­doende aan­pass­ingsti­jd in het hoger onder­wi­js?

“Ja. Ik denk dat het belan­grijk is dat stu­den­ten vanaf de eerste week een goed beeld hebben van: oké, wat gaan we hier écht doen? De les­gev­ers weten dat ze te mak­en hebben met mensen van acht­tien, negen­tien jaar, die miss­chien nog niet de nodi­ge matu­riteit en gewoontes hebben. Maar ik denk dat het belan­grijk is dat die stu­den­ten direct meegenomen wor­den in de manier van les­geven aan de uni­ver­siteit. Langs de andere kant moet je ze ook wel de nodi­ge tools en hulp­mid­de­len aan­reiken om de tran­si­tie van het secundair onder­wi­js naar het hoger onder­wi­js suc­cesvol af te ron­den. En ook daar denk ik dat er de voor­bi­je jaren belan­grijke stap­pen gezet zijn. Er zijn bijvoor­beeld de mensen van het mon­i­toraat en de studiebegelei­d­ing, die nemen heel wat ini­ti­atieven. Ook onze assis­ten­ten geven een-op-een­begelei­d­ing.”

De ‘harde knip’ van Vlaams min­is­ter Ben Weyts heeft daar ook mee te mak­en. Denkt u dat die maa­tregel op lan­gere ter­mi­jn in zijn opzet zal sla­gen?

“Mijn houd­ing daarin is een beet­je dubbel. Ik zou liev­er niet hebben dat dat nodig is, maar vanu­it mijn ervar­ing moet ik wel vast­stellen dat er elk jaar mensen bijkomen die eigen­lijk zo goed als afges­tudeerd zijn en toch nog alti­jd geen cred­it behaald hebben voor een eerste­bach­e­lor­vak. Dat lei­dt tot heel pijn­lijke sit­u­aties met mensen die tot op het niveau van de Raad voor Betwist­ing studievoort­gangs­beslissin­gen aan­klacht­en indi­enen, maar steeds van een kale reis thuiskomen. Door het cred­it­sys­teem moet je nu een­maal een tien halen voor elk vak voor je kan afs­tud­eren. Er zijn mensen die vier, vijf, soms zes jaar ges­tudeerd hebben aan de uni­ver­siteit, die je uitein­delijk de toe­gang tot een finaal diplo­ma moet ontzeggen. Ik snap dus wel dat er op een bepaald moment een sig­naal moet komen naar de stu­den­ten toe. Je moet erover wak­en dat er niet te veel flex­i­bilis­er­ing komt. Stu­den­ten moeten aange­spo­ord wor­den om meer ver­ant­wo­ordelijkheid op te nemen. Dus ja, die harde knip? Liev­er niet, maar soms is het nodig om tragedies achter­af te ver­mi­j­den.”

“Die harde knip? Liev­er niet, maar soms is het nodig om tragedies achter­af te ver­mi­j­den”

Denkt u dat ver­plichte en bindende toe­lat­ing­sproeven een goede manier zijn om vroeg te schiften? En zouden ze er voor meer richtin­gen moeten komen?

“Ik denk dat de enige verdedig­bare reden om zoi­ets in te richt­en, het behoud van de kwaliteit van het onder­wi­js is. Een eerste jaar waarin er heel veel prac­ti­ca zijn kan maar aan een beperkt aan­tal stu­den­ten aange­bo­den wor­den. Dan is het verdedig­baar om het aan­tal stu­den­ten te beperken met een toe­lat­ing­sproef. In mijn fac­ul­teit is dat echter min­der doorslaggevend, waar­door een toe­lat­ing­sproef meer kwaad dan goed kan doen. Het zou namelijk kun­nen lei­den tot sociale uit­sluit­ing. We weten dat er jon­geren zijn uit soci­aal kwets­bare gezin­nen, met min­der hoog opgelei­de oud­ers, met een migratieachter­grond of met een taalachter­stand. Die zijn zwaar benadeeld bij dit soort selec­tiemech­a­nis­men. De democ­ra­tis­er­ing en gelijke toe­gang tot hoger onder­wi­js zouden hier­door in gevaar komen.”

Zouden uni­ver­siteit­en zich meer moeten focussen op onder­wi­js in plaats van onder­zoek, door bijvoor­beeld een grot­er deel van het bud­get naar stu­den­ten­voorzienin­gen te lat­en gaan?

“Goh, dat is moeil­ijk. Een uni­ver­siteit is een onder­zoeksin­sti­tu­ut én een onder­wi­jsin­sti­tu­ut. Ik denk dat stu­den­ten erbij gebaat zijn om les te kri­j­gen van per­so­n­en die ook veel onder­zoek uitvo­eren en die daar real­isaties kun­nen voor­leggen. Ik zie het niet zozeer als een com­peti­tie tussen die twee. Aan een uni­ver­siteit heb je bei­de nodig. Er lijkt mij zek­er niet alti­jd tegen­spraak te zijn tussen financier­ing voor onder­zoek en investerin­gen in kwal­i­tatief onder­wi­js. In de manier waarop prof­fen geë­val­ueerd wor­den, is er een belan­grijke omslag gebeurd. In het verleden gebeurde dat vooral op basis van het onder­zoek en de onder­zoeks­fi­nancier­ing die iemand bin­nen­haalde met pub­li­caties. Dat is de laat­ste jaren volledig omges­la­gen naar een meer kwal­i­tatieve eval­u­atie, waar­bij ook onder­wi­js en inzet voor maatschap­pelijke organ­isaties sterk gewaardeerd wor­den.”

Tot slot, heeft u de Bar­bi­efilm al gezien?

“Ik heb hem zelf nog niet gezien. Mijn vrouw en dochter zijn wel al gaan kijken en kwa­men laaiend ent­hou­si­ast thuis. Ik weet niet of ik er tien euro voor over heb. Maar als het op een stream­ing­di­enst komt, zal ik het wel eens bek­ijken als guilty plea­sure.”


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *