Open Boek met Bruno De Wever: “De universiteit luistert naar haar studenten”


Door

In deze rubriek stellen we proffen open vragen, waarop ze vrank en vrij mogen antwoorden. We interviewden Bruno De Wever, hoogleraar geschiedenis en publiekshistoricus, over politiek activisme aan de universiteit.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 2/10/2023 – 5:26 door Tailah Baert

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Heeft u het poli­tieke engage­ment van stu­den­ten aan de uni­ver­siteit zien veran­deren door de jaren heen?

“Het is opval­lend dat het poli­tieke engage­ment van stu­den­ten in de loop der geschiede­nis sterk ver­bon­den is geweest met Vlaamse beweg­in­gen. Op een bepaald moment in de jaren 70 was er bijvoor­beeld de VNSU, een stu­den­tenor­gan­isatie gelieerd aan de toen­ma­lige Volk­sunie (Vlaams-nation­al­is­tis­che poli­tieke par­tij, red.). Ook waren organ­isaties als KVHV (Katholiek Vlaams Hoogstu­den­ten Ver­bond, red.) en NSV (Nation­al­is­tis­che Stu­den­ten­v­erenig­ing, red.) heel dom­i­nante verenigin­gen in Antwer­pen, waar ik mijn eerste jaren door­bracht. Daar­naast waren er duidelijk linkse stu­den­ten­groeperin­gen, die ook zeer luidruchtig waren, maar die in Antwer­pen toch onder­la­gen tegen­over de eerder rechtse tot uiterst rechtse stu­den­ten­v­erenigin­gen. Hier in Gent kwam ik wel in een iets ander stu­den­ten­m­i­lieu terecht. Hier zag je dat de eerder links georiën­teerde stu­den­ten­groeperin­gen dom­i­nant waren.”

“In 1978 was er de ‘stri­jd tegen de 10.000’ tegen het optrekken van het inschri­jv­ings­geld tot 10.000 frank. Ik denk niet dat er in de geschiede­nis van stu­den­ten­con­tes­ta­tie een moment was dat heviger en geweld­dadi­ger was dan toen. In vergelijk­ing met andere Europese lan­den was dit bedrag nochtans bij­zon­der weinig, maar het was in ieder geval iets dat de stu­den­ten per­soon­lijk aan­be­langde. Maar pro­gressieve stand­pun­ten stelden dat hoger onder­wi­js gratis zou moeten zijn. Toen lag de prob­lematiek heel dicht bij de stu­den­ten. Daartegen­over gaat stu­den­ten­protest van­daag heel vaak over de grotere prob­le­men in de wereld, zoals bijvoor­beeld kli­maatveran­der­ing.”

“Een aan­tal nieuwe prob­lematieken zijn sinds­di­en sterk naar voren gekomen. Ecolo­gie, in de ruime zin van het woord, is een the­ma dat alleen maar belan­grijk­er is gewor­den. Een prob­lematiek die vroeger niet onbestaande was, maar veel min­der promi­nent aan­wezig was. Daar­naast is er de gen­der­prob­lematiek: man ver­sus vrouw, de posi­tie van vrouwen en de posi­tie van mensen die zich niet in die twee gen­ders herken­nen. Dat is niet vol­strekt nieuw, want je had vroeger ook al vrouwelijke stu­den­te­nag­i­tatie, maar niet­temin zwakker dan wat van­daag het geval is.”

“Uni­ver­siteit­en zijn als de dood voor slechte pub­liciteit. Dat kun­nen ze mis­sen als kiespi­jn.”

Hebt u de indruk dat de protesten van van­daag effec­tief wegen op het beleid van de uni­ver­siteit? Wordt er naar de stu­dent geluis­terd?

“Dat denk ik wel. Er waren al acties rond uni­ver­si­taire medew­erk­ers, meestal pro­fes­soren die hun gren­zen niet ken­nen, die tox­isch gedrag ver­toon­den. Het is wel gebleken dat daar­naar geluis­terd wordt. Oké, het gaat vol­gens som­mi­gen miss­chien niet snel genoeg. Dan kom je terecht in de wereld van pro­ce­dures, van juridis­che geplo­gen­heden, van woord en wed­er­wo­ord, com­missies die zich daarover moeten buigen, dus dat gaat traag. Het heeft niet alti­jd de uitkomst die de actievo­erders zouden wensen, maar dat is maar goed ook, want de taak van een uni­ver­si­tair bestu­ur is toch nog wat anders dan de taak van iemand die iets wil aan­kla­gen. Dat zijn ver­schil­lende werelden, die soms met elka­ar bot­sen. Ook omdat uni­ver­siteit­en als de dood zijn voor slechte pub­liciteit. Dat kun­nen ze mis­sen als kiespi­jn.”

“De rijk­swacht heeft toen met rub­berko­gels geschoten en het waterkanon werd per­ma­nent ingezet.”

Bent u zelf in uw stu­den­ten­ti­jd actief geweest bij protesten?

“Ja. In mijn allereer­ste weken als eerstekan­di­datu­urstu­dent (oude naam voor bach­e­lorstu­dent, red.) geschiede­nis, namen we al meteen deel aan een bezetting van de Are­nawei­de in Antwer­pen, waar het toen­ma­lige gemeen­tebestu­ur van Deurne de bouw van een aan­tal sociale wonin­gen plande. Dat was de peri­ode waarin de groene beweg­ing zich begon te vor­men. Ik was daar aan­wezig omdat mijn vrien­den ertussen ver­toef­den. Was ik gedreven door zeer grote over­tuig­ing? Niet echt. Het ging er wel heftig aan toe en er zijn wel wat scher­mut­selin­gen geweest met de rijk­swacht en de poli­tie. Mijn vrien­den von­den het alle­maal heel span­nend, ik vond het eigen­lijk maar niks, want ik had veel erg­er meege­maakt. Ik had betoogd in Schaar­beek tegen Roger Nols, ik had betoogd in de Voer­streek tegen José Hap­part en ik had betoogd in Moeskroen. Ik was daar aan­wezig met het Taal Aktie Komi­tee. De rijk­swacht heeft toen met rub­berko­gels geschoten en het waterkanon werd per­ma­nent ingezet. En achter­af beschouwd, waar ging die betoging op de Are­nawei­de eigen­lijk over? Nu bek­ijk ik dat met kri­tis­chere ogen dan toen.”

Vin­dt u dat een prof zich neu­traal moet opstellen in een audi­to­ri­um of is het eerlijk­er om als prof uw mening mee te geven? 

“Ik vind dat je neu­traal moet bli­jven, maar je kan neu­traal zijn en toch je mening geven. Het is geen prob­leem dat je over bepaalde stand­pun­ten duidelijk in je kaarten laat kijken, maar zeg er dan duidelijk bij dat het een stand­punt is. Over het alge­meen is neu­traliteit belan­grijk, zolang het maar geen impo­tente neu­traliteit wordt. Je kunt een soort neu­traliteit nas­treven waar­door je niets meer kan zeggen. Nee, je moet de stand van het weten­schap­pelijk dossier ken­nen. Er zijn bepaalde prob­lematieken waar debat over bestaat en waar je soms een stand­punt kunt innemen waar­van je weet dat het gegrond is.”

Ter afrond­ing, wat is het eerste dat u gaat doen als u op pen­sioen bent? 

“Meer van het­zelfde, in eerste instantie. Ik heb nog heel wat lezin­gen op de plan­ning staan en in okto­ber word ik verwacht op twee zware stud­ieda­gen. Op een wat lan­gere ter­mi­jn wil ik wel een aan­tal din­gen afbouwen. Ik heb twee kleinkinderen en er is een derde op komst. Die gaan zek­er veel aan­dacht kri­j­gen. Bin­nenko­rt ga ik meer tijd kun­nen vri­j­mak­en voor hen.”