‘Een schitterend wit’: de dood heeft niet veel papier nodig


Door

Archief

Sterven, we doen het allemaal wel eens. Kersvers Nobelprijswinnaar voor de literatuur Jon Fosse heeft er zijn jongste boek aan gewijd. Met ‘Een schitterend wit’ heeft Fosse aan een luttele 80 pagina’s genoeg om literatuur op wereldniveau te creëren.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 20/11/2023 – 7:12 door Anaïs Vanass­che

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Een man is op de dool met zijn auto. Hij rijdt niet naar een bestem­ming, hij rijdt om met iets bezig te kun­nen zijn omdat hij niks kon bedenken dat hem enig plezi­er zou kun­nen ver­schaf­fen. Zijn gedacht­en dwalen af en voor hij het weet heeft hij zichzelf klem gere­den in een besneeuwd boswegget­je. Het begint hem te dagen dat de laat­ste huizen die hij kruiste kilo­me­ters achter hem liggen. Hij stapt uit zijn auto en gaat op zoek naar een spoort­je van de bewoonde wereld, een warm huis of een trac­tor die zijn auto vrij kan slepen.

Jon Fos­se is geen bek­ende naam in ons land. De Noor is echter niet aan zijn proef­s­tuk toe. Fos­se, die debu­teerde in 1983, mag een resem aan romans, kortver­halen, poëzie, essays, toneel­stukken en zelfs kinder­boeken op zijn pal­mares schri­jven. Dankz­ij zijn werk kreeg hij de eer om in een huis gebouwd op een grot op het domein van het Noorse Konin­klijk Paleis te mogen wonen. Grot­ten, zoals het huis wordt genoemd, wordt tra­di­tion­eel bewoond door een kun­ste­naar die er tot zijn dood mag bli­jven.

Toen Fos­se zeven was had hij een bij­na-doo­d­er­var­ing door een zwaar ongeval. Die ervar­ing heeft een weer­slag gehad op zijn werk en dat is ook duidelijk bij ‘Een schit­terend wit’. Over de dood schri­jven is moeil­ijk, en als het al ges­laagd is, dan laat het vaak weinig ruimte voor inter­pre­tatie. Dit boek leest echter als een wazige ervar­ing die je kan zien zoals je wil. De dood is in dit ver­haal ook niet negatief, het schit­terend wit is er gewoon, zon­der een waarde-oordeel over zich heen te kri­j­gen.

Ergens in die opbouw besef je dat dit boek niet zomaar een betoog is tegen de Noorse VAB

Dit boek telt niet veel bladz­i­j­den, en is zow­el nar­ratief als stilis­tisch een en al een­voud. Fos­se gebruikt geen dure woor­den puur om dure woor­den te kun­nen gebruiken. Hij gebruikt zeer een­voudi­ge, getrapte zin­nen. De gedacht­en van het hoofd­per­son­age, war­rig als ze vaak zijn, bouwen traag op elka­ar een ver­haal, en ergens in die opbouw besef je dat dit boek niet zomaar een betoog is tegen de Noorse VAB. Het is totaal niet wat je verwacht van een Nobel­pri­jswinaar, maar het is net de omk­er­ing van wat de verwachtin­gen zijn die maakt dat dit boek zo goed ont­van­gen wordt. Het min­i­mal­isme is ver­fris­send.

Wat ook vrij oncon­ven­tion­eel is, is de mystieke inslag van ‘Een schit­terend wit’. Fos­se is een bekeerde katholiek en dat zie je aan de manier waarop hij de dood inkleedt. “Hij geeft een stem aan het onzeg­bare”, luid­de het ver­dict van het Nobel­pri­js­comité. Mystiek is een iet­wat stof­fig genre dat je kunt linken aan Beat­ri­js uit de lessen Ned­er­lands uit het mid­del­baar, maar miss­chien heeft Fos­se het nu een nieuw elan gegeven.


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *