Nieuw rapport wijst op positieve evolutie universitair beleid rond grensoverschrijdend gedrag


Door

Archief

Grensoverschrijdend gedrag is het hete hangijzer dat al jaren een schaduw werpt op het hoger onderwijs. Met de recente VLIR-evaluatie, alsook nieuwe procedures aan de UGent, lijken er eindelijk stappen genomen te worden.  

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 23/02/2026 – 8:31 door Emi­lie De Win­neLotte Van den Eyn­den­Joppe Frans

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Wat zegt het rapport?

Vanu­it de Vlaamse Interuni­ver­si­taire Raad (VLIR) werd een pan­el samengesteld dat het beleid aan de Vlaamse uni­ver­siteit­en in zijn geheel moest eval­ueren, met een zel­fre­flec­tie van uni­ver­siteit­en als start­punt. Het pan­el maak­te gebruik van gesprekken met stake­hold­ers vanu­it de acad­emis­che gemeen­schap, eve­nals het Vlaams Mensen­recht­enin­sti­tu­ut, Meld­punt Grensover­schri­j­dend Gedrag en het Insti­tu­ut van Gelijkheid van vrouwen en man­nen, als input voor dit rap­port.

Vol­gens het pan­el is er sprake van een posi­tieve ontwik­kel­ing. Verder staan in het rap­port nog aan­bevelin­gen rond meld­pro­ce­dures en het inzetten op pre­ven­tie. 

Aan de UGent zit men nog in een over­gangs­fase en moeten meld­ing­spro­ce­dures nog verder uit­gew­erkt wor­den in samen­werk­ing met stu­den­ten. Er zijn sinds kort vertrouwensper­so­n­en in het stu­den­ten­cen­trum enkel toe­ganke­lijk voor stu­den­ten, in tegen­stelling tot het vroegere Trust­punt dat met meldin­gen omgaan van zow­el per­son­eel­sle­den als stu­den­ten. 


Is de methode geheel betrouwbaar?

Ondanks de exper­tise van de mensen die zete­len in het pan­el of dege­nen die data lev­eren die het pan­el eval­ueert, kan de objec­tiviteit van deze analyse in het gedrang komen gezien de con­nec­tie met de instellin­gen die wor­den onder­zocht.

Hoewel de zete­lende pan­elle­den over een brede exper­tise beschikken, kan je vra­gen stellen over de objec­tiviteit van hun oordeel aangezien velen directe con­nec­ties hebben met de Vlaamse uni­ver­siteit­en die ze moeten eval­ueren. In hoev­erre kan iemand die deel uit­maakt van een instelling, diezelfde instelling onpar­ti­jdig eval­ueren? 

Hoewel het rap­port vertrekt vanu­it een zel­fre­flec­tie van de uni­ver­siteit­en zelf, spreekt de VLIR in haar pers­bericht van een ‘externe eval­u­atie’

In het pan­el zat ook o.a. iemand van Uni­ver­siteit van Ams­ter­dam, waarom wer­den niet meer pan­elle­den van niet-Vlaamse uni­ver­siteit­en uitgen­odigd? Hoewel het rap­port vertrekt vanu­it een zel­fre­flec­tie van de uni­ver­siteit­en zelf, spreekt de VLIR in haar pers­bericht van een ‘externe eval­u­atie’, wat elka­ar lijkt tegen te spreken.

Daar­bij wordt gezegd dat er ook gekeken is naar ervarin­gen. Cijfers wor­den niet ver­meld of gebruikt: “Het pan­el heeft niet zelf de effecten van belei­dsini­ti­atieven in de prak­tijk kun­nen vast­stellen in een kwan­ti­tatief onder­zoek.” Er wordt echter ook niet verder ver­duidelijkt bij de input welke ervarin­gen juist zijn uit­gewis­seld vanu­it externe organ­isaties met het pan­el. Dit kan echter ook zijn van­wege de vertrouwelijke aard van de ervarin­gen.

De Sut­ter laat weten dat ze de con­clusies en aan­bevelin­gen van het pan­el onder­schri­jft. De UGent stelt vertrouwen te hebben in de onafhanke­lijkheid van het pan­el, gezien zij autonoom werken met duidelijke eval­u­atiekaders, onafhanke­lijke meth­od­es van gegevensverza­mel­ing, breed stake­holderover­leg en hun kri­tis­che aan­bevelin­gen.


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *