Cantussen wordt immaterieel erfgoed


Door

Archief

Io vivat! Het cantussen is officieel erkend als immaterieel erfgoed. Maar waar komt de traditie vandaan, en waarom is het zo populair of controversiëel bij studenten? Organisator van de Massacantus, Maxime De Huyvetter, geeft tekst en uitleg.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 25/07/2021 – 15:18 door Dries van Dort­Collin Car­don

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

“Voor mij is een can­tus iets voor de vriend­schap, de gezel­ligheid, samen­z­i­jn met gelijkgezinde mensen, of mensen uit dezelfde streek”, vertelt Maxime. “Can­tussen, dat is gewoon sfeer en amuse­ment”. Daar­naast zorgt de can­tus voor een welkome vorm van struc­tu­ur in het hec­tis­che lev­en van de gemid­delde stu­dent. “Het is een gestruc­tureerde avond: je weet duidelijk waar je je aan moet verwacht­en en wat er zal vol­gen.” Dat wil natu­urlijk niet zeggen dat elke can­tus het­zelfde is. Vol­gens Maxime is dat zelfs een van de meest typ­is­che eigen­schap­pen van een can­tus: “De vol­go­rde, de liederen, de locatie, de mensen, enzovoort zijn tij­dens de can­tus niet alti­jd het­zelfde. Er wordt ook soms ook inge­speeld op de actu­aliteit. Er zal alti­jd wel iets unieks zijn aan de can­tus, maar natu­urlijk alti­jd bin­nen dezelfde struc­tu­ur.” Ver­schil­lende ste­den en stu­den­ten­v­erenigin­gen hebben andere regels en gebruiken. Zo mogen in Gent nor­maliter alleen gedoopte stu­den­ten bin­nen op een can­tus, wat ook bij­draagt tot de vaak unieke ervar­ing. 

“Dat drankaspect is absolu­ut niet het belan­grijk­ste”

Voor Maxime is het can­tussen ook een voort­durend veran­derend iets. “Can­tussen is een lev­end ding. De basis­struc­tu­ur bli­jft, maar de kleine veran­derin­gen zijn de belan­grijk­ste. Ik ben ook blij dat Gent uitein­delijk de besliss­ing genomen heeft terug zijn eigen ver­sie uit te bren­gen en opnieuw wat vernieuwing heeft geïn­tro­duceerd. De codex van het KVHV (Katholiek Vlaams Hoogstu­den­ten­ver­bond, red.), de Leu­vense edi­tie die ook in Gent cir­culeerde, is zo goed als onveran­derd sinds de jaren 50. Die liederen bli­jven ongeveer het­zelfde, en het is toch een beet­je jam­mer dat er daar geen evo­lu­tie komt.”

Een veel­ge­ho­orde com­men­taar op can­tussen, is dat ze an sich weinig meer zijn dan een goed excu­us om veel pin­ten te drinken. Een vooro­ordeel dat vol­gens hem alvast niet klopt. “Voor mij is dat drankaspect absolu­ut niet het belan­grijk­ste en dat zou voor iedereen zo moeten zijn. Ik heb al can­tussen gedaan waarop ik enkel water en fris­drank dronk. Ik hoef er zek­er niet lazarus uit te komen. Je bent op een can­tus om je vrien­den te zien, je bent daar voor de gezel­ligheid. Die liederen zwepen je op, de emoties komen vrij.”

Erfgoed

Het can­tussen in al zijn vor­men is onlangs ook offi­cieel imma­terieel erf­goed gewor­den. Het sluit aan bij een lange lijst van activiteit­en en gebeurtenis­sen, gaande van origa­mi tot de tabaks­feev­erkiez­ing. In de prak­tijk veran­dert dit weinig vol­gens Maxime en komt het vooral neer op een extra pluim of titel. Toch ziet hij ook wel kleine prak­tis­che voorde­len: “Miss­chien dat er som­mi­gen zijn die naar de mama en de papa gaan en zeggen: ‘Mama en papa, dat is wel imma­terieel erf­goed, hé!’ ”

“Uit­er­aard moet een codex mee­gaan met zijn tijd”

Belan­grijk­er voor hem is het ima­go van can­tussen: “Mogelijks lei­dt het tot meer sociale aan­vaard­ing. Op dit moment zijn er zeer veel buiten­staan­ders die daar nog steeds op neerk­ijken en een negatieve bijk­lank geven aan het can­tussen ter­wi­jl dat absolu­ut niet nodig is.” De erken­ning kan voor het can­tussen echter ook nadelige gevol­gen hebben. “Natu­urlijk hoop ik dat ze niet, zoals wel bij Aalst Car­naval het geval was, met het ver­g­root­glas naar ons zullen kijken en iedereen over dezelfde kam scheren. In alles vind je wel een rotte appel, en het zou jam­mer zijn dat iets dat an sich zo mooi is, wordt teni­etgedaan door de mensen die het ver­pesten voor de rest.”

Controverse

De vergelijk­ing met Aalst Car­naval komt inder­daad niet uit het niets. Net zoals bij het dopen komt er steeds meer kri­tiek op de ver­schil­lende aspecten van can­tussen. Naast het rijke­lijk aan­wezige ger­ste­nat, kun­nen ook som­mige liederen op steeds meer com­men­taar reke­nen, gaande van vrouwon­vrien­delijke tot racis­tis­che tek­sten. Maxime nuanceert de kri­tiek meer­maals: “We zijn daar vanu­it de Gentse beweg­ing mee bezig, net zoals in Leu­ven. Er wordt over gespro­ken en gede­bat­teerd, en dat is volledig terecht. Uit­er­aard moet een codex mee­gaan met zijn tijd, je kunt dat niet hon­derd jaar het­zelfde houden, dat zou belache­lijk zijn.” Liederen zoals ‘Pol­ly Wol­ly Doo­dle’ wer­den op deze manier al aangepast in de Gentste codex, maar zijn nog steeds in de orig­inele ver­sie terug te vin­den in andere codices.

“Stu­den­ten zijn veel meer met een edu­catieve aan­pak dan cen­su­ur”

Cen­su­ur is voor hem dan ook een te drastis­che oploss­ing: “Liederen cen­sur­eren of eruit halen omdat ze in een ver­keerde tijdspe­ri­ode gebruikt wor­den, lijkt me een moeil­ijke opgave. Dan kun je vol­gens mij heel de codex eruit halen, of toch zek­er de helft.” Hij spreekt de kri­tiek vooral tegen vanu­it de oor­sprong van de liederen: “Veel van de liederen zijn marsliederen. Het Zwit­serse leg­er gaat ook marsliederen zin­gen, maar wil dat zeggen dat de liederen die zij zin­gen fout zijn? Neen, die zijn neu­traal.” Ook liederen met een meer pre­caire oor­sprong, zoals het Duitse lied Eri­ka, moeten gen­u­anceerd wor­den. “Eri­ka is vol­gens mij het groot­ste prob­leem, omdat dat zogezegd een SS-lied zou geweest zijn. Dat is niet waar, het werd gezon­gen door de Wehrma­cht. Mid­den de jaren 70 en 80 werd dat nog alti­jd gezon­gen, zow­el door het Duitse leg­er als het Bel­gis­che leg­er. Staat er iets in over nazisme in dat lied? Neen, dus wat is er puur tek­stueel dan fout aan dit num­mer? Stu­den­ten zijn veel meer met een edu­catieve aan­pak dan cen­su­ur.” Hij drukt op het hart dat de liederen die duidelijk over de schreef gaan, aangepast wer­den of niet meer in de codices staan en dat ze dus wel degelijk mee­gaan met hun tijd.

De Gentse codex is vol­gens hem dan ook inclusief en de dis­cussies die er van­daag zijn komen neer op de leefti­jd van som­mige van de liederen: “Heden­daagse muziek, dat staat bijvoor­beeld meer ter dis­cussie, tegen­over de ver­oud­erde muziek. Het ‘Kaerel­slied’, bijvoor­beeld, is een saai Mid­delned­er­lands num­mer. Wan­neer zing je dat? Met een paar com­mili­tones die dat lied toe­val­lig ken­nen, waar­bij je een luit van onder het stof kunt halen om het nog wat oud­er te mak­en (lacht)”


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *