Een bloem voor de onzichtbare handen


Door

Archief

De voorbije weken kwam ons land tot stilstand, maar zij werkten voort, de onzichtbare en soms ondergewaardeerde handen die de machine draaiende houden. Getuigenissen van de boeren die voortploegden: een kleine bloemlezing.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 29/03/2020 – 11:53 door Mick Menu

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Lieselotte, ver­pleeg­ster-stu­dente

Uit­er­aard zijn de maa­trege­len in het zieken­huis op dit moment er strikt. Elke ver­pleegkundi­ge moet bij aankomst op dienst bij zichzelf de tem­per­atu­ur meten, om te ver­mi­j­den dat iemand met koorts zou werken. Verder wordt er con­tinu met mond­maskers gew­erkt, dra­gen we voor alle han­delin­gen hand­schoe­nen en zijn mijn han­den onder­tussen zeer droog van het con­tin­ue wassen. We lachen er vaak mee dat we smetvrees aan het ontwikke­len zijn, maar iedereen doet zijn uiter­ste best om de ver­sprei­d­ing van het virus tegen te gaan. 

Zelf heb ik geen schrik om besmet te wor­den, wel om zelf mensen te besmet­ten. Mijn vriend is huis­arts en de kans bestaat dat één van ons bei­den in de komende peri­ode ondanks de strik­te hygiënis­che voorschriften besmet wordt. Als hij het heeft, zal ik het kri­j­gen en vice ver­sa. Het lijkt me onmo­gelijk om niet besmet te ger­ak­en als je samen­woont, daar­voor is samen slapen ons te dier­baar. Het risi­co houdt ons echter niet tegen, inte­gen­deel. De dri­ve is net grot­er gewor­den, want meer dan anders maak je echt het ver­schil. Een glim­lach, een dankuwel, het zijn kleine din­gen, maar ze mak­en echt een wereld van ver­schil. Als een patiënt op het einde van een nacht­shift me zegt dankbaar te zijn voor de zorg en daar respect voor toont dan doet mij dat meer deugd dan een span­doek.

Door de maa­trege­len van de over­heid heeft de zorg­sec­tor zich goed kun­nen voor­berei­den en alle mogelijke capaciteit kun­nen aan­wen­den om deze cri­sis op te van­gen. Ik denk dat dit vooral zorgt dat er angst en onwe­tend­heid leeft bij heel wat patiën­ten die hun medis­che ingreep uit­gesteld zien wor­den. Daarom is de eerstelijn­szorg door huis­art­sen, thuisver­pleegkundi­gen, psy­chi­aters en psy­cholo­gen nu van groot belang. Ik hoop dat die hun patiën­ten verder weten te begelei­den, al is het via tele­con­sul­ten. Kwets­bare per­so­n­en die nu in quar­an­taine zit­ten, zijn een kweekvi­jver voor psy­chol­o­gis­che prob­lematiek. De psy­chis­che zorg ken­merkt zich door lange wacht­ti­j­den, dus ik hoop dat dit niet al te veel ver­erg­erd.

Ik heb zeer veel posi­tieve com­mentaren gekre­gen. Ik kri­jg veel respect van ken­nis­sen en vrien­den, wat moti­vatie geeft ook om verder te werken. Als iemand je een held of een stri­jder noemt, doet dat natu­urlijk deugd. We kri­j­gen op dit moment con­tinu te horen hoe belan­grijk onze job is. Anderz­i­jds zijn we alti­jd al frontstri­jders geweest die gewoon proberen om mensen zo goed mogelijk te ver­zor­gen. Het plotse applaus voelt daarom ook wel wat dubbel en kun­st­matig. Als ik naar mijn werk ga nu, doe ik net het­zelfde als anders, ter­wi­jl we daar nu pas expli­ci­ete waarder­ing voor kri­j­gen. Ik hoop dat na deze peri­ode de mensen ons nog met even­veel respect zullen behan­de­len.

Ik verwacht niet dat we alti­jd voor­rang kri­j­gen tij­dens het winke­len. Wel hoop ik dat de over­heid zich inzet om onze job werk­baar te houden. Jaar na jaar merk je hoe de werk­druk toe­neemt. Steeds meer per­son­eel valt uit wegens lang­durige ziek­te, het aan­tal burn-outs is ontzettend hoog, het weinige per­son­eel moet die extra last op zich nemen en dreigt zelf te barsten. Ik begri­jp zek­er dat de kosten in de gezond­hei­d­szorg ook bli­jven toen­e­men, maar een sit­u­atie waar­bij je meer tijd besteed aan admin­is­tratie dan aan de zorg zelf, komt nie­mand ten goede. Het teko­rt aan ver­pleegkundi­gen dat al langer dan van­daag bek­end is, wordt nu natu­urlijk extra benadrukt. Daarom is het zo belan­grijk dat er wordt gew­erkt aan een duurza­am beleid voor de zorg­sec­tor op lange ter­mi­jn.

De zorg­sec­tor is trouwens niet de enige groep mensen die respect en waarder­ing ver­di­ent. Ik vind het ergens zelfs jam­mer dat er zoveel aan­dacht wordt gegeven aan de zorgver­len­ers, en amper aan alle andere beroepen die ook zoveel impact hebben bin­nen onze maatschap­pij. Daarom wil ik ook aan­dacht vra­gen voor die mensen die ondanks alles hun best bli­jven doen en dag en nacht klaar staan. Ton­nen respect! (Noemt een lijst beroepen op die de lengte van dit artikel zou ver­dubbe­len, red.)  

Ik wil niet doem­denken, maar ik heb schrik voor een tweede piek. Ik vrees dat als alles onder con­t­role lijkt te zijn de mensen weer gaan samenkomen en er dan plots nog meer besmet­tin­gen tegelijk zullen zijn dan nu. Omdat ik bli­jf werken, en ook nog studeer en dus veel school­w­erk heb, heb ik mij nog geen moment verveeld. Als alles weer bij het oude is dan wil ik gewoon iedereen die ik al zolang niet heb gezien bull­doz­er-knuffe­len, mijn oud­ers en grootoud­ers terug een kus geven en als het weer meez­it een grote pick­nick met veel volk. Gewoon een muse­um, cin­e­maza­al of zelfs opnieuw in de aula gaan zit­ten, is iets om naar te ver­lan­gen!

Didi­er, slager

We lat­en nog maar een max­i­mum aan­tal klanten in de winkel en zor­gen er ook voor dat ons per­son­eel goed bescher­md is. Ze dra­gen mond­maskers, wassen hun han­den geregeld met handgel en proberen zoveel mogelijk onder­linge afs­tand te houden, wat in een slager­ij niet alti­jd evi­dent is. Om het con­tact met klanten zo miniem mogelijk te mak­en, hebben we plex­i­glas aan de kas­sawand gemon­teerd.

Onze klanten appre­ciëren deze maa­trege­len. Vooral omdat ze al in het begin van vorige week genomen zijn, een moment waarop nog niet veel andere winkels dat deden. Wij bli­jven open voor onze klanten. We willen hen nog alti­jd graag van hun dagelijkse voed­ing voorzien. Het bli­jft druk, dus wij bli­jven open. Als zelf­s­tandi­ge heb je sowieso niet echt een andere optie dan te gaan werken en de zaak zo lang mogelijk draaiende te houden. Het is een beet­je drukker gewor­den, maar dan maak je gewoon wat meer? Voor ons is er niet zo veel veran­derd.

Johan, medew­erk­er Kras vzw, armoedeon­der­s­te­un­ing in Gent

Kras vzw is een koe­pelor­gan­isatie waar­toe acht­tien autonome werkin­gen behoren, elk met hun spec­i­fieke focus. Op dit moment liggen de activiteit­en van al onze werkin­gen stil, behalve de voed­sel­s­te­un die we bieden aan mensen in armoede. Veel van onze vri­jwilligers behoren tot de risicogroepen, iets waar we ons vooraf van bewust waren. Zij bli­jven zo veel mogelijk thuis en wor­den ver­van­gen door tijdelijke vri­jwilligers, bijvoor­beeld mensen die tech­nisch werk­loos zijn.

De vri­jwilligers en hulpvragers komen zo weinig mogelijk in con­tact met elka­ar, daar­door is het aan­tal con­tact­mo­menten op som­mige plaat­sen beperkt. Wan­neer dat soci­aal con­tact er wel is, nemen we de afs­tands- en hygiëneregels steeds zeer serieus. Bezoek­ers wacht­en buiten en komen apart bin­nen. Zij wijzen de voed­ingsmid­de­len die ze willen aan, wij nemen ze.

Vanu­it de hulpvragers is er heel veel begrip voor de aan­passin­gen en waarder­ing voor het feit dat we als vri­jwilligers nog beschik­baar voor hen bli­jven. We ken­nen de nood van de mensen en weten dat we in een cru­ciale sec­tor werken. Vanu­it onze vri­jwilligers­men­tal­iteit vin­den we het vanzelf­sprek­end dat we verder werken. We kun­nen mensen niet in de steek lat­en op het moment dat de nood hoog is. Dat we een – jam­mer genoeg – noodza­ke­lijke func­tie hebben, was ons wel duidelijk. Wat we min­der wis­ten, is dat de voed­sel­s­te­un die we geven voor een aan­tal van de mensen die we bereiken echt zo wezen­lijk is. We meen­den dat het voor velen een weliswaar zeer welkom extraat­je was, maar nu merken we dat het vaak lev­en­snoodza­ke­lijk is. De voed­ing die we beschik­baar stellen komt voor een belan­grijk deel van mark­tover­schot­ten. Dat maakt ons afhanke­lijk van omstandighe­den, in deze sit­u­atie maakt het ons ook kwets­baar.

In wezen bli­jft onze aan­pak een vorm van nood­hulp die niet zou moeten bestaan, als alle mensen over vol­doende finan­ciële mid­de­len beschikken om in hun eigen lev­en­son­der­houd te voorzien. Niet onze organ­isaties zouden daarom meer ste­un moeten kri­j­gen, maar de maatschap­pij zou zich zo moeten organ­is­eren dat dergelijke nood­hulp niet nodig is. Des­on­danks wil ik de vri­jwilligers die zich zijn bli­jven inzetten (en dege­nen die zich hebben aange­bo­den) van harte bedanken!

Nick, lev­ert bestellin­gen voor Deliv­eroo

Bij het lev­eren van de bestellin­gen probeer ik meer te let­ten op hoe ik de mensen hun bestelling over­handig. Ik merk dat iedereen wat voorzichtiger en zelfs wat bang is gewor­den. Ik bli­jf door­gaan omdat ik anders geen inkomen heb, maar het valt op dat er duidelijk min­der mensen beroep doen op onze dien­sten. Daarom hoop ik miss­chien op wat com­pen­satie eens deze cri­sis voor­bij is.

Koen, leerkracht

Sinds de lock­down kan ik geen les meer geven aan mijn leer­lin­gen in een klaslokaal. We bli­jven les­geven, maar dan via de com­put­er. Vroeger maak­te ik al veel gebruik van ICT. Zo had ik al een leer­plat­form op ‘Course Sites’, wat de over­gang wat verge­makke­lijk­te. Dankz­ij Mes­sen­ger sta ik in recht­streeks con­tact met mijn directe collega’s en dat doet me veel deugd. Ondanks de afs­tand zit de sfeer nog steeds goed tussen ons. Ik denk dat een min­der­heid van hen nog nooit echt met dig­i­tale leer­mid­de­len had gew­erkt, maar ik ben onder de indruk van hun aan­pass­ingsver­mo­gen en flex­i­biliteit. Ik denk dat het onder­wi­js in Vlaan­deren zich na deze peri­ode een stuk vlot­ter zal mod­erniseren en dig­i­talis­eren. Ik zie dit als een voordeel. Het min­is­terie van Onder­wi­js en het VVKSO moeten ook impro­vis­eren, maar lev­eren goed werk. Ik hoop wel dat ze met ped­a­gogis­che begelei­ders de basisleer­p­lan­doel­stellin­gen bijstellen en vast­leggen. Anders vrees ik dat er door de huidi­ge omstandighe­den nogal wat ver­schillen zouden kun­nen zijn tussen collega’s X en Y voor het­zelfde vak.

Vorige week ver­sch­enen er een paar columns waarin geklaagd werd over het vele werk dat leerkracht­en geven aan leer­lin­gen. Leerkracht­en wer­den als veeleisende vakid­ioten afgeschilderd die geen empathie voor hun leer­lin­gen hebben. Een groot stuk van de bevolk­ing denkt negatief over leerkracht­en, maar dat gevoel leefde miss­chien vroeger ook al. Leerkracht is niet echt een beroep waar­naar wordt opgekeken. Ik wil echter niet dat mijn leer­lin­gen door het coro­n­avirus een achter­stand zouden oplopen. Fysiek voor de klas staan is maar een deel van onze opdracht. Het is onze taak om ervoor te zor­gen dat leer­lin­gen te allen tijde goed onder­wi­js kri­j­gen. Ik ben me alti­jd zeer bewust geweest van mijn maatschap­pelijke rol en de impact die ik als leerkracht kan hebben. Les­geven is nog steeds mijn roeping en daar heeft het coro­n­avirus niet veel aan veran­derd. Nu ik een tijd­je niet meer voor de klas sta, merk ik hoe hard ik geni­et van het con­tact en de inter­ac­tie met de leer­lin­gen. Nor­maal put ik hier veel energie uit en nu ik die niet heb, voel ik mezelf opbran­den.

Iedere ramp heeft meestal een aan­tal goede gevol­gen, al com­penseren deze uit­er­aard nooit de cat­a­strofe. Ik hoop in ieder geval dat de over­heid zal inzien dat je niet onges­traft de zorg en de zieken­huizen kunt bli­jven uitk­le­den met besparin­gen. Ik hoop dat de kiez­ers ook zullen stem­men voor een nieuwe gen­er­atie politi­ci die het alge­meen belang voorop­stellen in plaats van het belang van hun par­tij of belan­gen­groep of nog maar eens een nieuwe zon­de­bok zoeken in plaats van zelf goed beleid te voeren. Een samen­lev­ing die op zulke momenten niet op een humane wijze medis­che zorg kan bieden aan al haar burg­ers, faalt en moet veran­deren.

Mar­tin, land­bouw­er

Mijn werk is eigen­lijk niet veel veran­derd. De kinderen zijn thuis en kun­nen me dus wat meer hulp bieden op het land. Zow­el ikzelf als de klant hebben ons aangepast aan de opgelegde maa­trege­len. Ik heb voor­lop­ig dus geen con­tact met andere mensen, alles gebeurt tele­fonisch. Eigen­lijk kun­nen wij niets anders doen dan bli­jven werken: de beesten zijn er nog alti­jd en we moeten ze nog alti­jd dag in dag uit ver­zor­gen. Op dit moment zijn de pri­jzen redelijk onzek­er, maar dat maakt me op zich niet uit. De lente is op komst en het werk bli­jft onophoudelijk komen. Als land­bouw­er ben ik me bewust van de belan­grijke rol die wij spe­len in de con­sump­tieketen, al lijkt onze mede­mens dat niet alti­jd te besef­fen. Tegen­wo­ordig kri­j­gen we al eens wat meer com­pli­men­t­jes, hopelijk onthouden de mensen dat na de cri­sis. Eigen­lijk zijn wij zeer afhanke­lijk van wat er ron­dom ons gebeurt. De huidi­ge gebeurtenis­sen hebben een grote invloed op de wereld­markt, iets waar wij als lokale land­bouw­er machteloos tegen­over staan. De Europese Unie koopt op dit moment mas­saal melkpoed­er en bot­er op. Wan­neer de markt sta­biliseert, bren­gen ze deze in kleine hoeveel­he­den terug op de markt. Op die manier kun­nen ze de markt sturen en de pri­js onder­s­te­unen. 

Na deze cri­sis zullen we de schade moeten opme­ten. Hopelijk her­stellen de pri­jzen zich en kan ik mijn lenin­gen aflossen, miss­chien moet ik een gep­lande invester­ing uit­stellen. Hoe groot de schade zal zijn, kan ik nog niet echt inschat­ten.

Zoals alti­jd hopen we dat we gezond bli­jven, coro­na of niet. Mijn vrouw werkt in de zorg­sec­tor, wat zow­el een risi­co inhoudt voor ons gezin als voor het bedri­jf. Gezond­heid is alles. Ik zeg alti­jd tegen mijn gas­ten dat ze goed moeten sparen, want er zijn nog maar weinig zek­er­he­den in het lev­en. Hopelijk kan onze reis in augus­tus door­gaan, want we hebben wat in te halen!

Marc, onder­houdt tanksta­tions

Mijn werk is gro­ten­deels onveran­derd gebleven: pom­pen kuisen, bladeren harken, groen snoeien, vuil­bakken leg­en, het ter­rein met hoge druk afspuiten. Een opmerke­lijke vast­stelling is dat Vlamin­gen duidelijk banger zijn en de mensen in Wal­lonië net vrien­delijk­er.

Er wordt eigen­lijk best weinig reken­ing gehouden met ons. Ik kom met veel pub­lieke voor­w­er­pen in aan­rak­ing en toch wor­den we niet van bijvoor­beeld desin­fecterende handgel voorzien door het bedri­jf. Dat is toch een min­i­male en noodza­ke­lijke inspan­ning. De scholen gaan dicht, bureau­jobs wor­den thuis verdergezet, ambtenaren moeten thuis bli­jven om besmet­ting zoveel mogelijk te ver­mi­j­den, noem maar op. Mogen wij dan wel coro­na kri­j­gen? Ik ben uitein­delijk ook geen ver­pleger of vuil­nisophaler. Het is natu­urlijk wel dubbel, want ik kan ten­min­ste nog gaan werken, in plaats van ver­plicht thuis te zit­ten en der­tig pro­cent min­der loon te kri­j­gen. Uit­er­aard is het goed dat ik aan het werk bli­jf, maar als ik deze peri­ode thuis had moeten bli­jven dan was dat niet zo erg geweest. Er zijn genoeg kar­weit­jes die thuis ook nog eens opgek­napt moeten wor­den. 

In ieder geval, het gras groeit nog alti­jd even snel en de mensen bli­jven tanken, dus ik bli­jf werken. Eén voordeel: de files zijn zo goed als verd­we­nen, daar ver­lies ik dus alvast geen tijd meer mee.


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *