Recht op antwoord van Bouke de Vries


Door

Archief

Volgens artikel 20 van de journalistieke deontologie krijgen mensen waarover ernstige uitspraken of beschuldigingen gemaakt worden in een journalistiek werk, steeds het recht op antwoord aangeboden. Professor de Vries heeft dat recht op antwoord genuttigd om op de uitspraken van Dr. Beck te reageren. De volgende tekst is het antwoord van de professor: 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 7/04/2026 – 13:08 door

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.


Prof. Bouke de Vries

“Dat ik deel zou uit­mak­en van een zoge­naamd ‘pseudoweten­schap­pelijk netwerk van racis­tis­che the­o­rieën’ is vol­strek­te onzin. Racisme — het moreel min­der­waardig behan­de­len van mensen op basis van hun raciale of etnis­che achter­grond — is ver­w­er­pelijk, en ik heb nooit ook maar gesug­gereerd dat dit aan­vaard­baar zou zijn. U ver­meldt niet welke col­le­ga deze laster­lijke uit­sprak­en heeft gedaan, noch op welke the­o­rieën wordt gedoeld, maar ik wil hierover twee opmerkin­gen mak­en.

Ten eerste is er een ten­dens bin­nen een steeds nauw­er wor­dende links-pro­gressieve ortho­dox­ie om posi­ties die niet aansluiten bij de eigen waar­den — ongeacht de mate van weten­schap­pelijke onder­bouwing — weg te zetten als pseudoweten­schap. Dat is niet alleen vaak onjuist, maar ook hypocri­et, aangezien veel van hun eigen over­tuigin­gen weinig tot geen empirische ste­un geni­eten (zie bijvoor­beeld het recente boek Pro­gres­sive Myths van prof. Michael Hue­mer). Wat betre­ft Nathans eerdere werk over raciale — of, zoals men tegen­wo­ordig vak­er zegt, ances­trale — groepen: het bestaan van dergelijke groepen wordt bin­nen de weten­schap wel degelijk breed erk­end, en de erken­ning daar­van is medisch van belang, zoals onder meer prof. Dim­itri Aer­den van de VUB recent in een inter­view heeft uit­gelegd. Crit­i­ci definiëren ‘ras’ vaak als groepen waar­van alle leden bepaalde eigen­schap­pen zouden hebben die niet voorkomen bij buiten­staan­ders, maar geen enkele gere­specteerde weten­schap­per hanteert die stro­man-defin­i­tie of gelooft dat zulke groepen bestaan — ook Nathan niet.

Ten tweede zien we steeds vak­er de neiging—zowel aan link­er- als rechterzijde—om gebruik te mak­en van guilt by asso­ci­a­tion, wat ook in uw ver­wi­jz­ing naar een ver­meend netwerk doorklinkt. Met iemand in gesprek gaan, naar iemand luis­teren of sim­pel­weg in elka­ars nabi­jheid verk­eren, betekent niet dat men het met die per­soon eens is of sym­pa­thie heeft voor diens over­tuigin­gen, al kan dat soms wel het geval zijn. Als dat wel zo zou zijn, dan zouden alle deel­ne­mers aan pro-Palesti­nademon­straties als sym­pa­this­erend met anti­semitisme moeten wor­den bestem­peld, omdat er vaak een anti­semi­tis­che min­der­heid aan­wezig is — een duidelijke dro­gre­dener­ing. Daar­bij komt dat juist van filosofen mag wor­den verwacht dat zij de dialoog aan­gaan met ander­s­denk­enden, aangezien onder meer con­fir­ma­tion bias het moeil­ijk maakt om vol­doende kri­tisch te zijn op onze eigen fun­da­mentele over­tuigin­gen. Wan­neer ik spreek met iemand met extreem linkse of rechtse opvat­tin­gen, zie ik dat niet alleen als een kans om die per­soon mogelijk te over­tu­igen van mijn meer gematigde stand­pun­ten, maar ook als een gele­gen­heid om mijn eigen over­tuigin­gen kri­tisch te toet­sen. Zoals John Stu­art Mill al stelde: zelfs als onze opvat­tin­gen juist zijn, is het belan­grijk dat ze geen ‘dode dogma’s’ wor­den, maar dat we begri­jpen waarom ze klop­pen.

Wat betre­ft de aanstelling van Nathan heb ik gekeken naar drie cri­te­ria: het pub­li­catiere­cord, de over­lap tussen het werk van de kan­di­daat en het project, en de moti­vatiebrief. Op alle drie deze cri­te­ria sco­orde Nathan zeer hoog. Naast het feit dat hij een zeer gemo­tiveerde indruk maakt, heeft hij gepub­liceerd in de meest vooraanstaande filosofis­che tijd­schriften (waaron­der Philo­soph­i­cal Quar­ter­ly en Philo­soph­i­cal Stud­ies), eve­nals in diverse weten­schap­pelijke tijd­schriften. Daarmee behoort hij op onder­zoeks­ge­bied tot de top van de vak­groep Wijs­begeerte.

Daar­bij komt dat hij in een van deze top­ti­jd­schriften reeds over het lib­er­al­isme heeft gepub­liceerd, het onder­w­erp van het project. Hem omschri­jven als louter een filosoof van de biolo­gie is daarom mis­lei­dend. Nathan heeft niet alleen rel­e­vante exper­tise in de poli­tieke filosofie aange­toond, maar heeft ook meerdere pub­li­caties in de moraal­filosofie op zijn naam staan en, zoals u op zijn web­site kan lezen, iden­ti­ficeert zich tevens als moraal­filosoof.”
 

 


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *