Van zwoele jazz tot sekssymbool


Door

Archief

Eerst mocht Lady Linn het podium delen met haar bigband, daarna was het wachten op ultieme crowdpleaser Tom Jones. 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 4/07/2018 – 22:05 door Joline Ver­meu­len­Lau­ra Mas­sa

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

In per­fecte har­monie met de zwoele zomers­feer luid­den de bek­ende noten van Chet Bak­er de avond in. Zijn tedere num­mers wer­den gebracht door de Franse trompet­tist Stéphane Bel­mon­do, die in de jaren 80 meerdere Par­i­jse podia met de jaz­zle­gende mocht delen. En óf dat doorschemerde in zijn per­for­mance: in samen­spel met gitarist Jesse Van Ruller en con­tra­bassist Thomas Bramerie creëerde Bel­mon­do – hoewel de over­grote meerder­heid van de ploois­toe­len nog leeg was – een intieme, melan­cholis­che sfeer die rook naar houten zold­erkamers, oude platen­spel­ers en rode wijn. Een zin­derend muzikaal voor­spel voor elke jaz­zliefheb­ber. 

Bel­mon­do

Toversprookjes

Even intiem maar een pak exper­i­mentel­er was het optre­den van de authen­tieke Myrrdin, die de gar­den stage de hele avond lang met fan­tasier­ijke fla­men­co vulde. In het eerste uur zette hij meteen de toon, toen hij mul­ti-instru­men­tal­ist Nathan Daems uitn­odigde om zijn gitaar­spel met spranke­lende fluit­com­posi­ties aan te vullen. De toeschouw­ers leken niet te weten wat hen overk­wam: van begin tot einde wer­den ze over­spoeld door een muzikale dialoog, van tweestri­jd tot ver­zoen­ing. Het fla­menco­ge­nie en zijn gast­muzikan­ten beloof­den de rest van de avond nog heel wat volk te betov­eren.

Vers vlees

Een andere ont­dekking was de jonge, vijfkop­pige groep Theo Lawrence & The Hearts uit Frankrijk. Voor het eerst in het Bel­gis­che buur­land, en dan nog met hun kers­verse album ‘Home­made Lemon­ade’, stond de band voor een aartsmoeil­ijke uitdag­ing: een volledig nieuw pub­liek verov­eren. Het warme, krachtige stemgelu­id van front­man Theo Lawrence steeg moeit­eloos uit boven de drums en de bas, en bracht op de juiste momenten rauwe klanken voort. Het vijf­tal hield niet aan één genre vast, maar speelde soft­rock, soul én coun­try, wat resul­teerde in tal van onverwachte wendin­gen. Zo kwam de amper 22-jarige zanger ook aanzetten met een intiem num­mer dat hij enkele weken voor­di­en geschreven had en nog nooit eerder voor een pub­liek speelde. Een dap­pere en ver­rassende per­for­mance, maar een die het pub­liek moeil­ijk over­tu­igde.

Swing van een bondgirl

In een zil­v­eren jump­suit schreed Lady Linn tussen haar big­band het podi­um op. Een van de trompet­tis­ten was afwezig, want die moest wak­en aan het kraambed van z’n vrouw. “Ik vraag mij af of die baby al geboren is”, gooide Lien De Greef ter­loops in de set. Het is een goed voor­beeld van de naturel die de zan­geres eigen is. Alsof het haar niets kost, pro­duc­eren haar stem­ban­den gelu­iden die doen denken aan Duffy en Amy Wine­house. Met ‘Bet­ter Togeth­er’ stelde ze haar nieuwe album voor, opgenomen met extra muzikan­ten om haar 15-jarige car­rière te vieren. Het eerste sing along-momen­t­je was uit­er­aard ‘I Don’t Wan­na Dance’, de mon­ster­hit die ze coverde van reg­gae­man Eddy Grant. Als volleerd diri­gente liet ze de man­nen en vrouwen het refrein har­monisch meezin­gen. Op ‘A Love Affair’ waan­den we ons op een set van James Bond. Onder­doen voor Adele moet ze zek­er niet.   

Lady Linn

Why, why, why Delilah?

Tom Jones begon als een echte blues­man de avond. In ‘Burn­ing Hell’ etaleerde hij zijn diepe, door­leefde stem opgezweept door slide gui­tar. Ver­vol­gens maak­te hij uit­stap­jes naar coun­try-folk met onder meer ‘Come Along Lit­tle Chil­dren’. De 78-jarige enter­tain­er was echter nog het meest inter­es­sant in zijn anek­dotes over het Las Vegas waar hij nog met Elvis Pres­ley samen speelde, zijn werk in een hand­schoe­nen­fab­riek en zijn suc­ceswensen voor de Rode Duiv­els (“Bloody penal­ties!”). Lachende gezicht­jes kwa­men tevoorschi­jn bij het pub­liek dat voor even alle oud­er­dom­skwaalt­jes ver­geten leek. Zeer inge­nieus wis­selde hij blues in voor een aan­tal van zijn hits. De anders wat sti­jve zaal had ineens wat weg van een voet­bal­sta­dion bij klassiek­ers als ‘What’s New Pussy­cat’, ‘It’s Not Unusu­al’ en ‘Delilah’. Zelfs mil­len­ni­als als wij zagen we uit­bundig meek­we­len. Ook het Balt­haz­ar Boma-achtige strip­num­mer ‘You Can Leave Your Hat On’ zorgde voor wegvliegende kled­ingstukken, die na zijn cov­er van Prince’ ‘Kiss’ niet meer teruggevon­den wer­den. Hoed­je af voor de ultieme crowd­pleas­er.

Tom Jones

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *