“Voor mensen met Down lukt het steeds NIPT niet”


Door

Archief

De NIP-test wordt voortaan nagenoeg volledig terugbetaald. Dat in het maatschappelijke debat nog te weinig plaats is voor mensen met een beperking, zorgt voor een negatieve stigmatisering waardoor toekomstige ouders vaak gebrekkig geïnformeerd worden. Dat vindt Pieter De Smet, leider bij de AKABE-scouts (scoutsgroep voor mensen met een mentale beperking in Gent, red.). 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 30/05/2017 – 20:51 door Pieter De Smet

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Pieter De Smet

Teleurgesteld. Onverzadigd. Een tikkelt­je kwaad. Met die gevoe­lens lees ik som­mige bericht­en over de opsporing van Down- en andere syn­dromen bij onge­boren kinderen. Zo ook het bericht dat de afgelopen dagen in de media ver­scheen over de nakende en nage­noeg volledi­ge terug­be­tal­ing van de Niet Invasieve Pre­na­tale Test (NIP-Test) waarmee onder andere het Down­syn­d­room kan wor­den opge­spo­ord. 

Het feit op zich dat zo’n test wordt terug­be­taald is in se weliswaar geen schande, noch is het een primeur voor een land om die test zo goed­koop aan te bieden. Onder meer in Den­e­marken en IJs­land is de NIP-test een vrij stan­daard onderdeel van de gezond­hei­d­szorg.

“De klin­is­che benader­ing van de NIP-test voor aanstaande oud­ers is prob­lema­tisch”

Wat wel prob­lema­tisch is: de klin­is­che benader­ing van de NIP-test voor aanstaande oud­ers. Oud­ers die te horen kri­j­gen dat hun kind met het syn­d­room van Down zal geboren wor­den, kri­j­gen vaak met een gebrekkige infor­matie­stroom over de aan­doen­ing te mak­en (en daar­naast stoten op uit­sprak­en als ‘een kind met het syn­d­room van Down ter wereld bren­gen is immoreel’), voor begelei­d­ing zijn er her en der te weinig mid­de­len. Het gevolg is dat veel oud­ers in dat geval voor – de voor hen vaak zware keuze van – een abor­tus opteren.

Het is geen fout van de oud­ers om voor die mogelijkheid te gaan, net als het geen fout is te besluiten het kind toch ter wereld te bren­gen. En daar wringt van­daag pre­cies het schoen­t­je. Door een gebrekkige maatschap­pelijke aan­dacht voor per­so­n­en met een beperk­ing, is er ook een fun­da­menteel gebrek aan ken­nis en begrip voor mensen met een beperk­ing in het alge­meen, en mensen met het syn­d­room van Down in het bij­zon­der (‘mon­gool’ is overi­gens nog steeds een pop­u­lair scheld­wo­ord op menige Vlaamse speelplaats). Laat staan dat er een spon­tane open­heid ten opzichte van mensen met het syn­d­room is. Dat heb ik zelf gemerkt als lei­der in een AKABE-scouts, waar veel kinderen en jon­geren met het syn­d­room van Down bij­zon­der aan­dacht kri­j­gen.

Oud­ers die dus te horen kri­j­gen dat hun kind het Down­syn­d­room of een andere tri­somieafwijk­ing heeft, wor­den dus vaak vooral met de negatieve effecten van de afwijk­ing gecon­fron­teerd, ook in de medis­che wereld. Zo getu­igde Eline Zen­ner, een moed­er met een dochter met het syn­d­room in ‘De Ocht­end’ op Radio 1 afgelopen maandag dat “dok­ters vaak onom­won­den tegen moed­ers in spe [zeggen] dat ze zelf nooit een kind met het syn­d­room van Down zouden willen”.

“Er is een gebrek aan stem­men van per­so­n­en met een beperk­ing in het maatschap­pelijk debat”

Hoe komt dat? Wel, allereerst is er natu­urlijk het gebrek aan stem­men van per­so­n­en met een beperk­ing in het maatschap­pelijke debat. Een debat dat overi­gens maar moeiza­am wordt gevo­erd, en dat op niet al te veel inter­esse moet reke­nen van de pub­lieke opinie. Andere maatschap­pelijke min­der­hei­ds­groepen kri­j­gen vaak het debat en de aan­dacht wel.

Daar­naast is er de grote ‘nutsvraag’ die kinderen met zich mee­bren­gen. Het idee van kinderen brengt vaak het idee van voortschri­j­dende trots mee. Het idee dat wat (en lief­st véél) bereikt moet wor­den met die kinderen, en dan vooral dat ze zelf­s­tandig kun­nen oud­er wor­den. Hoewel dat an sich een te cynis­che benader­ing is van ons maatschap­pi­jbeeld, speelt het wel degelijk een rol in de besliss­ing die veel oud­ers moeten nemen. Tot spi­jt van wie’t beni­jdt.

Tot slot heeft de mogelijkheid tot zelf­beschikking een keerz­i­jde. De mogelijkheid tot de keuze stelt je – of je het wilt of niet – voor voldon­gen feit­en. Want, willen of niet, vroeg of laat moet je je als oud­er ver­ant­wo­or­den tegen iets (een pub­lieke instelling via informele con­tacten) of iemand (in de sociale con­text) en een antwo­ord bieden op de vraag ‘Waarom heb je het eigen­lijk gehouden?’. Een vraag die geen mens met een kind zon­der beperk­ing moet verwacht­en. Omdat je de vraag niet hoort te kri­j­gen als oud­er. Net omdat zelf­beschikking zo’n hoog goed is.

’ ”Mon­golen’ zijn de max. Nu de rest van de maatschap­pij nog over­tu­igen”

Er zijn wel degelijk veel VZW’s en maatschap­pelijke actoren die mensen met het Syn­d­room van Down als een meer­waarde voor deze maatschap­pij ervaren. Ook zijn er tal van sociale ini­ti­atieven om mensen die oud­ers wor­den van een kind met Down bij te staan en op te vol­gen. NIP-testen terug­be­tal­en is een goede zaak, een maatschap­pelijke dis­cussie ten gronde over mensen met een beperk­ing daar­naast voeren zou nog veel beter zijn. ‘Mon­golen’ zijn de max. Nu de rest van de maatschap­pij nog over­tu­igen.


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *