Ode aan de koffie


Door

Koffie is vandaag even verfijnd als de hipsterlifestyle zelf. Toch draait het bij koffie niet om de finesse, wel om het wachten. Laat die dure bonen en dat plantaardige schuim voor wat ze zijn; hou het bij tien minuten tijd en een tas vol zwart geluk.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 16/04/2023 – 11:26 door Jef Tim­mer­mans

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Of je het nu zelf maakt of bestelt in een chique koffiebar, op koffie moet je alti­jd wacht­en.

Op koffie moet je wacht­en, vooraleer hij gezet is. Ter­wi­jl je nog ver­sla­gen door je wekker uit het raam staart, hoor je de koffie drup­pen en je gefil­ter­de gedacht­en traag de dag insi­jpe­len. Je drukke plan­ning lijkt voor even leeg te zijn, net als je hoofd vol zor­gen. En je energie stel je nog even uit, want je koffie is nog lang niet gezet.

Op koffie moet je wacht­en, vooraleer hij uit­ge­goten is. Koffie schenk je zon­der gemok in een tas die bij jou past, één met zo’n oor dat naar je luis­tert. Eén die alti­jd op je bureau staat en je maar af en toe afwast omdat je hem niet kan mis­sen. Lief­st met een bood­schap die je het nodi­ge duwt­je in de rug geeft. De mijne is wit, gekre­gen van mijn pa en schree­uwt in zwarte blok­let­ters: “ZEDDIS KALM”. En elke ocht­end opnieuw heeft hij gelijk.

Op koffie moet je wacht­en, vooraleer je ervan kan drinken. Die warme wasem vol heer­lijke aroma’s zwaait naar je, wach­t­end op je lip­pen en je zelfge­noegzame ‘AAH’ achter­af. De juiste tem­per­atu­ur is er één van geduld, want je ver­bran­den zou te jam­mer zijn. Dan maar de krant even lezen, je hebt nu toch tijd. 

Op koffie moet je wacht­en, vooraleer hij leegge­dronken is. Geduldig heb je gewacht op die zalige warmte, en nu ein­delijk, die eerste slok zwart geluk. De tere laag cre­ma, die smaakt naar donker­bru­ine wolken verzacht de daaropvol­gende oase van energieke rust die door je lichaam stroomt. En ja, ik drink mijn koffie zwart, zon­der ver­zoet­ing of ver­doeze­lende melk. Ik hou van een bit­tere slok wereld, net als een vac­cin, een kleine dosis gecon­cen­treerde somber­heid, een goed­be­waarde erfe­nis van de nacht, die – wan­neer het in je sys­teem ger­aakt – je dag ver­licht.

Op koffie moet je wacht­en, vooraleer hij werkt. Ook al brengt het idee van koffie al helder­heid, toch is het even wacht­en voor de mist in je hoofd hele­maal is gaan zakken en je lede­mat­en de energie voe­len zin­deren. Je wordt langza­mer­hand lichter in je hoofd, je hersenkro­nkels vor­men zich als soe­pele bocht­en voor je gestroom­li­jnde ideeën en je lichaam staat op sprin­gen: Je bent klaar voor de dag!

Op koffie moet je wacht­en, dat ligt er nu wel koffiedik op. En het beste van al? Je ver­li­est er hele­maal geen tijd mee, want het is diezelfde rust­gevende tas koffie die je iets lat­er het gevoel geeft dat je de dag goedge­mutst en in volle glo­rie kan doorstaan. Een goede tas koffie is zow­el de pauze­knop als het startsig­naal. Het is als een bries voor je ziel: bedarend én stuwend.

Koffie is dé pauze bij uit­stek, het is die rust- en kracht­gevende tien minuten die je voor jezelf neemt of net die geza­men­lijke koffiek­lets die jou en anderen verbindt. Koffie is een pauze die alti­jd uit­loopt, in tijd en in vreugde.