Musea voor een prikkie: het STAM


Door

Archief

Het STAM – een zeer intelligente afkorting voor 'Stadsmuseum van Gent' – beschrijft de geschiedenis van onze stad. Voor 2 euro kan iedereen tussen 19 en 25 jaar er een kijkje nemen. 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 2/10/2022 – 11:44 door Pieter Beiren­sHan­nah Boen

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Voor het belache­lijk goed­kope bedrag van twee euro, waar­voor je het ver­vo­er naar het muse­um nog niet zou kun­nen betal­en, kan je het STAM bezoeken. Net voor je de eerste hal bin­nen­wan­delt, vraagt een bor­d­je je om je schoe­nen te bedekken met een bescher­mhoes­je. Ver­ward ga je hier op in – of niet, er staat nie­mand om het te con­trol­eren – en betreed je de kamer. Onder de lelijke hoes­jes staat nu een gigan­tis­che lucht­fo­to van het Gentse grondge­bied. De kinder­lijke ziel in ons moet toegeven dat som­mi­gen meer dan een kwarti­er hebben gespendeerd met de dak­en van gebouwen te proberen herken­nen. Direct een ges­laagde eerste indruk.  

Na enkele minuten waarin we een beet­je ver­loren rond­dwaalden in de ganget­jes van het ver­lat­en muse­um – want wie gaat naar een geschied­kundig muse­um op maandag­namid­dag – bereik­ten we een grote kapel. Hier kan je, mits je twaalf vriend­jes mee­neemt, jezelf enter­tainen door het Laat­ste Avond­maal na te spe­len. Best amu­sant voor enkele sec­on­den.

De kinder­lijke ziel in ons moet toegeven dat som­mi­gen meer dan een kwarti­er hebben gespendeerd met de dak­en van gebouwen te proberen herken­nen

De kamers die vol­gen, hield­en steeds dezelfde ten­dens aan: een afwis­sel­ing tussen gigan­tis­che, sobere hallen en drukke, kleine ten­toon­stellin­gen. Herken­baarheid lijkt een cen­trale rol te spe­len in dit muse­um. Dit is de stad waar we alle­maal onze stu­den­ten­ti­jd door­bren­gen. De strat­en, de riv­ieren en gebouwen hebben alle­maal een ver­haal, en dat ver­haal is de geschiede­nis van Gent. Het STAM brengt die geschiede­nis op twee manieren tot lev­en: via his­torische arte­facten en via inter­ac­tieve ‘spel­let­jes’. Een kamer vol legob­lok­jes en een tafel waar je elka­ar Gents lak­en kon verkopen. Tech­nop­o­lis is er niets bij. 

Toch moeten we helaas med­ede­len dat ergens in de helft van het muse­um ons ent­hou­si­asme een stille dood stierf. Of het lag aan een gebrek aan inspi­ratie in de laat­ste kamers, een spon­tane casus van muse­um fatigue of het lat­ere uur van ons bezoek, bli­jft een raad­sel, maar het muse­um kon ons plots niet meer beko­ren. In de laat­ste geschied­kundi­ge kamer werd een span­ningspunt dat eigen­lijk doorheen het hele muse­um speelde plots pijn­lijk duidelijk: het muse­um gooit best veel op één hoop. Het anachro­nisme wordt bijvoor­beeld zeer pijn­lijk wan­neer een stand­beeld van een Gentse orangist uit 1830 recht boven een uni­form van een verzetslied in Dachau wordt ten­toongesteld. De poging om peri­ode tot peri­ode te werken wordt ver­sto­ord door de vele arte­facten die zich hon­der­den jaren van elka­ar bevin­den. 

Wie houdt van Legob­lok­jes en ‘sokon­der­broek­jes’ zal z’n ei kwi­jt kun­nen in het STAM. De iet­wat chao­tis­che indel­ing en de occa­sionele anachro­nis­men zal je er echter moeten bijne­men. 


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *