Proffen op zondag: Hendrik Vos


Door

Archief

Elke editie nemen we een prof met een ‘bijzondere’ hobby onder de loep. Het is professor Hendrik Vos die de spits mag afbijten. De man houdt zich doorgaans bezig met Europese politieke kwesties, maar is daarnaast ook nog eens een bijzonder verdienstelijke wielrenner.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 20/09/2017 – 1:53 door Kasper Van Parys

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Hen­drik Vos

Hoe bent u eigen­lijk in het wiel­ren­nen gerold?

“Ik heb als kind alti­jd wel gefi­etst en had hier in Gent uit­er­aard een fiets toen ik op kot zat, maar ik heb pas echt de klik gemaakt om serieuze rit­ten met de koers­fi­ets te mak­en na een gesprek met Rob Heir­baut, de Europa­jour­nal­ist van de VRT. Die vertelde me na een debat dat hij de Mar­motte zou rij­den: een zeer zware bergrit uit de Ronde van Frankrijk, 180 km over 5000 hoogteme­ters, met aankomst op Alpe D’Huez. Ik zei toen dat ik dat ook van plan was, maar wist amper wat het was. ‘s Avonds zocht ik het op het inter­net op en schrok ik wel. Ik ben dan snel een koer­splun­je gaan kopen, hand­schoen­t­jes, en alles erop en eraan. Die eerste keer viel – haast zon­der train­ing – zo goed mee dat ik dacht: ze zullen mij hier nog terugzien. Ik wou weleens weten hoe ver ik zou ger­ak­en wan­neer ik zou begin­nen trainen.”

Hoe ziet uw week eruit?

“Tot vier jaar gele­den deed ik aan com­peti­tie, en was ik echt fanatiek. Vanaf decem­ber trainde ik elke dag. In het najaar deed ik het dan iets rustiger aan, maar deed ik wel meer kracht­train­ing op de rollen en in de fit­ness. Ik moest heel effi­ciënt te werk gaan wan­neer ik bijvoor­beeld lezin­gen moest geven. Alles bin­nen een straal van 100 km rond Gent deed ik met de fiets, heen en terug. Zo ger­aak­te ik ook aan mijn kilo­me­ters. Maar ik moest dat natu­urlijk com­bineren met mijn job hier aan de uni­ver­siteit.”

“Alles bin­nen een straal van 100 km rond Gent deed ik met de fiets”

“Er kwam een moment waarop ik merk­te dat ik een lim­i­et bereikt had. Ik begon te besparen op slaap om alles in die 24 uren geperst te kri­j­gen. Na mijn lezin­gen reed ik om elf uur ’s avonds nog twee uren op de rollen, of stond ik een kot in de nacht op om ’s mor­gens met mijn fiets in Brus­sel te ger­ak­en. Ik had heel lange dagen, en ik denk dat een burn-out niet meer ver­af was. Ik heb de klik gemaakt bij de wed­stri­jd ‘La Can­ni­bale’ die ik al tweemaal had gewon­nen. De derde keer moest ik op het einde enkele ren­ners voor­lat­en, en op de slotk­lim naar de Mont Ven­toux realiseerde ik me dat ik op mijn veer­tig­ste niet beter zou wor­den. Of ik zou nog meer moeten trainen, en dat viel niet meer te com­bineren. Ik fiets nu nog alti­jd veel, maar ik rijd alleen voor het plezi­er, zon­der het com­peti­tieve.”

Hoe gaat u het lief­st fiet­sen?

“Ik fiets graag alleen. Ik ben zek­er niet aso­ci­aal, maar soms wil ik gewoon train­in­gen afw­erken. In mijn job zit ik al de hele tijd met mensen te prat­en, din­gen uit te leggen … Op de fiets zit­ten, dat is me-time. Dan vind ik het niet nodig om te netwerken. Dan ben ik gewoon bezig met het land­schap, trap­pen, zweten en afzien. Het is mijn hoofd leeg­mak­en, maar even­goed weer lat­en vol­lopen. De cre­atief­ste ideeën, voor bijvoor­beeld een col­umn, kri­jg ik zo. Ik heb alti­jd mijn smart­phone bij me, maar soms gebruik ik heel ambachtelijk pen en papi­er om te noteren.”

“Op de fiets zit­ten, dat is me-time”

Wat trekt u het meest aan in wiel­ren­nen?

“Zek­er toen ik aan com­peti­tie deed ging het er echt wel om om de lim­i­eten van mijn lijf te leren ken­nen. Het pure, fysieke afzien. Dat geeft wel een kick, merken dat je je gren­zen kan ver­leggen.”


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *