De Brug: Ignaas Devisch


Door

Fien Waege

,

Sarah Van Crombruggen

en

Leone Mattheus

Voor de nieuwe rubriek 'De Brug' schuiven we met Ignaas Devisch aan tafel voor een gesprek over de polarisatie aan onze universiteit en, bij uitbreiding, in de maatschappij.

Wat is uw per­soon­lijke invulling van de term ‘polar­isatie’?

“Een kleine twee jaar terug is mijn boek ‘We informeren ons kapot’ ver­sch­enen en daarin heb ik de defin­i­tie gebruikt dat polar­isatie betekent dat je alle con­flicten die er zijn in de samen­lev­ing her­lei­dt tot één grote breuk­li­jn. We zijn het vaak over duizen­den din­gen eens en oneens. En wat je soms ziet, is dat eigen­lijk al die andere con­flicten ver­geten dreigen te wor­den. We doen dan alsof er maar één con­flict overbli­jft, dat ons dan in twee kam­p­en verdeelt zoals voor of tegen vac­cins.

“Van­daag lijkt het wel alsof protest op zich bij­na als ver­dacht of gepo­lariseerd wordt beschouwd. Ter­wi­jl dat in een democ­ra­tie legi­t­iem is” – Ignaas Devisch

Ik vind dat we soms de term te snel gebruiken: niet elk heftig debat hoeft per se polaris­erend te zijn. Het is gepo­lariseerd als we er niet meer in sla­gen om te luis­teren naar de overkant en als we doen alsof er maar één con­flict meer overbli­jft. Cof­nas heeft bijvoor­beeld dit effect bin­nen de uni­ver­si­taire gemeen­schap. ‘Ik ben tegen, maar’ of ‘ik ben voor, maar’ kri­jgt geen kans meer. Je moet ofwel in het pro‑, ofwel in het con­trakamp zit­ten.”

Is polar­isatie de afgelopen jaren veran­derd?

“Bij stu­den­ten zie ik dat niet. Ik ben heel hoopvol over de huidi­ge gen­er­atie stu­den­ten. Ondanks de moeil­ijke tijd vind ik dat stu­den­ten zich vrij goed overeind houden. Dat kan wel beteke­nen dat een aan­tal thema’s gevoeliger zijn gewor­den, maar dat heeft ook te mak­en met de opge­hit­ste sfeer in de samen­lev­ing.

Uit­er­aard kun­nen stu­den­ten best fel zijn, maar als ik het vergelijk met de jaren zes­tig – althans wat ik daar over heb gelezen en geho­ord – was het toen veel feller. Van­daag lijkt het wel alsof protest op zich bij­na als ver­dacht of gepo­lariseerd wordt beschouwd. Ter­wi­jl dat in een democ­ra­tie legi­t­iem is. Ook stu­den­ten mogen dus opkomen voor hun mening. Ze zijn daarom niet gepo­lariseerd; ze zijn het gewoon gloeiend oneens met wat hier gezegd wordt.”

En helpt sociale media daar­bij?

Beeld: Fien Waege

“Je merkt wel dat daar toch een enorm poten­tieel in zit in ter­men van het delen en ver­sprei­den, op pak­weg 24 uur, van een totaal ver­zon­nen bericht. En zek­er als mensen al met een angst zit­ten, dan heeft dat een enorme impact. En eens ze daarin geloven, is het heel moeil­ijk om hen daaruit te kri­j­gen. Als weten­schap­per is het dan moeil­ijk om te zeggen dat het niet klopt wat men beweert. Je moet eerst voor­bij de emo­tionele laag rak­en, want het gaat om vertrouwen.

Ik heb het in mijn boek zo beschreven: we moeten niet min­der, maar meer ruzie mak­en en over meer ver­schil­lende din­gen. Om te besef­fen dat we het over veel din­gen wel eens zijn en ook over andere din­gen oneens. En dan zullen we merken dat we miss­chien zelfs nog andere breuk­li­j­nen of overeenkom­sten hebben. Als het echt gepo­lariseerd is, dan doen we dat niet meer en dan zit je echt met die fameuze twee kam­p­en.”

Vin­dt u het dis­cours rond Cof­nas onge­makke­lijk?

“Wan­neer hij bijvoor­beeld een micro­foon kri­jgt in een pod­cast, vind ik dat zeer veron­trustend. Een aan­tal van zijn uit­sprak­en gaan zon­der meer aanzetten tot haat en dis­crim­i­natie. Daar heb ik het ontzettend moeil­ijk mee. Ik maak me ook zor­gen om zijn netwerk waar­toe hij behoort. Dat netwerk heeft duidelijk de bedoel­ing om ideeën te legit­imeren. Dat doet het door mensen als Cof­nas aan een uni­ver­siteit bin­nen te kri­j­gen. Als democraat maak ik me daar zor­gen om.

Ik vind wel dat alles onder­zocht moet kun­nen wor­den aan de uni­ver­siteit. We mogen geen enkele vraag uit de weg gaan. Maar de vraag bli­jft wat hier de bedoel­ing is: acad­emisch onder­zoek doen of poli­tieke infil­tratie? Weten­schap is sowieso veel­stem­mig, ook in de bewi­jsvo­er­ing. Hoe com­plex­er je studie-object, hoe min­der kwan­ti­tatief je uit­leg of een­duidig je evi­den­tie zal zijn. Daarom is de grens tussen weten­schap en pseudoweten­schap soms flou. Ik vind het zeer belan­grijk dat we die zo goed mogelijk proberen aan te duiden. Het is ook niet zo dat als een onder­zoek niet om te zetten is in cijfers, het dan onweten­schap­pelijk is.”

U bevin­dt zich op die lijn tussen weten­schap en filosofie. Vin­dt u dat rassen­weten­schap als onder­w­erp thuishoort bin­nen de filosofie?

“Er is een zekere tra­di­tie in de wijs­begeerte richt­ing de lev­ensweten­schap­pen, ook de biolo­gie. Het is niet dat die domeinen niets met elka­ar te mak­en hebben. Alleen, het spec­i­fieke onder­zoek waar Cof­nas in ver­toeft, lijkt me eerder in de vak­groep genet­i­ca thuis te horen, want daar zou hij zich toch moeten toe ver­houden. Ik denk niet dat de vak­groep Wijs­begeerte en Moraal­weten­schap­pen noodza­ke­lijk de beste plaats is om er onder­zoek naar te doen, al ver­moed ik dat de andere vak­groepen niet meteen vra­gende par­tij zullen zijn (lacht).”

Vin­dt u dat er een cor­re­latie tussen erfe­lijkheid en intel­li­gen­tie zit? Denkt u dat er onder­zoeksmo­gelijkhe­den in zijn?

“Onlangs stond daarin een mooi stuk in De Stan­daard van een aan­tal geneti­ci met een heldere con­clusie: ‘Ons DNA is een moza­ïek van ontel­bare vooroud­ers, migraties en ver­mengin­gen. Wie er rassen in leest, leest iets wat er niet staat.’ Ik heb daar niets aan toe te voe­gen en ik ben geen expert. Ik probeer onder­zoek te doen bin­nen mijn eigen vakge­bied. Dat is al breed genoeg.

“Ik heb het in mijn boek zo beschreven: we moeten niet min­der, maar meer ruzie mak­en en over meer ver­schil­lende din­gen” – Ignaas Devisch

Mijn vraag luidt eerder: waarom gaat Cof­nas niet in debat met humane geneti­ci? Of waarom wor­den die niet uitgen­odigd in praatprogramma’s als het daarover gaat? Dat zijn de vra­gen die we moeten stellen.”

Met welke maatschap­pelijke prob­le­men houdt de medis­che ethiek zich van­daag de dag ongeveer bezig?

“Om te begin­nen met heel veel. De inter­esse is enorm gegroeid. Dat heeft onder meer te mak­en met de spec­tac­u­laire rev­o­lu­tie van tech­nol­o­gis­che mogelijkhe­den op het medis­che domein. Steeds meer van de ethis­che debat­ten gaan over de gevol­gen daar­van: ‘Tot hoe ver gaan we?’, ‘Vanaf welke week gaan we pre­ma­turen  red­den?’, ‘Tot wan­neer is het lev­en rek­baar en wie bepaalt dat?’ en alles ertuss­enin. En wat voor mij als filosoof het leuk­ste is, is dat zij (de medis­che wereld, red.) met de filosofis­che vra­gen afkomen. Die moet ik niet uitvin­den. Wat is de grens tussen nor­maal en ziek zijn? Is elke afwijk­ing in het menselijk lichaam ook een ziek­te of is het gewoon een afwijk­ing?

Beeld: Fien Waege

Ik heb mij alti­jd bezigge­houden met de taaie en abstracte auteurs, maar het is zeer fijn om die van­daag ook in debat­ten te kun­nen gebruiken. Ethiek en filosofie lev­en meer dan ooit, ook in het pub­lieke debat. In het begin van mijn car­rière, toen ik opini­es­tukken begon te schri­jven, werd ook de vraag gesteld: ‘Waar houd jij je nu eigen­lijk mee bezig?’ Naast mijn weten­schap­pelijke pub­li­caties vind ik het echter belan­grijk om ook uit te leggen aan mensen die niet de luxe hebben gehad om ermee bezig te zijn waar ik mee bezig ben. Dat vind ik een absolu­ut priv­i­lege. Ik zit in mijn speel­go­ed­winkel, ik amuseer mij rot.

Het is ook alti­jd fijn om met anderen erover in gesprek te gaan. En als je in gesprek gaat en je schraapt dat vak­jar­gon er wat af, dan wordt duidelijk wat filosofie uitein­delijk ook is: een vraag waar men eigen­lijk niet van weet hoe men ermee om moet gaan. Dan kan ik denkkaders aan­reiken en we kun­nen in gesprek gaan. Dat vind ik enorm boeiend. Ik zou niet weten waarom dat alleen met mijn vakgenoten zou moeten. Tuurlijk ga ik naar con­gressen en pub­liceer ik in vak­ti­jd­schriften. Tegelijk leer ik heel veel bij van mensen die met heel moeil­ijke vraagstukken naar me toe komen, zoals mijn stu­den­ten.”


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *