De nasleep van kolonisatie
Zoals veel conflicten in Afrika heeft ook deze burgeroorlog haar wortels in de kolonisatie. Het gebied kwam in 1899 onder Britse controle als het Anglo-Egyptische Soedan, een condominium tussen het Verenigd Koninkrijk enerzijds en Egypte (op zijn beurt onder Britse bezetting) anderzijds. Dat hield in dat het Verenigd Koninkrijk en Egypte (in principe) de soevereiniteit deelden. De Britten beperkten de Islam in het Zuiden, zodat het gebied verdeeld werd in een islamitisch noorden en een christelijk zuiden. In 1953 beslisten het VK en Egypte om het condominium op te heffen en Soedan onafhankelijkheid te verlenen, met ingang vanaf 1956. De Britten voorzagen evenwel een Noord-Soedanese staat en een Zuid-Soedanese staat, maar besloten uiteindelijk de Zuid-Soedanese provincies onder te brengen bij Noord-Soedan, waardoor het overwegend christelijke Zuid-Soedan onder islamitisch-Arabisch bestuur kwam. Dat maakte van Soedan een chronisch instabiel land.
De RSF blijft echter heer en meester in grote delen van het westen van het land
Al snel kwamen de christenen in opstand en dit leidde in 1958 tot een eerste militaire staatsgreep, de eerste in een rij van velen. Op macht beluste wellustelingen pleegden staatsgreep na staatsgreep, maar geen enkele leider kon duurzaam aan de macht blijven. Twee bloederige burgeroorlogen hielden het land nagenoeg voortdurend in hun greep, van 1955 tot 2005. Die oorlogen resulteerden uiteindelijk in de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan in 2011.
Aanloop naar een nieuwe burgeroorlog

De dictator Omar al-Bashir greep op 30 juni 1989 via een militaire staatsgreep de macht. In tegenstelling tot eerdere, telkens mislukte, pogingen tot machtsgreep bleef zijn regime opmerkelijk lang overeind, dankzij onder andere goede coup-proofing, oftewel staatsgreepbestendiging. Zo maakte al-Bashir gebruik van de paramilitaire organisatie Janjaweed, later omgevormd tot de Rapid Support Forces (RSF), om opstanden van niet-Arabische volkeren neer te slaan. Een organisatie zoals de RSF had dus tot doel om een tegengewicht te vormen voor het leger. Niemand kan evenwel het lot ontlopen, zo blijkt. In 2019 zetten het leger en de RSF al-Bashir toch af als president na aanhoudende protesten.
De RSF teisterde daarbij specifiek de Zaghawa en de Fur
De protesten hielden echter niet op; actievoerders eisten een overgang naar een burgerregering. Tegelijkertijd liepen de spanningen tussen de RSF en het leger op. Een nieuwe staatsgreep in 2021 bracht het land stevig terug onder de militaire junta, na enkele stappen richting burgerlijk bestuur. De RSF begon over het hele land nieuwe leden te rekruteren in 2023, terwijl het leger de geleidelijke integratie van de RSF in de reguliere strijdkrachten eiste. Onenigheid leidde tot een Derde Soedanese Burgeroorlog, die afgetrapt werd met een gruwelijke slag om Khartoem, de hoofdstad. Twee jaar later, in 2025, slaagde het leger er toch in om de RSF definitief te verdrijven uit de stad. De RSF blijft echter heer en meester in grote delen van het westen van het land, vooral na de val van El-Fasher, een stad in Darfur, waar de RSF een slachtpartij aanrichtte en meer dan 60 000 mensen vermoordde. De VN-onderzoekscommissie over Soedan beweert dat de RSF zich daarbij schuldig maakte aan genocide. De RSF teisterde daarbij specifiek de Zaghawa en de Fur, twee niet-Arabische volkeren. De RSF‑rebellen en hun bondgenoten maken zich schuldig aan extreem geweld, gekenmerkt door seksueel misbruik, ontvoeringen, plunderingen en massamoorden. Daarbij treffen ze vooral jonge vrouwen en kinderen het hardst.
Daarnaast zijn meer dan 12 miljoen mensen ontheemd, het leeuwendeel van de medische infrastructuur is onbruikbaar, en er heerst hongersnood alom, sowieso al een probleem voor het land in ‘stabielere’ tijden. Het hoeft geen betoog dat Soedan een van de ernstigste humanitaire crises van deze eeuw ondergaat.

Stil over Soedan?
Hoewel de crisis in Soedan inmiddels wordt beschouwd als de grootste humanitaire ramp ter wereld, blijft de internationale aandacht, vooral in het Westen, opvallend beperkt. Een verklaring kan zijn dat journalisten door de RSF-rebellen en regeringstroepen geviseerd worden, waardoor onafhankelijke verslaggeving nauwelijks mogelijk is. Het conflict raakt daardoor moeilijk tot bij ons. Ook wordt het conflict overschaduwd door onder andere de oorlog in Gaza, maar ook door de klimaatopwarming en de afgelopen bloedhete zomer.
Een tweede reden waarom de wereld een oogje dichtknijpt, is de goudhandel. De oorlog in Soedan wordt vrijwel volledig gefinancierd met goud. Het land is een van de grootste goudproducenten van Afrika en sinds 2023 is de productie zelfs verdubbeld. Voor de rivaliserende groepen geldt: hoe meer goud ze controleren, hoe meer middelen ze hebben om wapens te kopen. Dat bloedgeld belandt uiteindelijk op de wereldmarkt en in de handen van landen zoals de Verenigde Arabische Emiraten.
Daarnaast speelt ook de aard van het conflict een rol: onderzoek toont aan dat interne conflicten minder aandacht krijgen dan ‘echte’ oorlogen, waar het ene land het andere aanvalt. Bovendien kan het conflict moeilijk worden getypeerd als ‘slecht versus goed’, waardoor het nu eenmaal een verhaal is dat niet goed verkoopt. Koppel daaraan algemene desinteresse in en gewenning aan rampspoed in Afrika, en je krijgt een stille crisis zoals in Soedan.


Een reactie achterlaten