Elk jaar laten studenten zich tijdens deze periode dopen – het ritueel dat de overgang van feut naar schacht markeert. De ludieke en verbroederende geest die de doop pretendeert te hebben, komt helaas niet altijd tot uiting: in september nog werd de Vlaamse Economische Kring (VEK) vier weken geschorst vanwege de schending van de fysieke integriteit van de deelnemende studenten. Tijdens de doop moesten de studenten de rauwe ingrediënten van een pasta bolognese eten, om deze nadien weer uit te braken. Het addendum heeft als doel de doopactiviteiten veiliger, respectvoller en beter controleerbaar te maken. Met dit nieuwe addendum, dat op een oktober getekend werd door alle dopende verenigingen, dringt de vraag zich op welke regels aangescherpt zullen worden, en bovenal: wie houdt zich bezig met de controle hiervan?
“Seth Van Der Slycken voegt daar wel aan toe dat “door de nieuwe regels ook de magie van de doop mee verdwenen is””
De samenwerking en controle van het decreet

Om de doop in goede banen te leiden werkt Stad Gent samen met de Dienst Studentenactiviteiten (DSA), die in de overkoepelende doopcommissie zetelt met het Faculteitenkonvent (FK), Seniorenkonvent (SK) en Homekonvent (HK). Jaarlijks op 1 oktober tekenen de erkende studentenverenigingen het decreet. De controle om het decreet te kanaliseren ligt in de handen van de konventen die doopcontroleurs aanstellen. Zij bestaan uit een handvol vrijwillige studenten die binnen de organisatie van het FK de taak opnemen om toezicht te houden op alle doopactiviteiten van Gentse studentenverenigingen. Om die controle uit te voeren worden ze ondersteund door subsidies, alcoholtesten, EHBO-materiaal en een vrijwilligersvergoeding voor studentencontroleurs verschaft door Stad Gent. De doopcommissie draagt de verantwoordelijkheid om waarschuwingen te geven bij overtredingen van het decreet. Pas bij herhaalde overtredingen van het decreet grijpt Stad Gent in. In tegenstelling tot Gent voert de politie in Leuven een extra controle uit: de draaiboeken van de doop moeten op voorhand goedgekeurd worden.
Toch ligt de uiteindelijke verantwoordelijkheid om de afspraken uit het decreet na te leven bij de schachtentemmers van elke vereniging. Seth Van Der Slycken, een ex-schachtentemmer van Politeia, geeft aan dat de controle van de doop steeds intensiever wordt. Van Der Slycken blikt terug op zijn jaren als temmer. “We moesten heel grondig alle documenten bij ons hebben op doopactiviteiten voor het geval dat FK zou komen controleren. Nu sturen ze wel controleurs naar elke doopactiviteit. Als dat niet het geval was, wisten we dat de gevolgen desastreus zouden zijn. Er zijn erg veel stappen die je als vereniging moet doorlopen voordat je doopactiviteiten mag organiseren. Er wordt bij de controle tijdens een activiteit bijvoorbeeld ook nagevraagd bij de deelnemende schachten of alles volgens de regels verloopt.”
Het nieuwe addendum
In het vernieuwde addendum zullen verschillende regels worden aangescherpt. Zo worden de eetopdrachten verder beperkt en langdurige intimiderende opdrachten aan banden gelegd. Opdrachten waar het doel enkel bestaat uit het nuttigen van grote hoeveelheden voedsel of drank zijn verboden. In totaal mogen de doopactiviteiten een maximale duur hebben van vijf dagen. Evenzeer wordt het zogenoemde ‘vuile’ gedeelte – een doopactiviteit waarbij deelnemers worden blootgesteld aan middelen of omstandigheden die kunnen leiden tot vuilmaking – gelimiteerd tot vijf uur. Ook wordt een nachtrust van minstens zes uur gegarandeerd.
“We moesten heel grondig alle documenten bij ons hebben op doopactiviteiten voor het geval dat FK zou komen controleren. Nu sturen ze wel controleurs naar elke doopactiviteit. Als dat niet het geval was, wisten we dat de gevolgen desastreus zouden zijn.” – Seth Van Der Slycken, ex-schachtentemmer van Politeia
Niet iedereen is blij met deze nieuwe regels. Van der Slycken vindt dat de slinger is doorgeslagen. Hij begrijpt dat na de dood van Sanda Dia strengere regels wenselijk waren. Binnen zijn eigen vereniging was Seth een van de stemmen die opperde om de doop af te schaffen en werd hij de eerste schachtentemmer die geen doop organiseerde. Hij voegt daar wel aan toe dat “door de nieuwe regels ook de magie van de doop mee verdwenen is.” Hij vindt dat studenten tijdens een doop goed behandeld moeten worden, maar dat samen afzien en soms minder leuke opdrachten uitvoeren erbij hoort. Het zijn juist die momenten van samen door het slijk gaan die het groepsgevoel versterken, vindt hij. Daarnaast vindt hij dat het FK steeds strenger controleert terwijl de regels uit het doopdecreet en addendum steeds vager worden. “Een schacht mag bijvoorbeeld niet ‘langdurig’ op zijn knieën zitten, maar wat is langdurig? De controles worden daarentegen steeds strenger. Vroeger controleerde het FK steekproefsgewijs, terwijl ze nu op elke doopactiviteit en de aanloop ernaar aanwezig zijn. Het FK legt daarmee een enorme druk op de schouders van de schachtentemmers, zonder hen genoeg tijd of middelen te geven om zich aan te passen aan het vernieuwde decreet”, aldus de voormalige schachtentemmer. Enkele kringen binnen het FK zouden daarom ook het nieuwe addendum hebben willen laten uitstellen.
Het addendum van dit jaar is aldus een voorproef op wat komen gaat. Aankomend academiejaar wordt een traject voorzien waar het huidige doopdecreet grondig wordt herwerkt. De UGent, studentenverenigingen en andere betrokken instanties slaan dit jaar de handen in elkaar om voor het academiejaar 2027–2028 een nieuw doopdecreet te vormen. Voor het huidige jaar zullen we het nog even met het addendum moeten doen.


Een reactie achterlaten