Wat is volgens u het meest onderschatte of onbekende feit over het heelal?

“We vermoeden dat ongeveer elke ster een planetenstelsel heeft, zoals ons eigen zonnestelsel. Maar daarnaast zijn ook de getallen indrukwekkend. In onze Melkweg zijn er meer dan 100 miljard sterren. Die hebben dan waarschijnlijk ook planeten en er zijn honderden miljarden sterrenstelsels. Die getallen zijn zó groot dat we ons daar eigenlijk totaal geen voorstelling van kunnen maken.”
Kunt u dit voorstellen aan de hand van een metafoor?
“Misschien eentje over onze eigen Melkweg. Onze eigen Melkweg is maar één van de zovele sterrenstelsels. Als je je voorstelt dat elke ster een zandkorreltje is, dan heb je ongeveer een grote valies vol zandkorreltjes. Als je die allemaal uitspreidt, zoals in een schaalmodel van onze Melkweg, zou dat over een schijf zijn die groter is dan de aarde. Elk zandkorreltje zou dan kilometers van elkaar verwijderd zijn. Zo groot is onze eigen Melkweg, en dat is maar een minuscuul stukje van het heelal.”
Welke ruimteontdekking van de afgelopen tien jaar heeft u het meest verrast?
“In Gent bestuderen we de vorm en evolutie van sterrenstelsels. Je hebt waarschijnlijk wel gehoord van de James Webb Space Telescope, het grootste en krachtigste infrarood-ruimteobservatorium dat ooit is gebouwd. Die is een aantal jaren geleden gelanceerd en ik vind die echt fantastisch.
Er is nochtans veel om te doen geweest: het heeft lang geduurd vooraleer de telescoop klaar was en hij heeft ook veel gekost. Maar de resultaten die hij al heeft opgeleverd, zijn écht indrukwekkend. De James Webb Space Telescope heeft de grenzen van wat we dachten al gezien te hebben zo ver verlegd. We weten nu veel meer over het vroegste stadium van het universum.
“Vroeger waren we blij als we tien sterrenstelsels konden waarnemen, nu gaat het niet meer om tien, maar om tien miljoen” – Prof. Maarten Baes
Hoe verder je kijkt, hoe meer je terugkijkt in de tijd, want het licht doet er een tijd over om bij ons te geraken. We kunnen daardoor nu eigenlijk de eerste sterrenstelsels zien. Wat we daarover leren, is écht indrukwekkend.”
Hoe ziet de sterrenkunde er volgens u over tien jaar uit?
“In de sterrenkunde heb je in grote lijnen ongeveer twee grote takken. Enerzijds heb je de tak die instrumenten bouwt en dus het heelal probeert waar te nemen. James Webb heeft daar enorm de grens verlegd en er staan nog een aantal nieuwe telescopen te wachten die met heel veel data gaan komen en waar we heel veel van gaan leren, specifiek in het onderzoeksdomein dat mij het meest interesseert: de vorming van sterrenstelsels. Zo is momenteel de Europese Euclid-missie bezig en de Amerikanen hebben net een gelijkaardige missie, Nancy Grace Roman, gelanceerd. Vroeger waren we blij als we tien sterrenstelsels konden waarnemen. nu gaat het niet meer om tien, maar om tien miljoen.
“Ik vind dat ergens wel geruststellend: het heelal gaat door” – Prof. Maarten Baes
De andere tak van de sterrenkunde is de astrofysica. Daarin proberen we meer te begrijpen van wat we zien en te verklaren waar het vandaan komt. Ook daarin is momenteel een revolutie bezig, doordat er zoveel data beschikbaar is. En zoals in alle gebieden zullen AI en machinelearning ervoor zorgen dat de manier waarop we het vroeger deden, niet meer dezelfde is als hoe we het nu gaan doen. Er komt zoveel data op ons af dat we gewoon heel andere manieren moeten bedenken om daarmee om te gaan.”
Hoe raakte u zelf ooit gefascineerd door sterrenkunde?
“Ik ben misschien een beetje een atypische sterrenkundige, aangezien ik wiskunde heb gestudeerd. Maar na twee jaar vond ik dat een beetje te abstract worden. Binnen de opleiding kregen we ook fysica en sterrenkunde. Ik vond het heel leuk om de technieken die we in de wiskunde leerden, op iets echts toe te passen. Zo ben ik dan een beetje in de sterrenkunde gerold.”
U onderzoekt bijvoorbeeld ook stof in het heelal. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

“Stofdeeltjes zijn hele kleine stukjes vaste materie. Het meeste materiaal in het heelal is gas of plasma. Je moet denken aan kleine zandkorreltjes of roetdeeltjes die zich tussen de sterren in sterrenstelsels bevinden. Dat heeft een enorme invloed op hoe zo’n sterrenstelsel eruitziet en ook op hoe het zal evolueren. Er zijn een aantal fysische processen die zonder dat stof niet zouden werken.”
Heeft uw dagelijkse bezigheid met sterrenstelsels, miljarden lichtjaren ver weg, uw perspectief op het menselijke leven veranderd?
“Misschien zie ik wel wat meer de relativiteit van dingen in. Dat wil helemaal niet zeggen dat ik een conflict in de wereld of een probleem in mijn eigen huishouden helemaal niet meer belangrijk vind. Maar ergens plaatst het die dingen wel in de context dat wij toch maar een heel klein belang hebben. Als mens zijn we maar heel kleine stukjes in een gigantisch groot universum. Dat maakt ons allemaal wel een stuk minder belangrijk dan sommige mensen misschien denken.
Ik vind dat ergens wel geruststellend: het heelal gaat door. Wij zijn eigenlijk irrelevant ten opzichte van het grotere plaatje.”
Zijn wij alleen in het heelal?
“Het feit dat er zó veel sterrenstelsels zijn, dat elk sterrenstelsel zó veel sterren heeft en dat die sterren dan nog planeten hebben, maakt het toch wel heel raar als er nergens anders iets ontwikkeld is dat op leven lijkt. Dat lijkt mij statistisch gezien gewoon zeer onwaarschijnlijk.
Maar we kunnen ons heel moeilijk voorstellen in welke vorm dat leven dan zou bestaan. We baseren ons daarbij heel dikwijls op wat we kennen, namelijk het leven hier op aarde. Zo linken we leven bijvoorbeeld vaak aan de aanwezigheid van vloeibaar water, dat voor ons als levende wezens op aarde heel belangrijk is. Ergens anders kan dat natuurlijk helemaal anders zijn.”


Een reactie achterlaten