Ruimte-interview met Maarten Baes

,

Door

Leone Mattheus

'Project Hail Mary', 'Interstellar', 'The Martian': de ruimte blijft een dankbaar onderwerp voor de filmwereld. Maar wat blijft er over van die verbeelding wanneer we naar de echte sterren kijken? Met enkele vragen stapten we af op professor in de astronomie en ruimtewetenschappen Maarten Baes.

Wat is vol­gens u het meest onder­schat­te of onbek­ende feit over het hee­lal?

“We ver­moe­den dat ongeveer elke ster een plan­eten­s­telsel heeft, zoals ons eigen zonnes­telsel. Maar daar­naast zijn ook de getallen indruk­wekkend. In onze Melk­weg zijn er meer dan 100 mil­jard ster­ren. Die hebben dan waarschi­jn­lijk ook plan­eten en er zijn hon­der­den mil­jar­den ster­ren­s­telsels. Die getallen zijn zó groot dat we ons daar eigen­lijk totaal geen voorstelling van kun­nen mak­en.”

Kunt u dit voorstellen aan de hand van een metafoor?

“Miss­chien een­t­je over onze eigen Melk­weg. Onze eigen Melk­weg is maar één van de zovele ster­ren­s­telsels. Als je je voorstelt dat elke ster een zand­ko­r­relt­je is, dan heb je ongeveer een grote valies vol zand­ko­r­relt­jes. Als je die alle­maal uit­sprei­dt, zoals in een schaalmod­el van onze Melk­weg, zou dat over een schi­jf zijn die grot­er is dan de aarde. Elk zand­ko­r­relt­je zou dan kilo­me­ters van elka­ar ver­wi­jderd zijn. Zo groot is onze eigen Melk­weg, en dat is maar een minus­cu­ul stuk­je van het hee­lal.”

Welke ruim­teont­dekking van de afgelopen tien jaar heeft u het meest ver­rast?

“In Gent bestud­eren we de vorm en evo­lu­tie van ster­ren­s­telsels. Je hebt waarschi­jn­lijk wel geho­ord van de James Webb Space Tele­scope, het groot­ste en krachtig­ste infra­rood-ruim­teob­ser­va­to­ri­um dat ooit is gebouwd. Die is een aan­tal jaren gele­den gelanceerd en ik vind die echt fan­tastisch.

Er is nochtans veel om te doen geweest: het heeft lang gedu­urd vooraleer de tele­scoop klaar was en hij heeft ook veel gekost. Maar de resul­tat­en die hij al heeft opgeleverd, zijn écht indruk­wekkend. De James Webb Space Tele­scope heeft de gren­zen van wat we dacht­en al gezien te hebben zo ver ver­legd. We weten nu veel meer over het vroeg­ste sta­di­um van het uni­ver­sum.

“Vroeger waren we blij als we tien ster­ren­s­telsels kon­den waarne­men, nu gaat het niet meer om tien, maar om tien miljoen” – Prof. Maarten Baes 

Hoe verder je kijkt, hoe meer je terugk­ijkt in de tijd, want het licht doet er een tijd over om bij ons te ger­ak­en. We kun­nen daar­door nu eigen­lijk de eerste ster­ren­s­telsels zien. Wat we daarover leren, is écht indruk­wekkend.”

Hoe ziet de ster­renkunde er vol­gens u over tien jaar uit?

“In de ster­renkunde heb je in grote lij­nen ongeveer twee grote takken. Enerz­i­jds heb je de tak die instru­menten bouwt en dus het hee­lal probeert waar te nemen. James Webb heeft daar enorm de grens ver­legd en er staan nog een aan­tal nieuwe tele­scopen te wacht­en die met heel veel data gaan komen en waar we heel veel van gaan leren, spec­i­fiek in het onder­zoeks­domein dat mij het meest inter­esseert: de vorm­ing van ster­ren­s­telsels. Zo is momenteel de Europese Euclid-missie bezig en de Amerika­nen hebben net een gelijkaardi­ge missie, Nan­cy Grace Roman, gelanceerd. Vroeger waren we blij als we tien ster­ren­s­telsels kon­den waarne­men. nu gaat het niet meer om tien, maar om tien miljoen.

“Ik vind dat ergens wel gerust­stel­lend: het hee­lal gaat door” – Prof. Maarten Baes 

De andere tak van de ster­renkunde is de astro­fys­i­ca. Daarin proberen we meer te begri­jpen van wat we zien en te verk­laren waar het van­daan komt. Ook daarin is momenteel een rev­o­lu­tie bezig, door­dat er zoveel data beschik­baar is. En zoals in alle gebieden zullen AI en machine­learn­ing ervoor zor­gen dat de manier waarop we het vroeger deden, niet meer dezelfde is als hoe we het nu gaan doen. Er komt zoveel data op ons af dat we gewoon heel andere manieren moeten bedenken om daarmee om te gaan.”

Hoe raak­te u zelf ooit gefasci­neerd door ster­renkunde?

“Ik ben miss­chien een beet­je een atyp­is­che ster­renkundi­ge, aangezien ik wiskunde heb ges­tudeerd. Maar na twee jaar vond ik dat een beet­je te abstract wor­den. Bin­nen de oplei­d­ing kre­gen we ook fys­i­ca en ster­renkunde. Ik vond het heel leuk om de tech­nieken die we in de wiskunde leer­den, op iets echts toe te passen. Zo ben ik dan een beet­je in de ster­renkunde gerold.”

U onder­zoekt bijvoor­beeld ook stof in het hee­lal. Wat moeten we ons daar­bij voorstellen?

Beeld: Leone Mattheus

“Stofdeelt­jes zijn hele kleine stuk­jes vaste materie. Het meeste mate­ri­aal in het hee­lal is gas of plas­ma. Je moet denken aan kleine zand­ko­r­relt­jes of roet­deelt­jes die zich tussen de ster­ren in ster­ren­s­telsels bevin­den. Dat heeft een enorme invloed op hoe zo’n ster­ren­s­telsel eruitzi­et en ook op hoe het zal evolueren. Er zijn een aan­tal fysis­che processen die zon­der dat stof niet zouden werken.”

Heeft uw dagelijkse bezigheid met ster­ren­s­telsels, mil­jar­den licht­jaren ver weg, uw per­spec­tief op het menselijke lev­en veran­derd?

“Miss­chien zie ik wel wat meer de rel­a­tiviteit van din­gen in. Dat wil hele­maal niet zeggen dat ik een con­flict in de wereld of een prob­leem in mijn eigen huishouden hele­maal niet meer belan­grijk vind. Maar ergens plaatst het die din­gen wel in de con­text dat wij toch maar een heel klein belang hebben. Als mens zijn we maar heel kleine stuk­jes in een gigan­tisch groot uni­ver­sum. Dat maakt ons alle­maal wel een stuk min­der belan­grijk dan som­mige mensen miss­chien denken.

Ik vind dat ergens wel gerust­stel­lend: het hee­lal gaat door. Wij zijn eigen­lijk irrel­e­vant ten opzichte van het grotere plaat­je.”

Zijn wij alleen in het hee­lal?

“Het feit dat er zó veel ster­ren­s­telsels zijn, dat elk ster­ren­s­telsel zó veel ster­ren heeft en dat die ster­ren dan nog plan­eten hebben, maakt het toch wel heel raar als er ner­gens anders iets ontwikkeld is dat op lev­en lijkt. Dat lijkt mij sta­tis­tisch gezien gewoon zeer onwaarschi­jn­lijk.

Maar we kun­nen ons heel moeil­ijk voorstellen in welke vorm dat lev­en dan zou bestaan. We baseren ons daar­bij heel dik­wi­jls op wat we ken­nen, namelijk het lev­en hier op aarde. Zo linken we lev­en bijvoor­beeld vaak aan de aan­wezigheid van vloeibaar water, dat voor ons als lev­ende wezens op aarde heel belan­grijk is. Ergens anders kan dat natu­urlijk hele­maal anders zijn.”


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *