Dieren als bron van nieuwe virussen?


Door

Matthias Diallo

en

Leone Mattheus

Professor Hans Nauwynck geeft les over en onderzoekt virale ziekten bij dieren, wat onder andere leidde tot zijn bedrijf Pathosense, dat sneller virussen en bacteriën diagnosticeert. De geknipte man dus om te interviewen over virussen.

Beeld: Hans Nauwynck

Dat er op dit eigen­ste moment “weer een paar” virussen naar boven aan het komen zijn, zegt pro­fes­sor Nauwynck aan het begin van dit inter­view. “Ik noem het heel plezante peri­odes voor virolo­gen,” zal hij lat­er zeggen, “maar het is min­der plezant natu­urlijk voor mens en dier die ermee gecon­fron­teerd wor­den.”

Dat er zoveel nieuwe emerg­ing virus­es zijn die Bel­gië “invaderen”, zoals prof. Nauwynck het omschri­jft, is deels te wijten aan een kli­maatveran­der­ing die zuider­se muggen steeds vak­er naar boven duwt. Die muggen zijn insecten die voor de over­dracht van virussen zor­gen, en wor­den ook wel vec­toren genoemd. “Er zijn waarschi­jn­lijk bepaalde inter­ac­ties tussen enkele van die muggen of muggen­soorten en som­mige culi­coï­den, waar we eigen­lijk op dit moment niet goed weten wat er zich afspeelt, omdat de vec­toren te weinig wor­den bestudeerd”, waarschuwt Nauwynck. “Dat is een groot prob­leem. Virolo­gen zijn er genoeg, maar mensen met ken­nis van insecten zijn er heel weinig.”

“Dus nor­maal gezien kan een virus dat aan­klopt bij een dier niet aan­klop­pen bij de mens. Dat is 99,999% het geval. Natu­urlijk lei­dt de 0,0001% die dat dan toch doet tot een explosie.”

Hans Nauwynck

Met andere woor­den: alles in de wereld van de virussen is ver­bon­den met elka­ar. De meeste emerg­ing virus­es komen overi­gens ook “hoofdza­ke­lijk vanu­it de dieren.” Nor­maal gezien zijn dergelijke dier­lijke virussen ongevaar­lijk voor de mens, aangezien zij enkel cellen kun­nen bin­nen­drin­gen met spec­i­fieke recep­toren. “Er zijn grote ver­schillen – godz­i­j­dank – tussen dieren en mensen op het vlak van die recep­toren. Dus nor­maal gezien kan een virus dat aan­klopt bij een dier niet aan­klop­pen bij de mens. Dat is 99,999% het geval. Natu­urlijk lei­dt de 0,0001% die dat dan toch doet tot een explosie.”

De kans op dergelijke explosies neemt ook enkel toe naar­mate er nu meer virussen cir­culeren. De pro­fes­sor geeft doorheen het inter­view ver­schei­dene voor­beelden van mogelijks gevaar­lijke dieren­virussen: West­ni­jlvirus, Afrikaanse varken­spest, arterievirussen … “Miss­chien moeten we een keer een lijst­je mak­en van virussen waar we meer aan­dacht aan moeten best­e­den. Want als die ooit bij de mens komen, dan zal het geen evi­den­tie zijn om dat goed te kun­nen con­trol­eren.”

Een licht­pun­t­je in dit alles? “De snel­heid waarmee we diag­noses kun­nen stellen,” (zie ook Patho­sense in dit opzicht, red.), “en waarmee we vac­cins kun­nen mak­en, is immens. En het zal alti­jd sneller, en sneller, en sneller gaan. Dus dat is de posi­tieve noot op het einde van een hoop mis­erie die ik naar je kop ges­lingerd heb (lacht).”


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *