Je denkt een goede zaak te doen wanneer je al je oude kleding in een textielcontainer kiepert, maar is dat wel zo? Krijgen jouw kleren een tweede leven zonder slameur of hangt er toch een problematiek rond textielrecyclage- en donatie?
Het Europese plan van aanpak
Dat de modesector en het bijhorend afval problematisch zijn, is niets nieuws. Dit beaamt de Europese Unie met een serie kersverse regels rond recyclage. Textiel mag niet meer bij het huisvuil en de EU pleit voor een aparte inzameling van textiel. Verrassend genoeg is België een voorbeeldleerling met de inburgering van de textielcontainers. Dit komt terecht bij zowel sociale ondernemingen, zoals de kringloopwinkel, als bij commerciële bedrijven. Ondanks de verschillende doeleinden zijn de selectiecriteria hetzelfde, omdat textiel heel gevoelig is voor vervuiling of vloeistoffen.
Twee keer nadenken voor je doneert?
Wat te doen met die ene miskoop die je blijft aanstaren achterin je kast? Je besluit het kledingstuk te doneren in een van de talloze textielcontainers in je buurt.
Die kledingstukken worden vooraf gesorteerd. Al wat er niet thuishoort, wordt eruit gevist. Daarna passeert de kledij door een sorteercentrum, waar het bruikbare textiel wordt gescheiden van de rest. Het belandt in een categorie. Een voorbeeld van zo'n categorie is 'crème', verwijzend naar stukken van goede kwaliteit die onmiddellijk verkocht kunnen worden. Kleren van mindere kwaliteit worden geëxporteerd naar het buitenland. Die gaan vooral naar Afrikaanse landen, waar de kleding in balen wordt verkocht aan lokale handelaars. Wat nog bruikbaar is als kledingstuk wordt verhandeld op de markt. Dit zou naar schatting slechts de helft van het totaal zijn. De rest wordt verbrand of gedumpt op een afvalberg en eindigt vaak, via de rivieren, in de zee. Omdat er kunststof zit in de goedkope kledij komen er op die manier microplastics in de zee terecht.
Een deel van de kledij wordt tijdens de uitsortering meteen als niet bruikbaar textiel bestempeld. Dat wordt gerecycleerd of verbrand. De sorteercentra menen dat de hoeveelheid kledij die verbrand moet worden de laatste jaren toeneemt. Dit gegeven hebben we te danken aan fast fashion. Onze kledij wordt tegen een lage prijs geproduceerd en dat levert slechte kwaliteit op, waardoor de kleding na een kort leven in de textielcontainers belandt. Het probleem? Voor fastfashionkledij kost het inzamel-,sorteer- en recyclageproces meer dan het oplevert. Het resultaat is een grote berg afval, omdat mensen denken snel van garderobe te moeten wisselen om zich te kleden volgens de laatste trends.
Hoe wordt iets ouds iets nieuws?
Dat recycleren geen gestandaardiseerd proces is, wordt snel duidelijk door de wisselvallige kwaliteit van de tweedehandsstoffen. Dit belemmert de ontwikkeling van een circulair systeem op grote schaal. Door de verschillende herkomsten van stoffen zijn er verschillende technieken nodig, zoals mechanische, thermische of chemische recycling.
De gevolgen van onze shopverslaving zijn schrijnend
Bij mechanische recycling wordt het textiel versmolten en vervolgens tot een nieuwe draad gesponnen. Die techniek is enkel mogelijk bij katoen en wol met een beperkt elastaangehalte. Omdat de vezels korter worden, wordt er afhankelijk van de kwaliteit van de basisstoffen nog een nieuwe vezel toegevoegd om een kwalitatief stuk stof te produceren. Ondanks die extra vezels, bespaart de techniek toch verf en water, omdat het textiel vooraf al op kleur gesorteerd wordt.
Bij chemische recycling daarentegen wordt het textiel gereduceerd tot een moleculaire substantie die als bouwsteen voor nieuw textiel dient. In dit proces lossen chemische stoffen de substanties op. Die techniek werkt goed bij plantaardig materiaal en materialen als polyester of polyamide. Daarvoor is wel extra water en verf nodig.
Ten slotte is er thermische recycling van stoffen die volledig bestaan uit polyamide en polyester. Dit is echter enkel mogelijk voor textiel dat nooit in de winkelrekken terechtkomt. Bij afgewerkte producten is het niet zeker of de toegevoegde stoffen leiden tot een product van voldoende kwaliteit.
Hoe draag je je steentje bij?
De gevolgen van onze shopverslaving zijn schrijnend. Hoe vermijd je dat jouw kledij op een afvalberg belandt? Minder consumeren is hier essentieel. Ga eens shoppen in je eigen kleerkast en probeer nieuwe outfits te maken met de kledij die je al hebt. Voor de onhandigen onder ons die eens zin hebben in iets anders, is kleren huren en zelf verhuren een optie. Ideaal voor als je snel uitgekeken bent op dingen of een outfit nodig hebt voor een speciale gelegenheid. Als je toch beslist een nieuw stuk aan te schaffen, kijk eens naar bedrijven die deadstocktextiel gebruiken, ook wel gekend als 'dode voorraad'. Dit zijn stoffen die de bedrijven om een bepaalde reden niet kunnen verkopen op de markt. Dit initiatief staat nog in zijn kinderschoenen, maar hopelijk pikken meer merken het op.

Reactie toevoegen