Al sinds de Amerikaanse Burgeroorlog heeft katoenteelt een slechte reputatie. Ook vandaag nog zijn de werkomstandigheden in deze sector verre van optimaal, en de milieueffecten zijn rampzalig. Zijn er alternatieven voor dit witte goud?
Katoen in ons dagelijks leven
Katoen is overal te vinden: in onze kleren, onze handdoeken, en zelfs in onze bankbiljetten. De stof komt van de katoenplant, die voornamelijk groeit in warmere regio's. China, India en de Verenigde Staten zijn de grootste producenten, wat dus een eindje verder van huis is. In de Europese Unie zijn Griekenland voor 80% en Spanje voor 20% verantwoordelijk voor het Europese katoen, maar dit vormt slechts 1% van de wereldproductie. Het verhaal speelt zich dus grotendeels af aan de andere kant van de wereld.
Een T-shirt vraagt 2500 liter water en een jeansbroek zelfs 7500 liter
De problemen met katoenteelt
De katoenplant vraagt relatief veel water, waardoor een T-shirt al snel 2.500 liter opslokt, en een jeansbroek zelfs 7.500 liter. Deze dorstige planten zorgen zo voor erosie, verzilting en uitdroging van de gebieden waar ze geteeld worden, wat nadelig is voor de natuur. Ook de lokale bevolking kampt daardoor met watertekorten. Daarnaast worden katoenplanten ook massaal besproeid met pesticiden en insecticiden. Hoewel de plant een 33ste van de totale teelt in de wereld uitmaakt, vraagt het toch een vierde van alle insecticiden, en een tiende van de pesticiden. Niet alleen is dit schadelijk voor de lokale biodiversiteit: deze chemicaliën zijn ook giftig voor boeren en arbeiders.
In India hebben grote bedrijven, zoals Monsanto, de hele katoenindustrie in handen. Boeren zijn van hen afhankelijk voor hun katoenzaden, omdat die vaak genetisch gemodificeerd zijn en onder de patenten van die bedrijven vallen. Hiervoor gaan boeren leningen aan, omdat de zaden, pesticiden en meststoffen duur zijn. Een misoogst kan ervoor zorgen dat ze deze leningen niet meer kunnen betalen. Dit zet druk op de boeren, waardoor ze in financiële problemen geraken. Onder Indische boeren heeft dit geleid tot een zelfmoordgolf, waardoor jaarlijks duizenden mensen om het leven komen.
In China moeten 570.000 Oeigoeren, Kirgiezen en Kazachen als dwangarbeiders katoen plukken in gevangenissen en heropvoedingskampen. Het idee van een gedwongen "ideologische training" is daar de rechtvaardiging voor.
Hoewel China een van de grootste producenten is, is het ook de grootste importeur. Vanuit het Westen verwachten we goede kwaliteit voor een lagere prijs, waardoor de productie vooral wordt gedaan in lageloonlanden. Deze vraag groeit alleen maar, waardoor nóg goedkopere productie een enorme opmars heeft gemaakt de voorbije jaren. Fast fashion, waarbij bedrijven zoals Zara, H&M en Shein aan de lopende band nieuwe kledingstukken ontwerpen en verkopen, speelt hier een grote rol. Dit zet meer druk op de katoenindustrie en de werkomstandigheden van de arbeiders, waardoor ze lange shifts voor lage lonen moeten draaien.
Katoen versus synthetische stoffen
Met de opkomst van fast fashion is ook de productie van ander problematisch textiel alleen maar toegenomen. Hoewel katoen al millennialang wordt geteeld, wordt de populariteit van de stof al enkele decennia ingehaald door synthetische stoffen, zoals polyester, nylon, elastaan en acryl. Vandaag bestaat maar liefst 67% van alle nieuwe kledingstukken uit synthetische stoffen. Deze stoffen worden gemaakt van fossiele brandstoffen, zoals petroleum. In vergelijking met katoen hebben synthetische stoffen bepaalde voordelen. Zo is synthetisch textiel sterk en kreukvrij. Bovendien droogt het snel op. In tegenstelling tot katoen is er voor de productie van polyester ook vrij weinig land nodig.
De impact van synthetisch textiel op het milieu en het klimaat is echter desastreus. Het productieproces vraagt enorm veel energie en CO₂, en synthetisch materiaal is niet biologisch afbreekbaar. Elke keer dat je synthetisch textiel in de wastrommel gooit, komen er ook microplastics vrij. Die belanden uiteindelijk in onze oceanen en bodem.
Organisch katoen gebruikt veel minder pesticiden, insecticiden en water dan de niet-biologische variant
Alternatieven
Er zijn al meerdere initiatieven op poten gezet om de katoenteelt zelf duurzamer te maken. Organisch katoen heeft veel minder pesticiden, insecticiden en water nodig dan de niet-biologische variant. Daarnaast bevordert het de biodiversiteit. De keerzijde van de medaille is wel dat biologisch katoen daardoor meer land in beslag neemt en van minder goede kwaliteit zou kunnen zijn. Bovendien veronderstelt het schakelen naar biologisch katoen een andere manier van omgaan met het land. Boeren zijn daar niet aan gewend, en daarnaast vergt het heel wat steun van de industrie en multinationals. Die steun is er amper. Andere initiatieven zijn labels als 'Better Cotton' (BCI) of fairtrade katoen. Je zou ook andere natuurlijke stoffen met een kleinere milieu-impact kunnen kopen, zoals linnen of hennep. Die alternatieven zijn echter moeilijker voorhanden en duurder. Een andere mogelijkheid is de website 'Good on You'. Die beoordeelt merken op basis van hoe ethisch hun producten zijn. Het beste wat je als consument kan doen, blijft echter nog steeds minder kopen, en als je het toch doet, tweedehands kopen.

Reactie toevoegen